Research
Articles
Amerikanen verzuimen lessen te trekken uit Irak
Generaal-majoor b.d. Eaton, die in 2003-2004 verantwoordelijk was voor de training van de Irakese krijgsmacht, verweet Rumsfeld in The New York Times dat hij te weinig troepen naar Irak had gezonden, door een irreëel vertrouwen te stellen in technologie als substituut van troepen. Eaton riep de minister op af te treden.
Nu het geweld in Irak weer oplaait, rijst de vraag of de Amerikanen wel hun lessen hebben getrokken uit het verloop van het conflict. Hoopgevend is de Quadrennial Defense Review (QDR), die het Pentagon vorige maand publiceerde. Deze tekst bestempelt irreguliere oorlogvoering als de nieuwe dominante wijze van oorlogvoering. Het document heeft het concept van 'de mondiale strijd tegen het terrorisme' ingeruild voor dat van 'de lange oorlog'. Om deze oorlog te kunnen winnen, bepleit de QDR het militair personeel en de middelen op het gebied van counterterrorism, counterinsurgency en stabiliserings- en reconstructie-operaties te versterken.
Door stabiliseringsoperaties in het militaire takenpakket op te nemen, wordt erkend dat de Amerikaanse militairen slecht waren voorbereid op de bezetting na de val van Baghdad. De QDR erkent ook dat het concept van de 'snelle overwinning op de vijand' niet altijd toepasbaar is in irreguliere oorlogvoeringscampagnes.
De Amerikaanse militair moet voortaan over nieuwe vaardigheden beschikken om 'buitenlandse culturen en samenlevingen te begrijpen en hij moet in staat zijn buitenlandse strijdkrachten te trainen, te begeleiden en te adviseren'. Van deze nieuwe toonzetting is echter weinig terug te vinden in het voorgestelde defensiebudget voor 2007 van 439 miljard dollar - overigens meer geld dan alle overige landen in de wereld tezamen aan defensie besteden (ter vergelijking: de EU-lidstaten besteden in totaal 200 miljard dollar aan defensie).
Daarnaast is de Amerikaanse regering van plan volgend jaar nog eens additioneel 120 miljard dollar aan de militaire operaties in Irak en Afghanistan te besteden. Maar van de investeringen in het defensiebudget gaat het merendeel naar platformen en wapensystemen die vooral geschikt zijn voor traditionele en veel minder voor de dominante irreguliere oorlogvoering.
Vergeleken met de vorige QDR, uit 2001, is van de toenmalige ambities niet veel gerealiseerd. Onder het etiket military transformation zouden vele traditionele wapenprogramma's worden beëindigd om geld voor nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken.
Zo zou het budget voor tactische gevechtsvliegtuigen met eenderde worden verminderd. Maar het Pentagon gaat onverdroten voort met het financieren van drie types peperdure gevechtsvliegtuigen - de F/A-22 Raptor, de F/A-18E/F Super Hornet en de F-35 Joint Strike Fighter, hoewel de Amerikanen al jarenlang domineren in het luchtruim. De 180 miljoen dollar die is uitgetrokken voor taal en culturele training van de Amerikaanse militair voor irreguliere oorlogvoering, steekt schril af bij de 280 miljoen dollar die een exemplaar van de F/A-22 Raptor kost. Het aantal vliegtuigen dat van dit type wordt gebouwd, is in de defensiebegroting zelfs verhoogd van 178 naar 183. Ook bij de marine en de landmacht blijven de grote wapenprogramma's vrijwel onaangetast.
De legitimering voor deze wapensystemen wordt gevonden in potentiële toekomstige dreigingen, in het bijzonder die van China. Dit land loopt echter technologisch ver achter bij de Verenigde Staten. De defensie-industrie die China aan het opbouwen is, maakt nog gebruik van technologie uit de jaren zeventig. Voorzover China over meer geavanceerde wapensystemen beschikt, zijn deze in Rusland aangekocht.
Daarnaast speelt Capitol Hill ook een belangrijke rol in het continueren van kostbare wapenprogramma's. Voor een Congreslid betekenen dure wapensystemen immers geld en banen in zijn kiesdistrict. De politicus op Capitol Hill die verandert van een duif in een havik als de belangen van defensiefirma's in zijn district op het spel staan, is geen uitzonderlijk fenomeen.
De vorig najaar verschenen Military Balance 2005-2006 van het International Institute for Strategic Studies, wijdt in dit verband behartigenswaardige woorden aan het dominante militair-technologisch beheersingsparadigma in het Westen, in het bijzonder in de Verenigde Staten.
De publicatie stelt dat westerse strijdkrachten te veel vertrouwen op informatie-dominantie en precisiebombardementen uit de lucht en vanaf zee, waarbij gevechten op de grond zo veel mogelijk worden vermeden. Transformation en effect-based operations zijn de nieuwe buzz words van de militair-technologische hogepriesters.
Maar in de nieuwe veiligheidssituatie raken strijdkrachten in toenemende mate verwikkeld in zeer complexe en dodelijke campagnes in stedelijk of bergachtig terrein. Zij moeten het hier opnemen tegen irreguliere vijanden, die vaak onkwetsbaar zijn voor vele van de geavanceerde technologieën die de hoeksteen vormen van de westerse Revolution in Military Affairs-benadering.
Strijdkrachten, zo stelt de publicatie, moeten tegenwoordig in 'complex terrein' opereren. 'Complex', omdat het veelal operaties zijn in stedelijke gebieden, kustregio's, jungles en bergen. Meer dan 75 procent van de wereldbevolking is hier woonachtig. Westerse strijdkrachten kunnen hier zeer onverwachts in een nabijgevecht verwikkeld raken.
'Complex' ook omdat in het operatiegebied vaak talrijke bevolkingsgroepen naast elkaar wonen, zoals verschillende etno-linguïstische groepen, politieke facties, stammen of clans, religieuze sekten, of ideologische bewegingen. Voor militaire eenheden die in dit terrein opereren, is het erg moeilijk onderscheid te maken tussen deze groepen. Dit vereist gedegen kennis van de cultuur en de talen.
'Complex', voorts, omdat er in het operatiegebied vele netwerken voor communicatie, data of informatie (inclusief de nieuwsmedia) aanwezig zijn. Een strijdmacht die in zo'n omgeving opereert, zal niet in staat zijn alle informatiestromen onder controle te krijgen. In stedelijke gebieden gebruiken de strijdende partijen vaak dezelfde telefoon- en satellietfaciliteiten en kunnen ze tactische informatie via de aanwezige nieuwsmedia verkrijgen.
In tegenstelling tot vroeger, toen strijdkrachten terrein veroverden of de vijandelijke strijdkrachten vernietigden, moeten ze nu trachten de gehele complexe omgeving te domineren met al zijn manifeste en potentiële dreigingen.
Hoewel deze visie voor een belangrijk deel in de QDR is terug te vinden, verhinderen belangen van politiek, krijgsmacht en industrie de financiële vertaling hiervan. Kortom, aan de lessen van Irak zijn nog steeds niet de noodzakelijke consequenties verbonden.