Research

Articles

Amerika is nodig voor rechtsorde

15 Mar 2006 - 00:00
Om de geloofwaardigheid van de VN hoog te houden inzake Irak, moet Europa zich niet verwijderen van Amerika. Alleen Blair speelde zo een corrigerende rol in het Amerikaanse beleid, betoogt Fred van Staden.Velen zien Amerika als bedreiging van de internationale rechtsorde. De werkelijkheid is vooralsnog dat geen rechtsorde in de wereld kan bestaan zonder het fundament van de Amerikaanse macht.

Als we één les uit het verleden niet straffeloos kunnen negeren, is het wel dat het respect voor het internationaal recht en het beroep op wereldgeweten volstrekt onvoldoende zijn ons te vrijwaren van misdrijven van gewetenloze potentaten in deze wereld. De Verenigde Naties mogen niet het tragische lot van de Volkenbond ondergaan. Vergeet niet: een van de oorzaken van de afgang van de laatste organisatie was dat de VS buitenspel stonden. Vrijwillig wel te verstaan, vele Amerikanen meenden na de Eerste Wereldoorlog dat hun land zijn onschuld niet mocht verliezen in een boze wereld. Zoveel is duidelijk: demonstraties en vreedzame petities in onze landen hebben bloedige dictators nimmer tot inkeer gebracht, voorzover publieke acties zich al tegen hen richten en niet tegen de eigen democratische regering. Ook de gebeurtenissen na het einde van de Koude Oorlog toonden aan dat het begrip 'internationale gemeenschap' niet veel meer is dan een retorisch concept, tenzij de VS bereid zijn voor anderen de kastanjes uit het vuur te slepen. Zo was het in Koeweit (1991), Bosnië (1995), Kosovo (1999) en Afghanistan (2001).

Niemand mag blind zijn voor de risico's die voortvloeien uit de quasi-hegemoniale positie die de VS in de wereld innemen. Monopolisten, hoe fraai misschien hun bedoelingen ook, kunnen misbruik maken van hun machtspositie; niet zelden gaan ze zich te buiten aan arrogantie van macht. De VS vormen in elk geval wat het laatste betreft geen uitzondering. Dit ondanks de inbedding van het Amerikaanse beleid in democratische instellingen en ondanks het bestaan van een waakzame pers. De vraag is hoe we verstandig met risico's omgaan. Het klassieke recept luidt: het vormen van tegenmacht. Maar wie ziet dit nu gebeuren? De EU-landen blijken telkens wanneer een internationale crisis uitbreekt, hopeloos verdeeld. Nationale reflexen staan een gemeenschappelijke aanpak in de weg. Daarnaast maken dalende defensiebudgetten in veel landen het onmogelijk dat Europa een militaire vuist maakt.

Ook China, dat mogelijk de Amerikaanse macht wil neutraliseren, komt niet in aanmerking. Het land mist de middelen als wereldmogendheid op te treden. Zijn geopolitieke rol reikt niet verder dan de eigen regio. Zelfs in Centraal-Azië, lange tijd beschouwd als China's achtertuin, moest China het politieke terrein aan de VS overlaten. Dezelfde constateringen gelden voor het militair verzwakte Rusland, dat al moeite heeft een legerformatie van enige omvang naar crisisgebieden niet ver buiten de grenzen te dirigeren. Ik laat dan nog in het midden of Europa beter af was door te vertrouwen op de motieven van beide landen dan op die van de VS.

In deze situatie is verstandige politiek ons niet van de VS verwijderen, maar juist proberen zoveel mogelijk op gehoorafstand van Washington te blijven. Het kan geen toeval zijn dat tot dusverre Tony Blair als enige westerse leider een corrigerende rol ten opzichte van het Amerikaanse beleid kon spelen. Niet spectaculair, wel nuttig. Daarom is het verwijt dat hij het schoothondje van Bush is, onterecht. Laten schoothondjes zich niet eerder meedrijven met de stroom van de actuele openbare mening?

Beïnvloeding van de Amerikaanse politiek inzake Irak is alleen mogelijk vanuit een houding van kritische ondersteuning. En vooral met begrip voor het onvoorstelbare trauma dat de aanslagen van september 2001 onder het Amerikaanse volk heeft aangericht. Het gevoel van onveiligheid in de VS is authentiek. Daarom wekt het zoeken van confrontatie met de Amerikaanse regering slechts unilateralisme in de hand.

Het gaat erom aansluiting te zoeken bij die politieke krachten in Washington, binnen het regeringsapparaat en het Congres, die ontvankelijk zijn voor de boodschap dat eenzijdige uitoefening van macht niet in het Amerikaanse belang op lange termijn is. Dat macht zonder legitimatie van de VN het buitenlands beleid losmaakt van de steun van de bevolking en daardoor zijn morele kracht doet verliezen. En dat het dreigen met geweld alleen als doel mag hebben het gebruik daarvan te voorkomen.

Omgekeerd mag van de Europese landen worden verwacht dat ze het gebruik van geweld niet uitsluiten. Anders verliest het dreigen zijn geloofwaardigheid en is tot ineffectiviteit gedoemd. Gelukkig hebben alle Europese leiders dit uitgangspunt tijdens hun top in Brussel kort geleden onderschreven. Een lichtpuntje na de treurige demonstratie van Europese verdeeldheid.

Een ding is duidelijk: Saddam Hussein heeft na bijna twaalf jaar obstructie zijn recht op laatste kansen verspeeld. Hij moet nu aan al zijn ontwapeningsverplichtingen voldoen. Anders wordt een militaire operatie onvermijdelijk. Dit heeft niets te maken met het beginnen van een preventieve oorlog, maar alles met het afdwingen van een lange reeks van VN-resoluties.

De geloofwaardigheid van de volkerenorganisatie staat op het spel. Zeker, onder de gegeven omstandigheden is het beginnen van een oorlog tegen Irak een grote nederlaag. Maar voorkomen moet worden dat de angst voor oorlog en het verlangen naar vrede in de democratische wereld een wapen wordt in handen van een leider die al decennia lang heerst bij de gratie van terreur onder zijn eigen bevolking. Vrede is veel waard, veiligheid nog meer.

En ten slotte: welk perspectief hebben degenen die geweld onder alle omstandigheden uitsluiten, de onderdrukte Irakezen eigenlijk te bieden?