Research

Articles

Amerikaans-Chinese rivaliteit in Afrika

09 Apr 2008 - 11:04
De VS en China hebben beide belang bij het Afrikaanse continent. In hun onderlinge concurrentie lijkt China echter een voorsprong te hebben. Het opereert 'waarden vrij' en kan bogen op de ideologische band met de vroegere opstandelingen uit de periode van de Koude Oorlog. De VS daarentegen hebben meer scrupules en worden bovendien met wantrouwen bejegend. Voor het vorig jaar oktober opgerichte 'Afrika Commando" (AFRICOM) betekent dit een hele uitdaging.

George Bush noemde het 'baloney' (onzin) dat zijn land militaire bases in Afrika wilde vestigen. Hij zei dit in Ghana in februari jl. bij de afsluiting van zijn tweede Afrikaanse tournee. Hoewel vele Afrikanen de miljarden dollars van de Amerikanen voor de strijd tegen aids, malaria en armoede toejuichen, zijn er ook die de Amerikaanse motieven wantrouwen. De oprichting van het Afrika Commando (AFRICOM) vorig jaar oktober, is hier mede debet aan. Het is een publiek geheim dat Marokko, Algerije en Libië het hoofdkwartier van dit commando niet op hun grondgebied wilden toelaten. Ook Zuid-Afrika, een regionale rol ambiërend, heeft afwijzend gereageerd en tevens zijn nabuurlanden ontmoedigd in te gaan op Amerikaanse verzoeken in deze richting. Het hoofdkwartier moet daarom voorlopig vanuit Stuttgart in Duitsland leiding geven aan de geïntegreerde militair/civiele activiteiten van de VS op dit continent. Afrika was voorheen verdeeld over het Europese, Pacific en Centrale Commando. Het onder één commando brengen van het gehele Afrikaanse continent met de focus op de Afrikaanse problemen en mogelijkheden, was een hervorming die al lang voor de hand lag.

De Amerikaanse positie

De oprichting van AFRICOM onderstreept het groeiende belang van Afrika voor de Verenigde Staten. President Bush heeft voor AFRICOM vooral soft power taken in petto. De focus zal liggen op 'gemeenschappelijke doelen van ontwikkeling, gezondheidszorg, onderwijs, democratie en economische groei voor Afrika'. Naast militairen kent het commando ook civiele experts van Buitenlandse Zaken, Financiën, Justitie, Energie, Binnenlandse Veiligheid etc. Buitenlandse Zaken levert één van de twee plaatsvervangende commandanten. Een geïntegreerde aanpak ('comprehensive approach') is zo mogelijk. Een hoofddoel is om met Afrikaanse landen 'partnerschapscapaciteiten' op te bouwen.

Onder Bush is de Amerikaanse hulp verdubbeld tot 4 miljard dollar per jaar. Het meest in het oog springt de 15 miljard dollar die Washington in 2003 uittrok voor een meerjaren project tegen hiv/aids. De militaire presentie in Afrika is momenteel bescheiden. In Djibouti bevinden zich 1.800 militairen die activiteiten op het gebied van de strijd tegen het terrorisme coördineren. Daarnaast helpen militaire trainers lokale strijdkrachten in verschillende Afrikaanse landen en is er een handvol militaire adviseurs in Sudan.

De toenemende Amerikaanse betrokkenheid bij Afrika staat uiteraard niet los van de veiligheidsproblemen op dit continent. Die hebben een wereldwijze dimensie. Zo zijn onbestuurbare gebieden toevluchthavens voor terroristen, wordt de internationale scheepvaart voor de Somalische kust bedreigd en is er veel geweld in de olieproducerende Niger delta. Ook grondstoffen uit Afrika zijn voor de Verenigde Staten van toenemend belang. Het continent is immers rijk aan olie, gas, mineralen en ertsen. De Verenigde Staten zullen in het volgende decennium bijvoorbeeld voor 20 tot 25 procent van hun olie-import afhankelijk zijn van Afrika. Sommige Volgens Afrikaanse landen is het echte motief van de Amerikaanse betrokkenheid met Afrika dan ook dat de VS zich willen verzekeren van toegang tot de Afrikaanse olie en de andere natuurlijke hulpbronnen. Ten slotte mag niet vergeten worden dat de Amerikanen ook de groeiende Chinese invloed in Afrika willen tegen gaan.

