Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Angst voor China zwaar overdreven

11 Jul 2011 - 16:32

Ik sta tussen gele taxi's en toeristen op Times Square. Tussen de wolkenkrabbers doemt het Xinhuakantoor op. De Chinese mediagigant heeft inmiddels honderden correspondenten over de hele wereld. Natuurlijk is dit Chinese Manhattan-statement een flinke speldenprik in het vlees van de Amerikaanse trots.

Ik zak Broadway af en aanschouw waarom New York nog steeds 'global city' nummer 1 is.

Overal 'the buzz'. Winkels, drukte.

De duizenden miljonairs samengepakt op dit eiland zorgen voor een enorme koopkracht.

Toch moet ik al wandelend denken aan een recente uitspraak van de Chinese buitenlandexpert Wei-Wei Zhang: 'In veel opzichten haalt Shanghai New York in.

Shanghai heeft betere vliegvelden, metro's, hogesnelheidstreinen en warenhuizen. En ook nog eens een indrukwekkender skyline. En oh ja, de levensverwachting is hoger en de kindersterfte lager.'

In de verte zie ik bokstempel Madison Square Garden. Dat was dus een flinke linkse directe van Zhang. Die Chinese economische en demografische expansie groeit als bamboe almaar door, ook hier in New York.

Ik loop Canal Street in. Ben in hartje Chinatown. Veel kleine stalletjes met nepsouvenirs zijn verdwenen, al sist een enkele straatverkoper nog 'Rolex, Rolex' in mijn oor. Hier rukken grote Chinese banken en juwelierszaken op als de gouden voortanden van de Chinese welvaartsdraak. 400.000 Chinese Amerikanen wonen in Chinatown. Niet verwonderlijk dat ik beland in een stampvol parkje waar op stenen tafels 'Go' wordt gespeeld. Een vriendelijke Chinees legt mij uit dat het bij dit spel draait om omsingeling van de tegenstander.

Als ik de snelste route naar 'Little Italy' vraag, glimlacht hij. 'U bedoelt Mulberry Street?' Inderdaad, één straat. Little Italy is 'Very little Italy' geworden want steeds meer Chinezen trekken in de appartementsgebouwen.

Die omsingelingsgedachte laat me maar niet los. Wie omsingelt wie op het wereldtoneel? In de VS woedt een China-debat. Militairstrategisch gezien zouden de Chinezen bang zijn voor een omsingeling van Amerikaanse partners en bondgenoten als Japan, Vietnam, de Filippijnen en Indonesië die in snel tempo hun strijdkrachten moderniseren en op elkaar afstemmen. Een waaier van'containment light' met de Amerikaanse vloot als waakhond verschanst in vooruitgeschoven bases.

Om de 'Chinese' grondstoffenroutes van en naar Afrika te beschermen heeft Peking een 'go out'-politiek geformuleerd. Het massieve landleger van 1,6 miljoen militairen moet zich naast kustverdediging richten op zeeverdediging. 1 juli is het eerste Chinese vliegdekschip te water gelaten. De nieuwe Chinese militaire inspanningen zijn indrukwekkend.

Bij Barnes & Nobles koop ik Henry Kissinger's nieuwe boek On China. De 'realpolitiker' schrijft dat we op een kruispunt staan. We zoeken de confrontatie.

Of we bouwen een 'balance of power' à la de Koude Oorlog.

Kissinger (en ik) kiezen voor die laatste optie. China en de VS hebben beide behoefte aan stabiliteit.

Geruststellend. Zelfs als de Amerikaanse vloot zich moet terugtrekken in de Pacific en de Zuid-Chinese zee een 'Chinese mediterranean' wordt, houden beide kernmachten 'tot in de eeuwigheid' een nucleaire afschrikking in stand.

Economisch gezien kent China nu de 'roaring twenties'. Toen was in Amerika de 'sky de limit'. Maar de Chinese groei zwakt al wat af.

Uiteindelijk zal het ook in China 'back to normalcy' zijn en wordt het land geconfronteerd met economische 'ups and downs'. Wij westerlingen dachten nog tijdens de internetboom dat wij die voorgoed naar de geschiedenis hadden verbannen. Maar de wereld is geen toverspiegel. Niet in het westen, niet in het oosten.