Research
Commentaar op Irak-toespraak president Bush 14 september 2007
Als op veiligheidsgebied vorderingen worden gemaakt, zullen tegen juli 2008 nog zo'n 130.000 Amerikaanse troepen in Irak zijn. De conclusie is dat de Irak-oorlog ook de oorlog van de nieuwe president zal zijn, misschien dus ook wel 'Hillary's war'. Ik verwacht dat op z'n minst nog zo'n 100.000 Amerikaanse soldaten in Irak zullen zijn als in januari 2009 de nieuwe Amerikaanse president aantreedt. De Democraten hebben onvoldoende machtsmiddelen om een koerswijziging af te dwingen.
De Irak-oorlog duurt voor de Verenigde Staten nu al langer dan de Tweede Wereldoorlog.
Opvallend vannacht was dat Bush het woord 'overwinning' niet meer in de mond nam. Wel sprak hij van het 'succes' van de extra troepeninzet. Daarmee geeft de president aan wat meer realist te zijn dan in het verleden toen hij nog door een kring van (neo)conservatieven werd omgeven.
Het is te hopen dat er meer realiteitszin bij de president doorbreekt. Bush trekt een vergelijking met de Vietnamoorlog door in Irak te streven naar een eervolle vrede. Een plotselinge terugtrekking zou het land in nog meer chaos storten en de regio ernstig destabiliseren. Daarom moet de huidige koers op hoofdlijnen worden voortgezet.
En hier slaat de president de plank mis. De nieuwe 'realistische' wereldleider had nu eindelijk eens het woord 'burgeroorlog' in de mond moeten nemen. Een recente, interessante studie van het Brookings Instituut ('Salvaging the Possible: Policy Options in Iraq') leert dat burgeroorlogen zoals in Bosnië en Kosovo pas beëindigd kunnen worden na een langdurige, internationale en vooral ook politieke en sociaal-economische betrokkenheid.
De regering-Bush geeft de laatste tijd signalen af een minder controversieel unilateraal buitenlands beleid te willen voeren. Zo verklaarde John Bellinger, de top-juridische adviseur van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, onlangs in Den Haag dat de Amerikaanse regering open staat voor een constructieve samenwerking met het Internationaal Strafhof.
Maar deze gematigde signalen zijn nietszeggend als de regering-Bush niet tot constructieve daden overgaat. Voor wat betreft de Irak-oorlog moet de regering-Bush zo snel mogelijk kiezen voor een internationale oplossing waarbij de Verenigde Naties, vanwege de ruime ervaring inzake wederopbouw, een belangrijke rol krijgt.
De Verenigde Staten zijn in Irak tegen hun eigen grenzen aangelopen. Na zo'n viereneenhalf jaar intensieve Amerikaanse betrokkenheid levert de Iraakse regering-Maliki nog een politiek- en veiligheidsrapport af waarin het regent van de onvoldoendes. Vrijwel geen van de achttien ijkpunten is echt gehaald. Juist deze week bezweek een compromis over een eerlijke verdeling van de oliegelden onder de interne verdeeldheid binnen de Irakese regering en gesteggel over autonomie voor de Koerden die hun eigen oliebeleid hadden ontworpen.
De Verenigde Saten kunnen in de kwestie-Irak niet zonder de betrokkenheid van de wereldgemeenschap. Wie verlangt niet naar een tijd dat pendeldiplomatie nog heel gewoon was. Dat er gestreefd werd naar politieke doorbraken als van het type Camp David of Dayton. Ik verlang weer naar maatpakken in nieuwsprogramma's in plaats van uniformen. Wie vannacht goed naar Bush luisterde en de ogen sloot, zag Bush ook in zo'n militair uniform.