Research

Articles

Zet Afghaanse papaver-teelt in voor aidspatiënt

24 Aug 2005 - 08:16
Sinds de Amerikaanse invasie van Afghanistan in oktober 2001, is dit land opnieuw wereldleider geworden in de opiumproductie die de westerse markt bereikt in de vorm van heroïne. De Verenigde Naties schatten dat Afghaanse drugs voorzien in tweederde van de wereldvraag, hetgeen per jaar tot zo'n tienduizend slachtoffers leidt.

Dit drugsprobleem bedreigt niet alleen de Europese veiligheid en volksgezondheid, maar vormt tevens het grootste obstakel voor de democratisering van Afghanistan. Bovendien is de opiumproductie de belangrijkste bron van inkomsten voor de Taliban en Al Qa'ida, dat daarmee het terreurnetwerk financiert dat de wederopbouw van Irak blokkeert. Afghanistan dreigt dus het Colombia van Europa te worden, waardoor het bovenaan onze prioriteitenlijst moet staan. Dit is helaas geenszins het geval.

De acute crisis in Irak neemt bijna alle westerse aandacht en financiële middelen in beslag. Maar als het Afghaanse drugsprobleem niet rigoureus wordt aangepakt, blijft stabiliteit in Irak een illusie. Irak is nu een belangrijk doorgeefluik voor heroïne (en hasj) voor de Europese markt. De Afghaanse regering-Karzai heeft de papaverteelt officieel verboden sinds begin 2002, en zelfs een soort jihad afgekondigd tegen drugs. Daarbij krijgt Karzai veel buitenlandse steun.

De EU heeft onlangs 376 miljoen euro geoormerkt om in de komende twee jaar de Afghaanse opiumproductie aan banden te leggen. Brussel denkt hierbij met name aan het stimuleren van alternatieven voor opium, zoals abrikozen en graan. Dit is een stap in de juiste richting, maar is tevens een strategie die pas op de middellange termijn (na vijf jaar) werkelijk effect zal kunnen hebben.

Een alternatief is de strategie van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) die vorig jaar de zogenaamde Central Poppy Eradication Force (CPEF) opzette om plaatselijke leiders over te halen papavervelden te vernietigen. De resultaten zijn nog mager en het project is zeer kostbaar. Bovendien schaadt het slechts de verarmde bevolking en niet de drugshandelaren die de verkoopwaarde van hun voorraad zien stijgen.

Ook militaire middelen worden op verschillende manieren ingezet. Zo worden Britse Special Forces gebruikt om de mobiele laboratoria (die van opium heroïne maken) op te sporen en onschadelijk te maken. Duitsland heeft de afgelopen jaren enkele duizenden Afghaanse politiemannen opgeleid om de drugssmokkel tegen te gaan. De VS staan een radicalere oplossing voor die al geruime tijd in de war on drugs in Colombia wordt geprobeerd: het bespuiten van de opiumvelden met herbicide. Maar dit is een controversiële aanpak omdat dit de gezondheid van de plaatselijke bevolking aantast en de samenwerking met boeren verder bemoeilijkt. President Karzai heeft besproeiing (vanuit de lucht) tot nu toe tegen weten te houden, en slechts andere methoden (verbranding) toegestaan. Maar welke vernietigingsmethode ook wordt gebruikt, het succes lijkt op voorhand beperkt. De VS hebben met deze strategie in Latijns-Amerika immers nauwelijks resultaat behaald, en vijf jaar en 3 miljard dollar later kan deze war on drugs als mislukt worden beschouwd.

Een creatievere oplossing wordt aangeboden door de Senlis Council, een drugs-denktank uit Parijs, die zich sterk maakt voor de legalisering van de Afghaanse papaverteelt voor medische toepassingen. Wanneer een deel van de opiumproductie wordt aangewend voor medicijnen (zoals morfine en codeïne), wordt de warlords een essentiële bron van inkomsten ontnomen. Tevens wordt daardoor de boerenbevolking weer hoop geboden op een normaal leven, hetgeen het fragiele vertrouwen in de huidige Afghaanse democratie zal versterken. Afghanistan produceert nu slechts een fractie van de papavers voor dit soort medische doeleinden, maar de wereldwijde vraag naar medische opiaten is groot en de prijzen zijn navenant hoog. Dit betekent dat met name ontwikkelingslanden, waar een groot aantal aidspatiënten ondragelijke pijn lijden, zich dit soort medicijnen niet kunnen veroorloven. De Senlis Council heeft berekend dat de wereldwijde vraag naar pijnstillende medicamenten zo'n tienduizend ton opium omvat, meer dan tweemaal de huidige productie van Afghanistan. In Turkije en India is al ervaring opgedaan met een beperkte legalisering van de opiumproductie aldaar.

Het Amerikaanse Congres heeft in deze landen enkele streng bewaakte projecten ondersteund met onder meer de voorwaarde dat 80 procent van de medicijnen voor de Amerikaanse markt bestemd is.

Het is duidelijk dat traditionele anti-drugsstrategieën niet effectief en efficiënt zijn. De EU moet vooral doorgaan met het stimuleren van alternatieven voor de papaverteelt en het versterken van het juridische systeem in Afghanistan, maar het Amerikaanse beleid van afkopen en vernietigen is volstrekt zinloos. De CPEF heeft dit jaar slechts tweehonderdvijftig van de 17 duizend hectares papavervelden vernietigd, hetgeen 780 miljoen dollar heeft gekost. Met dit geld had de hele oogst opgekocht kunnen worden, tegen dezelfde prijzen die de warlords nu betalen. Maar de regering-Bush is tegen de legalisering van de papaverteelt omdat dit de 'verkeerde boodschap' zou afgeven.

De Senlis Council zal tijdens een bijeenkomst in Kaboel, van 25 tot 29 september, een rapport uitbrengen waarin deze medische optie nader wordt bekeken en nieuwe scenario's worden uitgewerkt. Enkele weken daarvoor zullen de EU-ministers (tijdens een bijeenkomst in Newcastle) de situatie in Afghanistan bespreken. De EU heeft zich op de vlakte gehouden over de Senlis-voorstellen, maar doet er goed aan deze serieus te nemen. Binnen enkele jaren is Afghanistan een narcostaat geworden. Het huidige beleid faalt en daarom zijn innovatieve ideeën het waard te worden ondersteund.