Epic Fury…en wat gaat Europa doen?
Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran - Gevolgen en handelingsperspectief
- President Trump grijpt na Venezuela met operatie Epic Fury opnieuw diep in een ander land in, met nu een regime change als doel. Dit keer is het veel complexere Iran doelwit, ver buiten de Amerikaanse invloedssfeer.
- Zonder breder politiek einddoel voor Iran, kan de onthoofding van het Iraanse regime leiden tot chaos en instabiliteit in het gehele Midden-Oosten.
- Europa, direct grenzend aan het Midden-Oosten, talmt. Wanneer het niet tijdig geopolitiek handelt, zullen de kaarten in het Midden-Oosten door anderen worden geschud, met ingrijpende gevolgen voor het Europese continent.
Informatie verwerkt tot 1 maart, 16:00 CET
Verschillende experts van Clingendael bundelen in deze alert een eerste duiding van de militaire ontwikkelingen; politieke analyses over de VS en Iran; en bespreken mogelijke gevolgen en handelingsperspectieven voor Europa.
Door Erwin van Veen, Bart van den Berg, Monika Sie Dhian Ho, Youri Verschoor, Liam Klein, Diederick van Wijk en Warner ten Kate
Na verscheidene onderhandelingsrondes zijn Israël en de Verenigde Staten op 28 februari overgegaan tot het bombarderen van Iran. In zijn aankondiging van “Operation Epic Fury” op TruthSocial noemde President Trump drie militaire doelen: (1) voorkomen dat Iran een nucleair wapen ontwikkelt; (2) vernietiging van het Iraans ballistische raketarsenaal en de Iraanse marine, en aanpak van de aan Iran gelieerde gewapende groeperingen zoals Hezbollah en de Houthi; en (3) regime-verandering door het Iraanse volk zelf, op weg geholpen door Israëlische en Amerikaanse aanvallen op het Iraanse leiderschap. Met de dood van ayatollah Ali Khamenei en een reeks kopstukken van het Iraanse regime als chirurgisch-precieze openingszet. Maar ook met een mogelijk lange oorlog in het Midden Oosten in het verschiet. Wat zijn de mogelijke gevolgen in de regio en voor Europa, en wat kan Europa – dat zo goed als afwezig was als geopolitieke actor in de aanloop naar deze oorlog – wél doen?
In de ochtend van 28 februari initieerden de VS en Israël een gezamenlijke militaire operatie Epic Fury en Roaring Lion met zowel lucht- als maritieme middelen. De militaire operatie zou naar verluid al weken van tevoren zijn gepland. Daarmee verlieten de VS het pad van onderhandelingen, dat plaats vond in de schaduw van een toenemende Amerikaanse dreiging in de vorm van twee vliegdekschepen, meerdere fregatten en een aanzienlijk aantal gevechtsvliegtuigen.
Er lijkt een initiële verdeling van focus te liggen tussen de Amerikanen en Israëliërs. Waar de Amerikanen zich hoofdzakelijk richten op aanvallen op het Iraans ballistische raketprogramma, zijn lanceerplatformen en luchtverdedigingssystemen, richten de Israëliërs zich ook op het elimineren van Iraanse militaire en politieke kopstukken via luchtaanvallen. Beiden benadrukken intussen dat de militaire operatie de voorwaarden schept voor een noodzakelijke mobilisatie van de Iraanse bevolking tegen het Islamitische regime, wat tot een regime change zou moeten leiden.
De Amerikanen en Israëliërs hebben verscheidene locaties aangevallen. Waar Israël hoofdzakelijk luchtaanvallen met gevechtsvliegtuigen uitvoert, hebben de VS ook aanvallen met Tomahawk-raketten en ‘Low-cost Unmanned Combat Attack System (LUCAS) drones uitgevoerd. Doelwitten waren onder meer de officiële residentie van de opperste leider, het hoofdkwartier van de strijdkrachten, verscheidene ministeries, evenals een veelvoud aan (para-) militaire bases in onder meer Teheran, Karaj, Tabriz, Esfahan, Qom, Shiraz en Kermanshah. Een aanzienlijk aantal Iraanse kopstukken is inmiddels uitgeschakeld, zoals Ali Shamkhani (hoofd van de Iraanse Defensieraad), Mohammad Pakpour (opperbevelhebber van de Iraanse Revolutionaire Garde), Abdolrahim Mousavi (opperbevelhebber van het reguliere Iraanse leger) en Aziz Nasirzadeh (minister van defensie). Inmiddels is het ook bevestigd dat Ali Khamenei, opperste leider van Iran, gedood is nadat Israël ongeveer 30 bommen heeft laten vallen op de compound waar hij aanwezig was. Inmiddels hebben de Iraniërs, in lijn met de geldende constitutie, een Leiderschapsraad opgericht, waarin naast Masoud Pezeshkian (Iraans president) en Gholam-Hossein Mohseni-Eje’i (hoofd van de Iraanse rechterlijke macht), Alireza Arafi als waarnemend opperste leider plaatsneemt.
