De dood van Osama bin Laden lijkt de Amerikanen eindelijk te verlossen van het trauma "9/11".
'Waarom haten zij ons?' vroegen veel Amerikanen zich wanhopig af in de eerste uren na de aanslagen van 11 september 2001. Als hoeder van de vrijheid staat het democratisch-kapitalistische Amerika immers aan de goede kant van de geschiedenis.
Kruistocht
'En hoe was het mogelijk?' was een andere prangende vraag. Juist in het begin van deze eeuw presenteerden de VS zich als het nieuwe, almachtige Romeinse Rijk. De regering-Bush wilde zelfs met een ruimteschild Amerika afschermen van externe gevaren.
Bush gaf klip-en-klaar antwoord op deze vragen. Wie Amerika in gevaar brengt, zou tot in schuilplaatsen waar ook ter wereld worden uitgerookt. Aanvankelijk sprak Bush zelfs nog van een kruistocht tegen de islam. 'Je bent voor ons of tegen ons', luidde het parool vanuit het getergde Washington.
Apocalyps
Het was voor veel Amerikanen alsof de apocalyps was uitgebroken. Plotseling werd duidelijk dat wat in grotten en holen werd bekokstoofd, onmiddellijk consequenties kon hebben voor een boer in Kansas. Regeringsfunctionarissen werden niet moe op televisie te vertellen dat er nu weer een nieuwe dreiging was. In winkelcentra, in stadions en op snelwegen waar vrachtwagens met chemische wapens gemakkelijk als rijdende massavernietigingswapens konden fungeren.
De supermacht had zich laten verrassen door een groepje burgerterroristen dat met huis-tuin-en keukenmiddelen Amerika op zijn binnenplaats had geraakt. D66-politicus Hans van Mierlo vatte het mooi samen: 'De afstand tussen geweldpleger en slachtoffer is in de loop van de geschiedenis steeds groter geworden. Eerst was er een mes, toen een speer, pijl en boog, geweer en raketten. En dan nu weer het mes en de zelfopoffering. Dichterbij kun je niet komen. Het symbool van moderniteit is heel primitief aangevallen.'
De reactie van Washington op deze nieuwe realiteit was primitief. Met bommen en granaten - Rumsfeld sprak van de 'glorie van de Amerikaanse bombardementen' - wilden de VS het spook van het terrorisme, belichaamd door Osama bin Laden, vernietigen. Alsof in deze wereld een afgesloten reservaat van het kwaad kan worden gecreëerd.
De bevrijding van de angst voor moslims
Intussen hebben Amerikanen geleerd dat de macht van de VS in het post-Koude Oorlogtijdperk niet oneindig is. Washington liep in Irak en Afghanistan tegen zijn eigen grenzen op. 'Uncle Sam' keek ook naar Londen, Madrid en Bali en leerde dat het kwaad nooit uit te bannen is en van alle tijden is.
President Obama, met zijn moslimachtergrond, reikte in toespraken zoals in de Blauwe Moskee de hand naar de gematigden onder de ruim één miljard moslims op aarde. Juist in de laatste maanden zien ook Amerikanen dat tijdens de Arabische revolte gematigden de straten en pleinen domineren. De islam blijft, zo schrijft socioloog Asef Bayat in Foreign Affairs van deze maand, een belangrijke factor in Arabische landen, maar de eisen van demonstranten zijn vrijwel geheel seculier: een grondwet, verkiezingen, 'good governance', transparantie van bestuur en bestrijding van corruptie. Landen als Indonesië, Turkije én de VS zelf zijn voorbeelden voor veel islamitische landen. Op het Tahrir-plein in Caïro zag je borden met 'Yes, we can too', waarmee een Amerikaanse snaar werd geraakt.
Obama kiest bevolking
Al Qaida is bijna geen machts- en ideologische factor meer in de huidige revolte in Azië en Afrika. Bin Ladens uitschakeling wordt in New York en Washington groots gevierd. Maar de grootste zege is dat de angst en het vijanddenken van de Amerikanen jegens de moslimwereld niet meer overheerst. In de VS begrijpt men steeds beter dat het overgrote deel van de moslims een vreedzaam bestaan wenst. Obama laat de Arabische dictators openlijk vallen en kiest de kant van de bevolking. Vandaar dat de populariteit van de VS in die regio met tientallen procenten toeneemt.