De Chinese positie

"China heeft Afrika nodig" volgens de woordvoerder van het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken en heeft daarom de laatste jaren op het continent een succesvol charmeoffensief uitgevoerd. Het gaat vooral om grondstoffen, afzetmarkten en politieke allianties. Afrika voorziet nu al in 30 procent van de Chinese olie-import. Beijing stelt deze import veilig door bilaterale overeenkomsten met Afrikaanse landen te sluiten zoals Algerije, Angola en Nigeria, maar ook met Zimbabwe en Sudan: landen met politieke verwerpelijke regimes. Voorwaarden worden niet gesteld bij de grootschalige hulp aan Afrikaanse landen. Door deze 'waarden vrije' politiek vergroot China zijn strategische en economische belangen ter ondersteuning van de eigen economische opkomst. Dit ondergraaft uiteraard het Westerse beleid met zijn nadruk op goed bestuur, de beginselen van de rechtsstaat en de bestrijding van corruptie.

De Chinese benadering van Afrika past in de aspiraties om een mondiale speler te worden en maakt integraal deel uit van Beijings ambities een nieuw veiligheidsconcept te bevorderen. Hierin wil China zijn vreedzame opkomst als een wereldmacht zeker stellen en de relaties met belangrijke buurlanden en regio's versterken. Ook het Chinese Volksleger wordt in het 'Afrika-beleid' gebruikt om zijn nationale belangen te behartigen. Het Volksleger werkt op hoog niveau samen met Afrikaanse militairen en men wisselt ook militair personeel uit. Daarnaast traint het Chinese Volksleger Afrikaanse militairen en ondersteunt het de opbouw van defensie en legers in Afrikaanse landen. China leverde onder meer gevechtsvliegtuigen aan Zimbabwe, helikopters aan Angola en Mali en lichte wapens aan Namibië en Sierra Leone. Volgens Amnesty International is China met helikopters, wapens, munitie én antipersoneelmijnen de grootste wapenleverancier van Soedan geweest. Khartoem heeft deze wapens gebruikt tegen de zuidelijke rebellen. Hoewel deze wapenleveranties betrekkelijk klein zijn, baren vooral die van lichte wapens zorgen. In handen van rebellen hebben ze tot vele doden geleid, onder meer in het conflict in de Democratische Republiek Congo.

China vervult in Afrika ook een actievere rol op VN-gebied. De Chinese bijdragen van militairen en politiemensen aan VN-vredesoperaties, die zich concentreren in Afrika, zijn sinds 2001 vertienvoudigd. Zo'n 1400 Chinezen nemen deel aan vredesoperaties, onder meer in Liberia, Soedan en de Democratische Republiek Congo.

Historisch gezien gaat de betrokkenheid van China bij Afrika terug tot de Koude Oorlog. Toen vervulde China het ideologische leiderschap van de opstandelingen in Afrika. Hoewel de ideologische nadruk in het Chinese beleid is verdwenen, is de wens om leiding te geven aan de collectieve belangen van het Zuiden blijven bestaan. De Chinese bevordering van 'gelijkheid' en 'democratie' in de internationale politiek, verzet tegen externe inmenging in interne zaken en algemene steun voor de 'Vijf beginselen van Vreedzame co-existentie', geven een gevoel van verwantschap met de leiders in die ontwikkelingslanden, en biedt een concurrerende visie ten opzichte van die van Washington.

Kortom, AFRICOM - dat in september a.s. volledig operationeel moet zijn - staat voor een behoorlijke uitdaging!