De reactie van Iran, Operatie True Promise 4, lijkt vooral te bestaan uit het lanceren van zowel ballistische raketten als zogenoemde suicide drones. Dit lag in de lijn der verwachting gezien het land over een aanzienlijk arsenaal hiervan beschikt en dit zijn sterkste militaire capaciteiten en afschrikking vormen in relatie tot de overweldigende capaciteiten van de VS en Israël. Zo heeft Teheran inmiddels honderden raketten richting zowel Israël,verscheidene Amerikaanse regionale militaire bases, als met name Jordanië, Irak, Bahrein, Koeweit, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië gelanceerd. Daarnaast heeft Teheran tientallen drones gelanceerd, met als doel zowel Amerikaanse bases te raken als hoofdzakelijk de Golfstaten te mobiliseren om de VS en Israël te overtuigen de aanvallen op Iran te staken. Veel van deze landen hebben inmiddels verklaard het recht te hebben om op deze aanvallen te reageren. Het is nog altijd afwachten wat de reactie gaat zijn van verscheidene aan Iran gelieerde groeperingen in de regio, die collectief onderdeel uitmaken van de As van Verzet (waar onder meer Hezbollah, Hamas, de Houthi en verscheidene pro-Iraanse milities in Irak onderdeel van uitmaken). Met name de Houthi in Jemen, Hezbollah in Libanon en de pro-Iraanse milities in Irak zouden militaire activiteiten tegen zowel Israël als Amerikaanse regionale militaire bases kunnen ondernemen. Daarnaast is in het geval van de Houthi de mondiale scheepvaart in de Rode Zee een mogelijk doelwit. Los van vijandige retoriek en ongeregeldheden rondom de Amerikaanse ambassade in Bagdad en het consulaat in Karachi, lijkt de reactie van deze groeperingen momenteel beperkt van aard te zijn.
Wat willen de Amerikanen?
De afgelopen weken zijn drie officiële redenen opgevoerd voor een mogelijke aanval op Iran, die alle drie in Trumps speech ter aankondiging van de aanvallen nog eens zijn benadrukt:
- Iran zou opnieuw voorbereidingen treffen voor de ontwikkeling van een kernwapen;
- Irans niet-nucleaire militaire capaciteiten, inclusief ballistische raketten, aan Iran gelieerde gewapende groeperingen zoals Hezbollah en de Houthi, en maritieme capaciteiten, vormen een onacceptabel veiligheidsrisico voor de VS en;
- Washington dreigde al in januari 2026 met een harde respons richting Teheran bij grootschalig geweld tegen demonstranten.
De drie motiveringen stuiten op binnenlandse kritiek. Als bezwaar wordt ten eerste herinnerd aan Trumps eigen verklaring dat de luchtaanvallen van vorig jaar (Operatie Midnight Hammer) de Iraanse nucleaire capaciteiten totaal hadden vernietigd, en ten tweede aan het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), de nucleaire deal uit 2015 waaruit President Trump de Verenigde Staten in 2018 heeft teruggetrokken. Deze deal had zijn tekortkomingen, maar het betekende ook een verifieerbare beperking van Irans atoomprogramma tot 2030 met betrekking tot de aantallen centrifuges en de verrijkingsgraad van uranium. Ook wordt gesteld dat Iran nooit akkoord kan gaan met ontwapening zolang Israël zich zo assertief opstelt in de regio. Tot slot is het tegengeluid te horen dat de interventies in Irak en Afghanistan hebben aangetoond dat snelle regimeveranderingoperaties voor de vrijheid van volkeren ver van huis een beperkte kans van slagen hebben, en dat Trumps verkiezingsbelofte nu juist was om geen forever wars meer te voeren.
Mede tegen deze achtergrond zijn er in het Make America Great Again (MAGA)-kamp, de achterban van Trump, weinig voorstanders van militair optreden tegen Iran te vinden. Vice-president JD Vance en minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, die allebei vóór de actie in Venezuela waren, lijken te hebben aangestuurd op een diplomatieke oplossing. Influencers en prominenten, van Alex Jones tot Tucker Carlson, spraken zich afgelopen zomer al uit tegen een conflict met Iran. Zelfs het Pentagon heeft zich onlangs negatief uitgelaten over het vooruitzicht van een oorlog. Het felste en meest invloedrijke verzet komt echter vanuit MAGA’s alt-right-hoek: volgens podcasters zoals Nick Fuentes en Candace Owens toont Washingtons optreden richting Iran dat ‘de Joden’ heimelijk aan de touwtjes trekken in de VS. Dit antisemitische alt-right-element krijgt extra wind in de zeilen door het feit dat prominente stemmen binnen MAGA’s coalitie die wél voor oorlog met Iran pleiten zionistische en Joodse MAGA-denkers zijn. Ben Shapiro’s Daily Wire en Yoram Hazony’s National Conservatism-platform, deel van het invloedssfeer-interventionistische kamp binnen MAGA, verdedigen een militaire actie.
Ook lijkt Jared Kushner, Trumps schoonzoon, in het Witte Huis een belangrijke rol te hebben gespeeld in het aandringen op interventie in Iran. Buiten de MAGA-kern is er bijval van Congresleden zoals Josh Gottheimer, Mike Lawler, Ted Cruz en Lindsey Graham. Twee sentimenten spelen een belangrijke rol in de rechtvaardiging door deze voorstanders. Ten eerste het feit dat Iran sinds de Iraanse revolutie van 1979 en de gijzeling van de Amerikaanse ambassade radicaal van positie veranderde van pro naar contra-VS, en dat de Amerikaanse interventie daar een vertraagd vervolg op is. Ten tweede het idee dat het Amerikaanse militaire apparaat zijn onoverwinnelijkheid heeft bewezen in Venezuela begin dit jaar en met de aanvallen op Iran in juni 2025, waardoor ook nu een snelle overwinning haalbaar zou zijn. Dit keer om te voorkomen dat een “very wicked, radical dictatorship” Amerika kan bedreigen.
Recente opiniepeilingen laten zien dat ongeveer de helft (49%) van de Amerikanen enigszins of sterk tegen een Amerikaanse aanval op Iran is, terwijl ongeveer een kwart (27%) een aanval zou ondersteunen. Door de overwegend negatieve houding, ook onder de eigen MAGA-achterban, ten aanzien van deze interventie wordt in de Amerikaanse media druk gespeculeerd over alternatieve verklaringen voor Washingtons escalatie. Een veelgenoemde verklaring is dat Trump een snelle militaire overwinning nodig denkt te hebben voor de tussentijdse verkiezingen in november. In 2011 tweette Trump dat Barack Obama een oorlog met Iran zou starten om de verkiezingen te winnen. Het is onzeker of de aanval op Iran daadwerkelijk politieke vruchten af zal werpen voor Trump-II. De politieke weerstand tegen oorlog met Iran heeft geresulteerd in een wetsvoorstel van Senatoren Thomas Massie en Ro Khanna om de president te dwingen om het Congres te raadplegen voor formele militaire actie. Het ziet er echter niet naar uit dat deze war powers resolution veel kans maakt. Het is onwaarschijnlijk dat het Congres President Trump nog gaat breidelen in de huidige situatie.
