Op weg naar een nieuw industriebeleid, met een kickstart door Defensie
- Nederland staat aan de vooravond van nieuw industrie- en innovatiebeleid. Met investeringen in high-tech en operatie Beethoven om ASML te behouden is die koers al ingezet. Defensie kan dit beleid verder aanjagen
- Defensie groeit uit tot een grote economische speler, met investeringen in vijf sleuteltechnologieën, nauwere regionale samenwerking en meer militaire productie in Nederland
- Dit vraagt om een gerichte nationale industrie- en innovatiestrategie, met middelen en een daartoe uitgerust ministerie van Economische Zaken. Defensie kan dit versterken met stabiele orders en vroege samenwerking met industrie en kennisinstellingen
Er is sinds het verschijnen op 12 december 2025 veel gezegd en geschreven over het rapport-Wennink. Wat nog ontbreekt in die discussie is een antwoord op de vraag wat Nederland nog nodig heeft om te komen tot een volwaardig industriebeleid, en hoe de grote investeringsopgave voor defensie daaraan kan bijdragen. In plaats van te discussiëren of defensie-investeringen nu wel of niet bijdragen aan economische groei, is het vooral van belang om te kijken welke voorwaarden nodig zijn om – gegeven de noodzaak van deze investeringen – via een gericht industriebeleid de Nederlandse concurrentiepositie in Europa en de wereld te versterken.
Economische Zaken: van laissez-faire naar industriebeleid
Tegen de achtergrond van ingrijpende geopolitieke veranderingen tekent zich een fundamentele koerswijziging af bij het Ministerie van Economische Zaken. In oktober 2025 kondigde demissionair minister Karremans (EZK) in een brief aan de Kamer een actieve industriepolitiek aan. “Nederland wil essentiële capaciteiten in markten en technologieën behouden en opbouwen, waardoor Nederland economisch gewicht in de schaal legt en wederzijdse afhankelijkheden ontstaan”, aldus Karremans. Na drie decennia marktwerkingsbeleid wordt nu ingezet op “gerichte marktinterventies”. En wordt, althans daar lijkt het op, afscheid genomen van het huidige innovatiebeleid. Dat berust in belangrijke mate op fiscale stimulering en het scheppen van de juiste generieke randvoorwoorden voor het bedrijfsleven, klein en groot. De industriebrief schetst een meer specifieke aanpak ter bevordering, dan wel bescherming, van de Nederlandse industrie.
Voor de volgers van het Ministerie van Economische Zaken is deze koerswijziging geen complete verrassing. De redding van scheepsbouwer IHC, de Nederlandse bijdrage aan de European Chips Act, gerichte investeringen in high-tech, via het Nationaal Groeifonds en rechtstreeks in fotonica, en het behoud van ASML voor Nederland (“operatie Beethoven”) kondigden achteraf beschouwd de koerswijziging al aan. Waar voorheen marktwerking het uitgangspunt was, wordt sinds enkele jaren weer voorzichtig gekozen voor gerichte steun aan bedrijven en sectoren.