Research
Articles
Bloedige Slag om Bagdad wacht
Na ruim een week oorlog in Irak rijst allereerst de vraag hoe het mogelijk is dat zowel de fysieke als de mentale kracht van het Iraakse leger en de stemming onder de bevolking volstrekt anders bleken te zijn dan op grond van inlichtingen was te verwachten. Dit is de belangrijkste reden dat de operatie minder soepel verloopt dat was voorspeld.
Het lijkt erop dat de inlichtingendiensten bij de voorbereiding van deze oorlog steken hebben laten vallen. De terroristenaanslagen op 11 september 2001 hadden al aangetoond dat door technologie (satellieten e.d.) verkregen inlichtingen onvoldoende zijn. 'Human intelligence', dat wil zeggen inlichtingen die men van infiltranten op de grond verkrijgt, blijken nog steeds onontbeerlijk. In de jaren tachtig toen de CIA met enkele 'covert operations' in opspraak kwam, werd deze wijze van inlichtingenvergaring echter verboden. Hoewel de Amerikanen sinds de terroristische aanslagen weer netwerken van infiltranten aan het opbouwen zijn, vergt het echter vele jaren voordat deze operationeel inzetbaar zijn.
Een andere alarmerende vraag is waarom de Amerikaanse gevechtskracht in Irak onvoldoende is. Dit heeft natuurlijk allereerst te maken met de Turkse weigering om de VS toestemming te geven landstrijdkrachten vanaf Turks grondgebied in Irak in te zetten. Het materieel van de 4de infanteriedivisie dat zich op 35 schepen onder de Turkse kust op de Middellandse Zee bevond, vaart nu richting Koeweit en het personeel zal vanuit de Verenigde Staten worden ingevlogen. Waarschijnlijk zal deze divisie pas over twee weken inzetbaar zijn.
Maar ook los hiervan zijn er twijfels gerezen of met de versterking van deze divisie de Amerikanen over voldoende gevechtskracht zullen beschikken. De kritiek die de afgelopen week op minister van Defensie Donald Rumsfeld is geuit, kwam dan ook niet onverwachts. Deze bewindsman regeert met ijzeren hand over de militaire top en schoffeert zijn generaals van tijd tot tijd zelfs.
Vooral Rumsfelds relatie met de landmacht laat veel te wensen over. Hij stelt een groot vertrouwen in geavanceerde technologie, en was aanvankelijk voorstander van de inzet van een kleine strijdmacht (50.000 tot 100.000 man), die vooral gebruik zou maken van luchtstrijdkrachten, informatiedominantie en snelheid. Uiteindelijk is onder druk van de militairen gekozen voor een compromis met ruim 200.000 militairen. Hiermee werd de 'overwhelming force'-doctrine van Colin Powell verlaten.
Als voorzitter van de verenigde chefs van staven paste Powell, de huidige minister van Buitenlandse Zaken, deze doctrine in de vorige Golfoorlog toe, toen in de strijd om het betrekkelijk kleine grondgebied van Koeweit niet minder dan 430.000 Amerikaanse militairen werden ingezet. Op dit moment opereren 235.000 Amerikaanse militairen in een strijd om een gebied dat vele malen groter is dan Koeweit. Bovendien staat, in tegenstelling tot de vorige oorlog, nu het voortbestaan van het regime van Saddam Hussein op het spel.
Het is onbegrijpelijk dat de Amerikaanse legertop deze doctrine bij de operatie in Irak onder pressie van Rumsfeld toch heeft opgegeven. Men moet wel een heel groot vertrouwen hebben gehad in de doeltreffendheid van 'shock and awe' om zo ten strijde te trekken. De problemen waren in ieder geval te voorzien geweest. Een 'war game'-simulatie die het Brookings Instituut in Washington in oktober hield, kwam immers al tot de slotsom dat voor de verschillende missies die een invasiemacht in Irak moet uitvoeren (gevechtsoperaties, krijgsgevangenen verzorgen, water en voedsel verstrekken aan de bevolking), een strijdmacht van 300.000 man te gering was. Rumsfeld lijkt zich dat nu ook te realiseren gezien de aankondiging dat de troepenmacht in het gebied drastisch versterkt zal worden.
De uitgangssituatie is voor de Amerikanen sindsdien nog ongunstiger geworden nu de Iraakse krijgsmacht zich redelijk bekwaam toont in de 'asymmetrische' oorlog, die ze voert in het kader van een beweeglijke verdediging in diepte. Aangezien Saddam Hussein in de vorige Golfoorlog heeft ondervonden dat hij zich met een grootschalig optreden in open terrein niet met de Amerikanen kan meten, richt hij zich nu op de zwakheden van zijn tegenstander, zoals het leggen van hinderlagen bij de lange aanvoerlijnen van de Amerikanen en Britten en het binden van hun troepen bij enkele steden in het zuiden.