Irans overwegingen
Voor het Iraanse regime is de huidige Israëlische en Amerikaanse operatie een voortzetting van de aanvallen van juni 2025. De scheidslijn tussen beide episodes is een informeel staakt-het-vuren dat Teheran nooit als meer dan tijdelijk heeft gezien. In de tussentijd bereidde Iran zich voor op een militaire voorzetting van het conflict door bijvoorbeeld strategische politiek-militaire besluitvorming te decentraliseren, militaire systemen geografisch te spreiden met ingebouwde overtolligheid waar mogelijk, het raketprogramma en luchtverdediging zoveel mogelijk te herstellen en de marine in de Perzische Golf te versterken.
Iran heeft ook laten weten elke aanval van de VS met alle mogelijke middelen te beantwoorden (of het om ‘kan’ of ‘zal’ gaat, blijft met opzet ambigu). Per saldo maakt Irans aangescherpte militaire doctrine op papier geen verschil meer tussen een kleine of een grote aanval, een symbolische of een existentiële. Dat komt mede doordat in Teheran het idee leeft dat eerdere terughoudendheid – bijvoorbeeld na de Israëlische vernietiging van de Iraanse ambassade in Damascus op 1 april 2024 of de moord op Ismael Haniyeh in Teheran op 31 juli 2024 – door de VS en Israël werd gezien als teken van zwakte.
Per saldo maakt Irans aangescherpte militaire doctrine op papier geen verschil meer tussen een kleine of een grote aanval, een symbolische of een existentiële.
De forse druk waaronder Iran staat maakt het waarschijnlijk dat het regime fel weerstand zal blijven bieden, zolang het controle kan behouden. Enerzijds is de economische situatie ronduit slecht door jaren van Amerikaanse en Europese sancties, de VN sanctie snapback van september 2025 en economisch mismanagement van eigen bodem. Anderzijds kreeg het regime in december 2025 en januari 2026 net als in 2022-2023 te maken met grootschalige burgerprotesten die het met bruut geweld neersloeg. Het feit dat het aantal doden in 2025-2026 zeker een tien- tot twintigvoud bedroeg ten opzichte van dat in 2022-2023 geeft aan dat het regime ten koste van alles aan de macht wil blijven. Juist daarom wil het Islamitische regime een door de VS/Israël gewenst scenario - waarin een oorlog en mobilisatie van de Iraanse bevolking gelijktijdig plaatsvinden – koste wat het kost voorkomen.
Diplomatieke en militaire aanloop
De regering Trump begon rond 15 januari 2026 met een grootschalige opbouw van militaire troepen en materieel in het Midden-Oosten. Deze troepenopbouw moest tot voor kort gezien worden in het licht van twee sporen: diplomatieke onderhandelingen en militaire dreiging.
Op het diplomatieke spoor hebben er drie indirecte onderhandelingsrondes tussen de VS en Iran onder bemiddeling van Oman plaatsgevonden (een vierde technische ronde stond tot voor kort in Wenen gepland). Deze gesprekken richtten zich tot nu toe exclusief op het Iraans nucleaire programma en boekten zeer beperkte vooruitgang.
In het licht hiervan kwam het militaire spoor als Amerikaans alternatief naar voren. Qua militaire capaciteiten overtreffen Amerika en Israël Iran met een ruime marge, maar hetzelfde kan niet per definitie gezegd worden over het voortzettings- en incasseringsvermogen. Voor Amerika is het conflict niet-existentieel, voor Israël ligt dit anders. Voor het Iraanse regime is het conflict daarentegen wel existentieel. Voor Teheran is overgave politiek gevaarlijker dan een langdurige militaire campagne die het Islamitische regime kan overleven en wellicht kan bekorten door de Amerikanen een enkele stevige klap toe te brengen.
Mogelijke uitkomsten
Momenteel proberen de VS en Israël via het militaire, in plaats van het diplomatieke spoor hun strategische doelen te behalen. In het kader hiervan worden momenteel zowel lucht- als maritieme operaties ingezet; een grondoffensief valt niet binnen de huidige mogelijkheden.
Afbeelding 3 geeft de verschillende mogelijkheden op het spectrum van militaire intimidatie tot existentiële militaire interventie weer. De stadia van militaire intimidatie en dwang door geweld zijn inmiddels gepasseerd. In verdere escalatiestadia laat de VS zicht op een diplomatieke overeenkomst varen, en probeert het met geweld strategische doelen te behalen en – in een uiterst geval – zelfs het Iraanse regime te verwijderen. Dit is momenteel het meest realistische scenario gezien de huidige militaire inspanningen van zowel de VS als Israël in relatie tot Iran.
Iran stelt inmiddels dat Amerikaanse agressie met grootschalig geweld beantwoord zal worden, en heeft inmiddels honderden ballistische raketten en tientallen suicide drones in de regio gelanceerd. Gezien zowel de VS als Israël zich inmiddels expliciet uitspreken vóór regime change, en het Islamitische regime de huidige confrontatie daarmee als een existentiële dreiging identificeert, bestaat er het risico op een vorm van escalatie die in mindere mate beheersbaar blijft.
