Research

Trade and Globalisation

Op-ed

De '11 september'-verkramping van Amerika

02 Sep 2011 - 10:18

Begin september 2001 zat ik met NOS-journalist Rutger Mazel een biertje te drinken aan de oever van de Potomac-rivier. Vlak bij de Washingtonse monumenten. Het was een zwoele avond. De herfst zat al in de lucht. Plotseling verschenen grote 'zwarte spinnen' boven ons.

Rutger wist het meteen: 'Bush komt weer thuis!' Na een maandenlang zomerverblijf op zijn ranch in Texas moest de president zijn gezicht weer in Washington laten zien. Spijtig, want hij verbleef liever tussen de gewone mensen. Bush gaf hiermee nog eens het signaal af een plattelandspresident te zijn met dus een binnenlandse agenda.

Een dag later liep ik de werkkamer van de bekende buitenlandcommentator Norman Ornstein binnen, die zetelt in het conservatieve American Enterprise Institute.

Hoe was het mogelijk dat de Verenigde Staten zich onder de nieuwe Bush in recordtijd terugtrokken uit een reeks van internationale verdragen?

Ornsteins antwoord was van verbluffende eenvoud. 'De Koude Oorlog is voorbij, er is geen tegenkracht meer. Amerika is het nieuwe Romeinse Rijk. Zo'n militaire voorsprong is nog nooit vertoond in de geschiedenis. Als we erin slagen een antirakettenschild te construeren, zijn de Verenigde Staten definitief het onkwetsbare fort, verschanst tussen de wereldzeeën.'

Amerikaanse kranten schreven al over een neo-isolationisme.

Een paar dagen later werden de voortanden uit het gezicht van Amerika geslagen. Met eenvoudige huis-, tuin- en keukenmiddelen, lees gevechtstechnieken, werd de supermacht Amerika op notabene eigen territorium onderuitgehaald. Nooit zullen we het beeld vergeten van een president die als een opgejaagd dier door het Amerikaanse luchtruim vluchtte naar een plek in 'the middle of nowhere'.

Ikzelf dook drie dagen de donkere Hilversumse studio in en wisselde beurtelings met collega Amerika-commentator Van Rossem.

We waren en zijn het niet eens. Hij vond het nog veel te vroeg om te spreken van een keerpunt.

'Maar Maarten, je kunt niet almaar weg relativeren. Als een supermacht zo wordt vernederd, heeft dat meteen grote gevolgen voor de buitenlandse en veiligheidspolitiek.'

De implementatie van de nieuwe Bush-doctrine betekende (tot nu toe) tien jaar oorlog.

'11 September' was ook een psychologische schok. Een boer uit Kansas besefte voor het eerst dat wat in grotten ver weg in Afghanistan werd bekokstoofd het dagelijks leven direct lam kan leggen. Een enorm 'Big Brother is watching you'-apparaat werd opgezet. De Amerikaanse maatschappij en politiek schoten in een kramp.

Veel Amerikanen worstelen tot op de dag van vandaag met de nieuwe, sociale dimensie van een echte veiligheidspolitiek. Nasser Beydoun, een invloedrijke zakenman uit Detroit, vertelde mij onlangs: 'De eerste verdedigingslinie tegen het radicale moslimterrorisme is de gematigde moslims zelf. Geef ons, meer dan een miljard mensen op aarde, vertrouwen.

Sluit een mentaal bondgenootschap.'

Als moslims collectief zo radicaal zouden zijn als ultrarechtse talkradiopresentatoren zeggen, zou het in wapenland Amerika aanslagen moeten regenen.

In Washington zetelt momenteel een president die transnationaal denkt, de islam openlijk durft te bewonderen maar mede daarom door Tea Party-Amerikanen wordt verguisd als een verrader van de Amerikaanse zaak.

'11 September' bracht slechts even verbroedering. Alsof over het hele land één grote vlag werd gespannen. Maar daarna kwam de onzekerheid. Hoe kwetsbaar zijn wij? Hoe machtig nog?

De Obama-doctrine kenmerkt zich door een zekere nederigheid.

Tien jaar later zijn conservatieve presidentskandidaten als Romney en Perry spreekbuizen van een teleurgestelde massa die het na zoveel twintigste-eeuwse jubeljaren nog steeds niet kan opbrengen een meer realistisch Amerika- beeld te aanvaarden. De impact van '11 september' zal nog jaren voortduren.