Sinds vorig voorjaar duidelijk werd dat de Amerikanen van plan waren het regime uit de weg te ruimen, heeft de Iraakse krijgsmacht alle gelegenheid en tijd gekregen haar verdediging voor te bereiden. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de lessen die geleerd zijn van de conflicten op de Balkan en in Somalië. Dit blijkt onder meer uit het gebruik van verspreiding, verschuilen, misleiden en opereren vanuit steden. Ook blijkt er een hogere mate van onafhankelijk handelen op de diverse niveaus in de krijgsmacht mogelijk te zijn dan verwacht was. De guerrilla-acties worden voornamelijk uitgevoerd door een aantal kleine, zeer getrouwe eenheden zoals de Fedayeen Saddam.
De offensieve acties van deze eenheden in het zuiden maken deel uit van de vertragingstaktiek van Saddam Hussein. Hij verwacht dat het rekken van tijd in zijn voordeel werkt, omdat er naar zijn verwachting steeds meer Amerikaanse en Britse slachtoffers zullen vallen. Daarnaast zal hij de beelden van het groeiend aantal burgerslachtoffers gebruiken om het anti-Amerikanisme onder de bevolking in de Arabische landen verder te versterken en het draagvlak in het Westen voor de aanval op zijn regime te verminderen. De bewondering in de Arabische wereld voor Saddam, die als een primitieve David de oppermachtige Amerikaanse Goliat (met een 350 maal zo groot defensiebudget) weet te weerstaan, neemt de laatste dagen alleen maar toe.
De vele slachtoffers door incidenten met 'eigen vuur', waaronder het neerhalen van een Brits Tornado-gevechtsvliegtuig door een Amerikaanse Patriot-raket, schaden het imago van de Amerikaans-Britse 'coalitie' nog verder. Alle technologische snufjes die op het gebied van 'vriend-vijand'-identificatie zijn ingevoerd, hebben dit niet kunnen voorkomen. In de vorige Golfoorlog vielen 35 van de 146 gesneuvelde Amerikanen door vuur van eigen troepen. Bij de Britten vielen in deze oorlog tot dusver meer doden door Amerikaanse dan door Iraakse wapens.
Naast de feilbaarheid van de technologie speelt ook de menselijk factor een belangrijke rol. Zo gaf tijdens de strijd in Afghanistan een Amerikaanse militair de coördinaten van zijn eigen positie aan de bemanning van een B-52 bommenwerper door, in plaats van die van het doel. Het inzetten van honderdduizenden militairen in een oorlog en de menselijke factor daarbij uitschakelen is echter onmogelijk.
Opvallend is ook dat blijkbaar nauwelijks rekening is gehouden met het inbrengen van capaciteit om mijnen te vegen. Het langverwachte Britse schip met broodnodige noodvoorraden kon dagenlang niet in de haven van Umm Qasr afmeren wegens de vermoedelijke aanwezigheid van mijnen. Ook hier is de les van de vorige Golfoorlog niet geleerd. Toen kwamen een grote Amerikaanse kruiser en amfibisch aanvalsschip bijna tot zinken door mijnen.
Amerikanen en Britten zullen de strategische pauze die is ontstaan, gebruiken om de Iraakse krijgsmacht verder te verzwakken. Hierbij doet zich het probleem voor dat door de defensieve strategie van Saddam, er langzamerhand een gebrek aan militaire doelen ontstaat, aangezien hij zich niet waagt aan een grootschalig militair optreden in open terrein.
De 'coalitie' zal in dit intermezzo ook kunnen wennen aan het opdoemende angstscenario van een stadsoorlog in Bagdad. Want dat lijkt onontkoombaar als Saddam de komende dagen stand weet te houden. Zo'n oorlog is volgens een Britse officier met ervaring in het vechten in stedelijke gebieden te vergelijken met een messengevecht in een telefooncel. Amerikaanse studies die zich baseren op de ervaringen in straatgevechten in Panama en Mogadishu schatten in dat de Amerikanen op duizenden gesneuvelden moeten rekenen. Maar de meeste slachtoffers zullen onder de burgerij vallen, zo wijst de geschiedenis uit. Terwijl wel algemeen bekend is dat in Mogadishu achttien Amerikaanse militairen in oktober 1993 sneuvelden, is minder bekend dat in dezelfde strijd meer dan vijfhonderd burgers het leven lieten.