Irans reactie op Amerikaanse en Israelische aanvallen bepalen de verdere mate van escalatie. In een beperkte reactie, die inmiddels steeds verder uit het zicht raakt, zou Iran besluiten om selectief maritiem verkeer te verstoren in de Perzische Golf, de Straat van Hormuz, en beperkt ballistische raketten af te vuren op Amerikaanse militaire bases en eenheden in de regio. Iran lijkt de Israëlische en Amerikaanse aanvallen inmiddels echter op te vatten als existentieel. De huidige Iraanse reactie kenmerkt zich daardoor steeds sterker door het onder vuur nemen van Amerikaanse bases, het treffen van zowel militaire als civiele doelen in meerdere Golfstatenen het initiëren van verstrekkende verstoringen van maritiem verkeer in de Perzische Golf, Golf van Oman en Arabische Zee.
Verwachte effecten
Het is momenteel nog onduidelijk of de militaire inzet van VS en Israël leiden tot het behalen van hun strategische doelen. De volgende uitkomsten zijn mogelijk:
- Een korte militaire campagne die leidt tot de implosie van het Iraanse regime. Dit kan leiden tot binnenlandse chaos daar de oppositie verdeeld en bestuurlijk beperkt is, wat de aanleiding kan geven voor fragmentatie of zelfs een burgeroorlog à la Syrië. Dit creëert op zijn beurt substantieel negatieve gevolgen voor landen als Turkije, de Golfstaten, wellicht de VS zelf maar zeker ook Europa, in de vorm van de opkomst van nieuwe gewapende en politieke actoren, vluchtelingenstromen en terrorisme.
- Een langdurige Amerikaanse militaire campagne, gesteund door Israël, geflankeerd door wapenleveranties aan Koerdische en andere verzetsgroepen. Het Iraanse regime valt hierin niet direct, maar de VS probeert het regime verder te destabiliseren door het bewapenen van verzetsbewegingen. Een dergelijke aanpak duurt langer en is kostbaarder voor de VS. Fragmentatie en nieuwe dreigingen zijn de meest waarschijnlijke uitkomsten.
- Langdurige regionale instabiliteit als gevolg van de weerbaarheid van het Islamitische regime. Mocht het Iraanse regime een langdurige en/of existentiële Amerikaanse/Israëlische militaire campagne het hoofd kunnen bieden, dan is langdurige regionale instabiliteit het meest waarschijnlijke gevolg. In dit geval kan Iran in de regio een langdurig agressieve politiek nastreven met gewapende groeperingen in verschillende omliggende landen als bondgenoten.
Regionale perspectieven
Elk scenario van militaire confrontatie tussen de VS en Iran zal met name de logistieke spilfunctie van, en het investeringsklimaat in, de Golfstaten negatief beïnvloeden en daarmee de economische transformatie agenda’s van deze landen onder druk zetten. Dit effect zal groter worden naarmate het conflict voortduurt. Er zijn inmiddels indicaties dat Saoedi-Arabië de militaire operatie tegen Iran zou steunen, met een verdere regionale escalatie van het conflict tot gevolg.
Mocht het Islamitische regime in het geval van een langdurige Amerikaanse militaire campagne concreet in zijn voortbestaan bedreigd worden, dan kunnen Hezbollah in Libanon en aan Iran gelinkte groepen in Irak ook in actie komen met destabiliserende effecten voor de binnenlandse politieke en veiligheidssituatie in beide landen. Tegelijkertijd is Hezbollah verzwakt door recente Israëlische operaties waarin veel leiders en strijders zijn omgekomen, waardoor ook het vermogen om terug te slaan flink is gereduceerd.
In het geval dat het Iraanse regime instort, zorgt dit mogelijk voor een uitdijende zone van instabiliteit die ook Afghanistan, Irak en zelfs Syrië kan raken. De gevolgen van deze situatie kunnen onoverzichtelijk zijn, met overeenkomsten met de Amerikaanse invasie van Irak (2003), de Syrische burgeroorlog (2011-2024) en de strijd tegen Al-Qaeda in Afghanistan (2001-2021).
Iets verder van Iran en de Perzische Golf verwijderd kan escalatie ook voor problemen zorgen in de Bab el-Mandeb nauwe vaarroute richting de Rode Zee, via de Houthi. Dat zal wereldwijde handelsstromen – bijvoorbeeld goederen naar Europa - tijdelijk verstoren, maar kan ook semipermanent voor hogere kosten zorgen. Daarnaast zal de economie van Egypte door het mislopen van Suez-transitgelden meer onder druk komen te staan.
Perspectieven vanuit Beijing en Moskou
Moskou heeft de Amerikaanse/Israëlische militaire operatie tegen Iran veroordeeld en China heeft opgeroepen tot onmiddellijke stopzetting van de militaire acties. Beide landen hebben hun samenwerking met Iran - dat inmiddels deel uitmaakt van zowel de BRICS als de Shanghai Cooperation Organization - recentelijk versterkt. Rusland heeft onlangs de ‘Stoikiy’ korvet laten aanmeren in Bandar Abbas en nam deel aan een Iraanse maritieme oefening in de Golf van Oman. Daarnaast sloten Moskou en Teheran onlangs een aantal militaire overeenkomsten, bijvoorbeeld over de levering van Mi-28NE gevechtshelikopters en Russische Verba MANPADS-lanceerinstallaties met raketten. Ondanks de strategische toenadering tussen Iran en Rusland sinds de oorlog in Oekraïne, blijven de relaties ook gekenmerkt door onderliggend wantrouwen, zeker aan Iraanse zijde.
China is op zijn beurt aanwezig in de Golf van Oman met het ‘Ocean No.1’ wetenschappelijk radarschip, dat opereert onder de bescherming van zowel een Type 055 als een Type 052 destroyer. Tevens is het land betrokken bij de levering van materialen voor de productie van vaste brandstof aan Iran. Deze brandstof is cruciaal voor de voortstuwing van een deel van het Iraans ballistisch raketarsenaal. Doordat Israël de Iraanse binnenlandse productie van deze brandstof hard trof in juni 2025, is Iran nu in grotere mate afhankelijk van Chinese leveringen.
