Research

Op-ed

Zonder instemming

05 Jun 2008 - 11:55
Het parlement heeft geen instemmingsrecht als het gaat om de inzet van de krijgsmacht. En dat blijft zo, ondanks alle verkiezingsprogramma's.

Het woord oorlog wordt tegenwoordig niet meer gebruikt. Als de krijgsmacht in actie komt, wordt uitgeweken naar de term 'gewapend conflict' of 'robuust optreden'.

En dat gebeurt vaker dan u denkt. Sinds de val van de Muur was de Nederlandse krijgsmacht ruim veertig keer betrokken bij gewapende conflicten. Afghanistan, Irak, Bosnië, Kosovo, Soedan, Congo, Liberia, de Arabische Zee, de Perzische Golf en de Middellandse Zee: duizenden Nederlandse militairen waren er actief sinds 1989.

Voor een ouderwetse oorlogsverklaring kan onze regering niet zomaar de krijgsmacht op pad sturen. Daar is toestemming van de gehele Staten-Generaal voor nodig. Maar voor ander gebruik van de krijgsmacht kan met minder worden volstaan.

In de grondwet staat dat de krijgsmacht drie taken heeft: 1. verdediging van het Koninkrijk, 2. bescherming van de belangen van het Koninkrijk en 3. handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Voor die laatste taak - denk aan Uruzgan, eventueel Darfur en nu weer Tsjaad - staat er verderop nog een artikel: het beroemde artikel 100, dat de regering voorschrijft om het parlement vooraf te informeren over het inzetten van de krijgsmacht bij gewapende conflicten die bij het handhaven/bevorderen van de internationale rechtsorde nu eenmaal voorkomen. Zeg maar: bij vredesoperaties à la Uruzgan.

Als de regering goed en tijdig informeert, kan de Kamer eventueel sputteren en dan zal de regering zich misschien bedenken. Maar het hoeft niet, want de grondwet geeft het parlement geen instemmingsrecht.

Dat vond de Tweede Kamer merkwaardig, want over zo'n belangrijk besluit wil je als volksvertegenwoordiger meer dan alleen maar ingelicht worden.

Vond althans het Kamerlid Van Middelkoop in 1994 al, toen hij een motie opstelde waarin hij om een formeel instemmingsrecht voor het parlement verzocht.

Vond althans een brede Kamermeerderheid in 2006 te midden van de Uruzgan-verwarring al, toen de motie-Bos/Van Aartsen de regering verzocht 'om in voorkomende gevallen slechts op basis van een eenduidig besluit een verzoek tot instemming met de uitzending van militairen op basis van artikel 100 van de grondwet voor te leggen'.

Vond althans de werkgroep-Van Baalen/Koenders, die in juni 2006 de regering adviseerde om de Kamer een instemmingsrecht te verlenen, en nog wel voor álle inzet van de krijgsmacht buiten de landsgrenzen.

Vond althans het verkiezingsprogramma van het CDA, dat in 2007 stelde: 'Bij besluitvorming over vredesmissies dient het Toetsingskader als leidraad. Instemming van de Tweede en Eerste Kamer is vereist.'

Vond althans het verkiezingsprogramma van de PvdA, waar we in 2007 lazen: 'De inzet van Nederlandse militairen is altijd een Nederlandse beslissing: de Tweede Kamer moet op voorstel van het kabinet instemmen met deelname van Nederlandse militairen aan buitenlandse missies.'

Vond althans het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie, waarin we in 2007 de zin 'het Nederlandse parlement moet zijn uitdrukkelijke goedkeuring geven aan de uitzending van militairen' tegenkomen.

Vonden ook zelfs de coalitiepartijen in het regeerakkoord. Want daar staat: 'Nederland stemt het veiligheidsbeleid af op de nieuwe situatie in de wereld en richt zich op vredesmissies, op bestrijding van terrorisme, op conflictpreventie en op wederopbouw. Een adequaat volkenrechtelijk mandaat is vereist bij deelname aan missies met inzet van Nederlandse militairen. Het z.g. Toetsingskader is leidraad bij de besluitvorming, waarbij parlementaire instemming is verzekerd.' Dat is klare taal: alleen met 'instemming'.

Maar de Adviesraad Internationale Vraagstukken zag staatsrechtelijke haken en ogen en heeft de regering blijkbaar op een geheel andere koers gezet. Op 2 mei kreeg de Kamer een brief waarin instemming 'niet nodig' en 'onwenselijk' wordt genoemd. Het mag niet van de grondwet, en het kan niet. De Kamerleden moeten het doen met het recht op informatie. Kamerleden die veronderstelden dat er in de praktijk zo langzamerhand al sprake was van een instemmingsrecht, en dat dat alleen nog maar geformaliseerd behoefde te worden, zitten er mooi naast. De regering regeert, de Kamer controleert. Met een medebeslissingsrecht, houdt de regering de Kamerleden wijselijk voor, zou jullie vrijheid om ons te bekritiseren en te controleren juist afnemen. Een extra complicatie doet zich bovendien voor bij optreden van Nederlandse soldaten in NAVO- of EU-verband. Snelle reactiemachten van deze organisaties moeten soms binnen een week ter plekke zijn en dan zou Nederland het niet kunnen maken om partnerlanden op de valreep in de steek te laten door zijn troepen op grond van een besluit van de Tweede Kamer terug te trekken.

De Kamer moet het, kortom, doen met informatie. Het regeerakkoord en alle verkiezingsprogramma's zijn op dat punt door de regering zelf onuitvoerbaar verklaard.