Reports and papers
16 February 2026

Grenzen verleggen: Externalisering van asiel en een breed gedragen hervormingsinitiatief

Premier Meloni (Italië) en premier Rama (Albanië) sloten in 2023 een akkoord; in 2022 tekenden toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Patel (VK) en minister van Buitenlandse Zaken Biruta (Rwanda) een overeenkomst. ©Clingendael/Reuters
In het kort
  • Nederland en andere Europese landen zoeken naar mogelijkheden om irreguliere migratie te verminderen en komen daarbij uit op ‘externalisering’: het verplaatsen van (delen van) de asielprocedure buiten Europa.
  • Externalisering is mogelijk volgens internationaal recht, maar de uitvoering kan botsen met Europese rechten op individueel niveau.
  • Externalisering werkt slecht als losstaande maatregel: te eurocentrisch en partnerlanden hebben weinig prikkels om samen te werken.
  • Dit vraagt om een breder hervormingspakket dat internationale partners betrekt en veel grotere nadruk legt op opvang in de regio (proximity protection). Meer legale migratie en betere financiering voor opvanglanden zouden onderdeel moeten zijn van dit pakket.

Het rapport Grenzen verleggen is opgesteld in opdracht van het ministerie van Asiel en Migratie en vormt een beleidsmatige verkenning naar de mogelijkheden van externalisering van (delen van) de asielprocedure. Centraal staat de hoofdvraag: wat is nodig om meer asielzoekers buiten de EU op te vangen en/of meer asielverzoeken buiten EU-grondgebied af te handelen? 

De analyse vindt plaats tegen de achtergrond van toenemende politieke druk om het aantal asielaanvragen te beheersen, in combinatie met bredere discussies over hervorming van het internationale en Europese migratiestelsel. Het VNVluchtelingenverdrag blijkt op zichzelf geen doorslaggevende belemmering; non-refoulement vormt wel een harde randvoorwaarde. De belangrijkste beperkingen komen echter voort uit het EUrecht, onder meer door strenge waarborgen rond rechtenbescherming, individuele risicobeoordelingen en toegang tot rechtsmiddelen. Tegelijkertijd verruimen recente aanpassingen in het Asiel en Migratiepact (in werking vanaf juni 2026) de mogelijkheden om asielzoekers over te dragen naar veilige derde landen. Externaliseringsmodellen sluiten hierop aan, want zij bouwen voort op deze flankerende instrumenten, zonder formeel onderdeel van het Pact te zijn, en worden steeds vaker gezien als een mogelijke fail-safe voor het geval de uitvoering ervan tekortschiet. Dit onderstreept het belang van voortdurende inzet op interpretatie en – waar nodig – herziening van EUwetgeving in Brussel en de lidstaten.

Het rapport onderscheidt vijf modellen van externalisering: ontschepingsplatformen, screening langs migratieroutes, een buitengrensprocedure in een niet-EU-land, volledige uitbesteding via het veilig-derde-landmodel, en terugkeer- of transithubs. Voor elk model worden de opzet, juridische implicaties, uitvoerbaarheid, risico’s en bestaande praktijkvoorbeelden geanalyseerd, zoals de samenwerking tussen Italië en Albanië, de EU-Turkije-verklaring, het VK-Rwanda-plan en Nederlandse plannen met Oeganda.

De algemene conclusie is dat deze modellen juridisch in beginsel mogelijk zijn, maar dat implementatie in de praktijk zeer complex is. Zij vereisen intensieve samenwerking met derde landen en brengen aanzienlijke risico’s met zich mee, zoals mogelijke schendingen van mensenrechten, beperkte opvangcapaciteit in partnerlanden en politieke weerstand.

Het rapport stelt dat externalisering alleen kans van slagen heeft als onderdeel van een bredere hervormingsagenda waarin mondiale verantwoordelijkheid centraal staat. Dit vraagt om sterkere internationale samenwerking en een grotere inzet op bescherming in de regio (proximity protection). Concreet betekent dit onder meer betere aansluiting tussen opvang en migratiesamenwerking, duidelijkere (tijdelijke) beschermingsvormen, aanvullende financiering voor opvanglanden en gerichte legale migratieroutes, met oog voor mogelijke effecten zoals braindrain.

Overzicht externaliseringsmodellen

 

Lees rapport

In deze bijgewerkte versie zijn passages op pagina 30 (over het VN‑Mensenrechtencomité) en pagina 46 (over de Verklaring van Kopenhagen), evenals drie voetnoten (30, 99 en 107) herzien.

Lees verder over dit rapport

Authors

External authors

Johan Wiersma - voormalig onderzoeksassistent migratieprogramma Clingendael