Per saldo blijven de banden tussen Teheran enerzijds en Beijing/Moskou anderzijds transactioneel van aard. Iran is een welkome afleiding van Amerikaanse inspanningen tegen China of Rusland, maar geen casus belli. China wil immers verzekerd blijven van een ononderbroken oliestroom door de Straat van Hormuz terwijl Rusland de Trump-administratie niet voor het hoofd wil stoten in relatie tot de oorlog in Oekraïne.
Gevolgen voor Europese belangen
Economisch
Alhoewel Iran vanwege sancties niet direct energie aan Europa levert zullen verdere escalaties wel gevolgen hebben voor de mondiale economie. Het sluiten van de Straat van Hormuz door Iran, waar dagelijks zo’n 20% van de verhandelde olie ter wereld passeert, heeft daarmee grote economische implicaties. Zelfs zonder volledige sluiting van de vaarroute kan de dreiging van incidenten, blokkades of gerichte aanvallen al leiden tot hogere ‘war risk’ verzekeringspremies, schaarste aan beschikbare tonnages en omvaarroutes, waardoor transportkosten en levertijden stijgen. Marktindicatoren wijzen erop dat de huidige spanningen al worden geprijsd. We zien oplopende olieprijzen, transporttarieven op het hoogste niveau sinds 2020 omdat handelaren en rederijen vrezen voor escalatie, en waarschuwingen van verzekeraars voor stijgende premies. De escalatie vergroot bovendien de kans op spillovers richting de Rode Zee en Bab el-Mandeb door middel van Houthi-activiteiten, met als gevolg hogere frictiekosten die semipermanent kunnen worden. Het IMF waarschuwt dat dergelijke geopolitieke schokken via onzekerheid, verstoring van handel en her-allocatie van kapitaal kunnen doorwerken naar lagere assetprijzen en risico’s voor macro-financiële stabiliteit.
Voor Europa heeft deze schok waarschijnlijk vooral gevolgen voor prijzen en kosten, en leidt het niet direct tot fysieke tekorten. Olie wordt in een mondiale markt geprijsd, dus zelfs als de meeste olie vanuit de Straat van Hormuz naar Azië gaat, werkt een hogere geopolitieke risicopremie door in Europese energie- en inputkosten. Daarnaast ontstaan er indirecte kosten doordat maritiem transport veel duurder wordt, en dat versterkt inflatie- en concurrentiedruk op energie-intensieve sectoren. Onrust op financiële markten kan het voor overheden voorts lastiger maken om extra uitgaven te financieren, juist wanneer die nodig zijn om de gevolgen van het conflict te verzachten in een periode dat veel Europese overheden al de hogere defensie-uitgaven te verwerken hebben.
De EU heeft op het gebied van energie- en maritiem beleid een aantal institutionele en juridische instrumenten beschikbaar om continuïteit en stabiliteit te waarborgen. Op olievoorzieningszekerheid beschikt de EU over een verplicht voorraadkader en coördinatiemechanismen; de Commissie heeft recent, in een andere verstoringscontext (Druzhba-pijpleiding), via DG Energy en in afstemming met lidstaten expliciet gecommuniceerd over de situatie en de beoordeling van leveringsrisico’s. Op maritieme veiligheid heeft de Raad op 23 februari 2026 het mandaat van Operation ASPIDES verlengd tot februari 2027. De tekst van de Raad onderstreept dat het een defensie-operatie is die de maritieme situatie in de Straat van Hormuz en de belangrijkste sea lines of communication rond Bab el-Mandeb monitort. Dit creëert Europese ruimte om onzekerheid en frictiekosten te beperken zonder een aanvallende positie in te nemen, alhoewel beleid tussen lidstaten nog steeds dreigt te fragmenteren.
Invloed op migratie
Iran biedt al decennialang opvang aan miljoenen Afghaanse vluchtelingen. Tot frustratie van de Iraanse autoriteiten is die langdurige steun nooit beloond op de manier waarop landen als Jordanië en Turkije wel internationale steun ontvingen. Vorig jaar ging Iran mede daarom opnieuw over tot grootschalige deportaties. Toch verblijven er nog altijd circa 2,6 miljoen Afghanen in Iran. Afghanen behoren bovendien nog steeds tot de grootste groepen asielzoekers in Europa. Mocht Iran in een ernstige crisis belanden, dan zou daarmee een cruciaal opvangland voor Afghaanse vluchtelingen wegvallen. Omdat de gevolgen daarvan vooral Europa raken, zou het logisch zijn als Europa dit aspect nadrukkelijker zou meewegen in zijn diplomatieke benadering van dit conflict.
De Iraanse bevolking is met 92 miljoen mensen bijna viermaal zo groot als vooroorlogs Syrië. En het Iraanse per capita inkomen is bijna drie keer zo hoog als dat van Syrië.
Voor Iraniërs zelf ligt grootschalige migratie minder voor de hand in de beginfase van een conflict, in Syrië duurde het enkele jaren voordat de exodus op gang kwam. Interne ontheemding zal hieraan voorafgaan. Mocht de crisis echter verdiepen dan kan dit leiden tot een grotere uitstroom dan destijds uit Syrië, richting onder andere West-Europa. Want de Iraanse bevolking is met 92 miljoen mensen bijna viermaal zo groot als vooroorlogs Syrië. En het Iraanse per capita inkomen is bijna drie keer zo hoog als dat van Syrië. De omvangrijke Iraanse diaspora in het Westen, van meerdere miljoenen mensen, kan een eventuele migratie bovendien vergemakkelijken.
