Al Qaeda zoekt vermoedelijk chemische en biowapens
Maar de briefcampagnes met miltvuur zijn geen overtuigende aanwijzing. Want dat is een andere vorm van terreur dan de aanslagen van 11 september, aldus Marianne van Leeuwen.
De Verenigde Staten waren er al enkele jaren aan gewend: fopaanslagen in de vorm van brieven met daarin een poeder dat miltvuur (antrax) zou bevatten. Tot voor kort bleken alle meldingen vals. De handelwijze van de daders was uitermate misselijk maar fysiek niet gevaarlijk. De incidenten werden slechts summier in de publiciteit gebracht en ze veroorzaakten geen grote onrust. Dit patroon veranderde drastisch toen een paar weken geleden in Florida het eerste poederpakketje werd geopend dat wel miltvuursporen bevatte. De ontvangers waren niet bedacht op een aanslag, en één van hen overleed.
Sindsdien deed zich in de Verenigde Staten een reeks nepgevallen, 'hoaxes', voor. Maar daarnaast werden ook nog poststukken verstuurd waar wel degelijk miltvuur in zat. Voor de mensen die deze stukken openden, zijn de lichamelijke gevolgen heel gering gebleven. Dankzij de sterk verhoogde publieke waakzaamheid werd het poeder meteen als verdacht beschouwd en kon het snel onderzocht worden. Voor mogelijk besmette ontvangers waren ook ruimschoots op tijd doeltreffende medicijnen beschikbaar.
Ook buiten de Verenigde Staten werden ineens flink wat postpakketten met verdacht poeder bezorgd. Tot nu toe is het daarbij steeds om loos alarm gegaan. Het is niet uit te sluiten dat ook buiten Amerika op een kwaad ogenblik werkelijk antrax per brief wordt verstuurd, maar inmiddels geldt overal dat de alertheid groot is en het tegenmedicijn veelal voorhanden. Wellicht gaat van deze wetenschap een ontmoedigend effect uit op potentiële daders.
Het is in het verleden vaker voorgekomen dat grote terroristische aanslagen werden gevolgd door een epidemie(tje) van valse dreigingen. Die dreigingen waren zelden te herleiden tot de organisatie achter de echte aanslag. Of het ook nu weer, buiten en binnen de VS, om een oud, vertrouwd patroon gaat waarbij onruststokers met een eigen agenda gebruikmaken van de toegenomen publieke gevoeligheid voor terroristische dreigingen, kan pas worden vastgesteld als de brievenverstuurders worden gevat. Nu al zijn naar aanleiding van de voorvallen van afgelopen weken vooral door de me-dia een paar benauwende vragen in de publieke belangstelling geplaatst: zit Al-Qaeda achter de brieven? En vooral ook, betekent dat dan het begin van een tijdperk waarin terroristen chemische en biologische wapens gaan gebruiken? Tot nu toe was nagenoeg het enige, min of meer losstaande voorbeeld de aanslag die de beruchte Japanse AUM-sekte in 1995 pleegde in Tokyo. AUM gebruikte zenuwgas, een chemisch middel, en de effecten waren vanuit het dadersperspectief hoogst teleurstellend: de veroorzaakte onrust was wel groot, maar het aantal fysieke slachtoffers bleef zeer laag.
Amerikaanse regeringswoordvoerders hebben inmiddels verklaard dat betrokkenheid van het Al-Qaeda-netwerk bij de antrax-dreigingen in hun land zeker een mogelijkheid is, maar dat duidelijke bewijzen tot nu toe ontbreken. In andere landen is zelfs dit tentatieve verband tot nu toe niet gelegd. De Amerikanen hebben al lang voordat de recente miltvuur-per-post-dreigementen de ronde gingen doen de verdenking uitgesproken dat Osama bin Laden streeft naar het verwerven van niet-conventionele, chemische, biologische of zelfs nucleaire wapens. Ze deden dat onder andere op grond van getuigenverklaringen van verdachten in eerder door Al-Qaeda gepleegde aanslagen.
Het valt moeilijk te ontkennen dat de inzet van massavernietigingswapens zou kunnen passen in het aanslagenpatroon van Al-Qaeda. Het netwerk kenmerkt zich immers door een grote onverschilligheid tegenover mensenlevens. Sterker nog: het doel blijkt zoveel mogelijk slachtoffers te maken. De aanslagen van 11 september hebben daarbij nog weer eens geïllustreerd dat er geen morele of humanitaire rem voor massamoord bestaat bij terroristen van deze soort.
Anderzijds is op een macabere manier nu net het indrukwekkende van de Al-Qaeda-aanslagen tot nu toe - en wel heel in het bijzonder van de recente aanslagen op New York en Washington - dat ze massale effecten hebben weten te bereiken met heel gewone, om niet te zeggen eenvoudige, middelen. Een stanleymes is geen kernwapen en een lijntoestel evenmin, maar ze kunnen met uiterst fatale gevolgen worden ingezet.
Uit het voorbeeld van de AUM-sekte, hoe onheilspellend ook, werd uiteindelijk vooral de slotsom getrokken dat het voor niet-statelijke organisaties nog steeds lastig zou zijn om niet-conventionele strijdmiddelen zelf te maken. Makkelijk hanteerbaar zijn dergelijke middelen ook lang niet altijd.
Het versturen van brieven of pakketjes met een geringe hoeveelheid miltvuursporen is hoe dan ook geen efficiënte methode om veel dodelijke slachtoffers te maken, en al helemaal niet als er al wijd en zijd alarm is geslagen. Er is, en dat is op zich-zelf erg genoeg, een dode gevallen en er is veel onrust en overlast veroorzaakt door deze achterbakse aanslagen en pseudo-aanslagen. Maar vanuit een oogpunt van moorddadigheid gaat het om kruimelwerk naast de terroristische acties van 11 september. Ze passen in een heel andere stijl van terrorisme.
Het zou, kortom, onverantwoord lichtzinnig zijn het risico weg te wuiven dat Al-Qaeda niet-conventionele wapens zou willen inzetten. Tegelijkertijd zijn de briefcampagnes van de afgelopen weken niet de meest overtuigende aanwijzing voor een dergelijke ontwikkeling.