Hoe waarschijnlijk dit scenario is, hangt niet alleen af van de ernst en duur van de crisis, maar ook van de houding van buurlanden en de internationale gemeenschap. Turkije is bijvoorbeeld niet van plan om Iraniërs toe te laten zoals het destijds Syriërs toeliet. Daarnaast is er een grote Iraanse diaspora aanwezig in de Golfstaten.
Veiligheid en weerbaarheid
Een verdere escalatie tussen Israël, de VS en Iran heeft directe veiligheidsimplicaties voor Europa.
Europese veiligheidsdiensten waarschuwen al langer dat de spanningen in het Midden-Oosten zich kunnen vertalen naar verhoogde dreiging op het Europese continent door middel van asymmetrische middelen. Allereerst is er een verhoogd risico op Iraanse external operations in Europa, bijvoorbeeld op ambassades van de VS of Israël. In recente jaren zijn in meerdere Europese landen pogingen blootgelegd tot intimidatie, ontvoering of zelfs liquidatie van Iraanse dissidenten, journalisten en oppositiefiguren. Dergelijke activiteiten zouden kunnen worden geïntensiveerd bij escalatie, mede vanwege de relatief lage koste en politieke ontkenbaarheid. Daarbij wordt vaak gebruikgemaakt van tussenpersonen of criminele netwerken, wat attributie ingewikkeld maakt. Daarnaast kan de dreiging toenemen op specifieke doelwitten zoals Amerikaanse of Israëlische ambassades of soft targets.
Op het hybride en digitale domein beschikt Iran over relevante vergeldingscapaciteit. Iraanse cyberactoren hebben aantoonbaar ervaring met spionage en ontwrichtende cyberoperaties. Europese kwetsbaarheden liggen vooral bij vitale infrastructuur, waaronder energie, water, havens en industriële controlesystemen. In eerdere escalatiefases is een verschuiving zichtbaar geweest van datadiefstal naar meer disruptieve activiteiten, soms via niet-statelijke actoren zoals hacktivisten of cybercriminelen die wel politiek gemotiveerd zijn. Escalatie vergroot daarmee het risico op spillover naar Europese netwerken, ook zonder directe Europese betrokkenheid bij het conflict.
Verder kan escalatie ook gevolgen hebben voor maatschappelijke stabiliteit in landen met een aanzienlijke Iraanse diaspora, waaronder Nederland. Deze diaspora bestaat grotendeels uit personen die Iran zijn ontvlucht of zich kritisch opstellen tegenover het huidige regime, en is over het algemeen politiek bewust en goed georganiseerd. Bij verscherpte repressie in Iran is het aannemelijk dat spanningen binnen deze gemeenschap toenemen. Dit kan leiden tot confrontaties tussen voor- en tegenstanders van het regime, evenals tot een verhoogd risico op gerichte intimidatie of geweld, waaronder represailles tegen oppositiefiguren. Tegelijkertijd kan de situatie bijdragen aan polarisatie tussen delen van de diaspora en de Nederlandse politiek, bijvoorbeeld wanneer het gevoel ontstaat dat Europa onvoldoende optreedt tegen mensenrechtenschendingen in Iran.
Daarnaast zal de Israëlisch/Amerikaanse aanval, indien succesvol, de hegemonie van beide landen in het Midden-Oosten bestendigen met verschillende mogelijke gevolgen voor de EU, zoals permanente instabiliteit in Libanon en Syrië vanwege Israël met gevolgen als vluchtelingen en drugssmokkel; het overslaan van instabiliteit op de Westelijke Jordaanoever naar Jordanië; en sterkere banden tussen Europees exclusief-nationalistische partijen en Israëlisch ultra-nationalistische/religieuze partijen met gevolgen voor democratische stelsels in Europa en minderheden in Europese samenlevingen.
Ten slotte raakt de militaire operatie en de daaropvolgende tegenaanvallen aan de kern van het geweldsverbod in het internationaal recht. Artikel 2(4) van het VN-Handvest legt een helder uitgangspunt vast: staten onthouden zich van het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van andere staten. De enige uitzondering in deze context is het in artikel 51 erkende recht op individuele en collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval. De juridische focus ligt daarmee bij de kwaliteit van de eerste inzet van geweld: ging het om een reactie op een reeds plaatsgevonden gewapende aanval, of om een preventieve actie tegen een dreigende aanval? In dat laatste scenario rust op de aanvallende staat een zware bewijslast om aan te tonen dat de dreiging daadwerkelijk imminent was en dat het geweld strikt noodzakelijk en proportioneel is ingezet. Deze beoordeling is niet louter doctrinair. De wijze waarop staten en internationale organisaties deze casus duiden zal rechtstreeks doorwerken in diplomatieke positionering, coalitievorming en toekomstige veiligheid strategieën. Een ruime interpretatie van artikel 51 waarin de drempel voor imminente dreiging wordt verlaagd, kan precedentwerking hebben en staten aanmoedigen het zelfverdedigingsrecht verder op te rekken. Daarmee staat niet alleen de legitimiteit van deze specifieke operatie ter discussie, maar ook de stabiliteit van het bredere normatieve kader dat het gebruik van geweld in de internationale orde begrenst.
Mogelijke spill-over van de oorlog in relatie tot de veiligheid van een van de NAVO-bondgenoten roept vragen op of een artikel 5-scenario denkbaar is, waarin een gewapende aanval van Iran op een van de bondgenoten wordt beschouwd als een aanval tegen alle bondgenoten. Dit zal afhangen van de precieze context (wel of niet een aanval binnen het Noord-Atlantische grondgebied bijvoorbeeld) en van het oordeel van de daarna bijeen te roepen Noord-Atlantische Raad of de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een van de bondgenoten is bedreigd. Zo ligt bijvoorbeeld de Straat van Hormuz buiten het Noord-Atlantische grondgebied, en benoemt artikel 8 van het NAVO-verdrag dat een lidstaat een conflict met een ander land niet mag gebruiken om de NAVO een bilateraal geschil in te trekken.
Een handelingsperspectief voor Europa en Nederland
De Europese Unie heeft beperkte mogelijkheden om een sturende rol te spelen bij verdere escalatie van het conflict. Dit vloeit voort uit een samenloop van factoren die de bewegingsvrijheid van de EU en haar lidstaten, zowel in de aanloop naar als tijdens het conflict, beperken.
Allereerst wordt de handelingsruimte van Europese landen begrensd door asymmetrische afhankelijkheden in de trans-Atlantische relatie op een aantal belangrijke onderwerpen, met name de Amerikaanse steun aan Oekraïne. De meer transactionele aard van de huidige Amerikaanse president versterkt deze ongelijkheid, doordat bestaande afhankelijkheden explicieter als hefboom voor onderhandelingen worden ingezet. Dit beperkt de ruimte voor Europese landen om zelfstandig positie te kiezen of hun beleidsopties te spreiden, terwijl de vrees voor politieke of veiligheidsrepercussies de drempel verhoogt om af te wijken van de Amerikaanse lijn of om die te bekritiseren.
Daarnaast heeft de EU in de aanloop naar het conflict praktisch geen invloed uitgeoefend omdat het vrijwel geen krediet heeft bij het regime in Teheran. Dit komt door het feit dat de EU niet in staat was de afspraken uit het JCPOA te handhaven nadat de VS zich hadden teruggetrokken, door de weigering een Iran-beleid te voeren onafhankelijk van de VS en het Frans-Duist-Britse sponsorschap van de sanctie snapback onder VNRES 2231. De recente toevoeging van de Islamitisch Revolutionaire Garde aan de EU-lijst van terroristische organisaties maakt daarnaast effectieve diplomatie praktisch onmogelijk zolang het Iraanse regime nog in het zadel zit.
Tegen deze achtergrond staan Europese landen voor een strategisch dilemma: scharen zij zich achter president Trump of niet? Enerzijds is het ook in het Europese belang dat Iran geen nucleair bewapend regime wordt en minder in staat is om Rusland te ondersteunen in de oorlog tegen Oekraïne. Tegelijkertijd kan Europa de Amerikaanse aanvallen veroordelen als schendingen van het internationaal recht, met als risico de toorn te wekken van president Trump. Wederom wordt duidelijk dat Europa aan de zijlijn staat en meer geopolitiek handelingsvermogen moet krijgen, zowel om de gevolgen van unilateraal Amerikaans militair optreden voor Europa te mitigeren als om de rechtsorde te kunnen beschermen.
Wat de gekozen positie ook wordt, de EU lijkt ook in dit conflict voorlopig hoogstens een bijrol te kunnen spelen, terwijl de gevolgen voor Europa aanzienlijk kunnen zijn. Tegelijkertijd staat de EU voor een dubbele uitdaging: snel en effectief reageren op de secundaire effecten van het conflict en passende crisismaatregelen organiseren, terwijl de cohesie tussen de lidstaten behouden blijft. De EU beschikt over een groeiend arsenaal aan crisisresponsmechanismen, maar de effectiviteit daarvan hangt sterk af van strategische eensgezindheid.
De grootste kwetsbaarheid ligt bij besluitvorming over buitenlands en veiligheidsbeleid. Zwaardere politieke instrumenten, zoals sancties, diplomatieke positionering of missies, vallen onder het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en vereisen in de regel unanimiteit.
Binnen de EU lopen nationale dreigingsbeelden en beleidsprioriteiten uiteen. Lidstaten verschillen in hun politieke en historische relatie met de Verenigde Staten en Israël, hun gevoeligheid voor migratie en diaspora-dynamieken, en hun risicotolerantie ten aanzien van escalatie met Iran. Deze elementen vergroten de kans op een gefragmenteerde Europese reactie, zeker in de eerste fase van de crisis wanneer snelheid en duidelijkheid cruciaal zijn. Ook binnenlands-politieke druk kan nationale posities verharden, wat de ruimte voor compromis beperkt.
De grootste kwetsbaarheid ligt bij besluitvorming over buitenlands en veiligheidsbeleid. Zwaardere politieke instrumenten, zoals sancties, diplomatieke positionering of missies, vallen onder het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en vereisen in de regel unanimiteit. Gezien de uiteenlopende belangen en overtuigingen ten aanzien van dit conflict kunnen besluitvormingsprocessen traag verlopen, juist wanneer externe actoren snel handelen.
De EU beschikt wel over institutionele mechanismen om secundaire gevolgen van het conflict te adresseren. De volgende handelingsperspectieven zijn erop gericht om effectief om te gaan met de secundaire gevolgen en om op termijn leverage te creëren om een rol te spelen die van toegevoegde waarde is.
Handelingsperspectief 1: Ontwikkel een Europese Iran-strategie die minder afhankelijk is van de VS
- Europese diplomatie is alleen geloofwaardig wanneer deze is ingebed in een breder strategisch kader dat rekening houdt met verschillende uitkomsten van de huidige confrontatie met Iran en de specifieke gevolgen voor Europa. Europa beschikt over diplomatieke instrumenten, ervaring binnen de E3-groep (Frankrijk, Duitsland en Verenigd Koninkrijk) en multilaterale kanalen zoals het Internationaal Atoomenergieagentschap, maar deze zijn tot nu toe vooral ingezet binnen een trans-Atlantisch raamwerk en onvoldoende voorbereid op uiteenlopende crisisscenario’s.
- De EU zou daarom een geïntegreerde Iran-strategie moeten ontwikkelen die onderscheid maakt tussen scenario’s van voortzetting van het huidige regime met aanhoudende non-proliferatierisico’s en scenario’s van regimeverzwakking of -instorting met gevolgen voor regionale stabiliteit, migratie en wederopbouw.
- Daarbij is het van belang diplomatieke de-escalatiekanalen te institutionaliseren via VN-fora en regionale bemiddelaars, de E3-positie te benutten als kernplatform voor strategische afstemming, en de politieke en financiële steun aan het IAEA te versterken om minimale inspectiemechanismen overeind te houden.
- Sanctiebeleid en diplomatie dienen daarbij systematisch op elkaar te worden afgestemd, zodat drukmiddelen beschikbaar blijven zonder essentiële communicatiekanalen volledig af te sluiten. Tegelijkertijd moet de EU voorbereidend werk verrichten voor mogelijke stabilisatie- en wederopbouwscenario’s.
- Daarbij kan de EU, aanvullend op VN-kanalen, gerichte diplomatieke inzet richting de Golfstaten (GCC) verkennen, gezien hun regionale invloed en bestaande communicatielijnen met Iran, met het oog op de-escalatie en risicobeperking.
Handelingsperspectief 2: Versterk de maritieme veiligheid
- De EU kan bestaand instrumentarium inzetten om de maritieme veiligheid te waarborgen in een context van verhoogde spanningen. De Europese economie is sterk afhankelijk van de continuïteit en voorspelbaarheid van maritieme handel en kwetsbaar voor verstoring.
- De EU beschikt al over operationele capaciteit, met name via Operation ASPIDES, die is gericht op de bescherming van de vrijheid van navigatie en maritieme situational awareness. Dit biedt een directe basis om het EU-optreden te intensiveren zonder nieuw politiek of juridisch mandaat.
- Concreet kan de EU binnen bestaande CSDP-kaders de monitoring en bescherming van EU-scheepvaart opschalen, met focus op risicogebieden rond de Straat van Hormuz en Bab-el-Mandeb.
- Daarnaast kan de EU de coördinatie van informatie-uitwisseling tussen maritieme missies, lidstaten, reders en verzekeraars versterken, om dreigingsbeelden en transitadviezen beter te harmoniseren.
- Tot slot kan zij EU-brede veiligheidsrichtlijnen voor commerciële scheepvaart vaststellen, om uiteenlopende nationale adviezen en gefragmenteerde risicobeoordelingen te voorkomen.
Handelingsperspectief 3: Stel maatregelen in werking om Europese energiezekerheid te waarborgen
- De EU beschikt over juridische en institutionele kaders voor leveringszekerheid, strategische olievoorraden op lidstatenniveau en coördinatie door de Europese Commissie, onder meer via de Oil Coordination Group, in afstemming met internationale partners zoals het Internationaal Energieagentschap.
- Concreet kan de EU de Oil Coordination Group activeren als crisisplatform voor monitoring van olievoorziening, logistieke risico’s en marktontwikkelingen.
- Daarnaast kan zij gezamenlijk scenario’s voorbereiden voor het eventuele gebruik van strategische olievoorraden, ondersteund door duidelijke politieke communicatie om marktverwachtingen te stabiliseren.
- Verder kan de EU nationale noodmaatregelen coördineren binnen de interne-markt- en staatssteunkaders om fragmentatie te voorkomen, en de afstemming met internationale partners - waaronder Amerikaanse producenten en handelaren - intensiveren om alternatieve aanvoeropties beschikbaar te houden.
Handelingsperspectief 4: Stel maatregelen in werking voor ondersteuning bescherming in de regio
- Tienduizenden Europese burgers bevinden zich in de regio. Voorbereiding van repatriëringsopties voor het geval de oorlog verder escaleert is aan de orde. Eerder was er ook al kort een luchtbrug vanuit Israël. Ook repatriëringsoperaties vereisen een Iranstrategie, evenals een Europese strategie ten aanzien van samenwerking met bijvoorbeeld Egypte en de Arabische Golfstaten.
- Vroegtijdig optreden ten aanzien van mogelijk grootschalige ontheemding is cruciaal. Een actieve diplomatieke inzet is noodzakelijk om bescherming in de regio te bewerkstelligen, inclusief het beschikbaar stellen van tijdige, betrouwbare en voldoende financiering voor opvanglanden die dat nodig hebben.
- De EU beschikt over instrumenten voor humanitaire hulp, opvang in de regio en crisisrespons, met een centrale rol voor de Europese Commissie, humanitaire inzet via DG ECHO en coördinatie-instrumenten zoals het EU Civil Protection Mechanism.
- Daarnaast kan vroegtijdige contingency-planning worden afgestemd met buurlanden en transitlanden, met aandacht voor grensbeheer en bescherming van kwetsbare groepen (inclusief gerichte hervestiging in geval van een grootschalige vluchtelingencrisis), om omvangrijke irreguliere migratie te voorkomen.
Handelingsperspectief 5: Stel maatregelen in werking om interne veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid te versterken
- Concreet kan de EU de informatie- en inlichtingenuitwisseling over Iran-gelinkte dreigingen intensiveren, met bijzondere aandacht voor hybride en cyberactiviteiten.
- Daarnaast kan de waakzaamheid en bescherming rond kritieke infrastructuur, diplomatieke vertegenwoordigingen en andere kwetsbare doelen worden verhoogd.
- De EU kan ook de coördinatie van consulaire en veiligheidsmaatregelen voor EU-burgers in de regio versterken.
- Verder kan worden ingezet op een gecoördineerde aanpak van desinformatie en buitenlandse beïnvloeding die bijdraagt aan maatschappelijke polarisatie.
Tot slot kan de EU, in nauwe samenwerking met lidstaten en lokale autoriteiten, preventieve bescherming en monitoring rond kwetsbare diaspora-gemeenschappen versterken, onder meer door het faciliteren van platforms voor politieke dialoog en het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven binnen de Iraanse diaspora met verbindingen naar Iran zelf, zonder daarbij partij te kiezen in interne politieke verhoudingen.