Research

Articles

De EU-karavaan trekt verder, maar waarheen?

15 Mar 2006 - 00:00
Ieder half jaar wisselt het voorzitterschap van de EU. Frankrijk neemt per 1 juli het stokje over van Portugal. Welke problemen spelen er nu en wat kunnen wij verwachten van het Franse voorzitterschap en waar staat Nederland? De visie van Ben Hoetjes van het Instituut Clingendael.De EU is permanent in de revisie. De voorzitter speelt daarbij een grote rol. Niet alleen bij het dagelijkse werk in Brussel en de Europese Raad van regeringsleiders. Onder Franse leiding komt er ook een Intergouvernementele Conferentie (IGC), dat moet leiden tot een Verdrag van Nice. Een IGC is bedoeld als een periodieke onderhoudsbeurt waarbij de opzet van de Unie wordt aangepast aan de ontwikkelingen.

Bij de vorige 'grote beurt' in Amsterdam (1997) zijn nogal wat zaken blijven liggen waardoor de EU eigenlijk voortdurend 'in reparatie' is gebleven. Of dat goed is voor het functioneren van de EU, is zeer de vraag: volgens sommigen is het juist goed voor een auto, dat er voortdurend wordt gesleuteld, maar om er rustig mee te kunnen rijden is dat niet zo leuk.

Frankrijk wil in december de conferentie met een verdrag afsluiten, waarmee de Unie weer vooruit kan. Er moeten nieuwe leden worden opgenomen (de Oost-Europese landen) en de oplopende ontevredenheid die vorig jaar tot een crisis leidde, moet worden verholpen.

De belangrijkste herzieningen betreffen de Europese Commissie - het 'dagelijks bestuur' van de Europese Unie - en de Raad van Ministers. Voor wat betreft de Commissie is vooral gesproken over de omvang van de Commissie (momenteel twintig leden, waarvan de vijf grootste lidstaten er ieder twee voordragen en de andere tien lidstaten één). Kan, ook bij uitbreiding van het aantal lidstaten, ervoor gezorgd worden dat iedere lidstaat tenminste één 'eigen' commissaris houdt?

Waarschijnlijk, zal dat inderdaad zo blijven, ook al betekent dat dat de grote lidstaten 'hun' tweede commissaris kwijtraken. Belangrijk maar minder besproken is de wijziging van werkwijze en taak van de Commissie.

Voor wat betreft de Raad zijn er twee problemen. Eerste: hoe moeten de stemmen van de lidstaten onderling worden gewogen? Volgens sommigen, waaronder Nederland, moet de bevolkingsgrootte van een lidstaat sterker doorwerken in de stemmenweging. De Fransen zullen naar een compromis streven. Hetzelfde geldt voor het tweede probleem: moet er niet vaker met meerderheid worden gestemd en niet eenstemmig, waarbij iedere lidstaat de besluitvorming kan blokkeren? Ook daar geen uitgesproken Franse positie: de besluitvorming mag niet verlamd raken door blokkades, maar we moeten samen verder'.

Kopgroepen

Twee andere onderwerpen voor de IGC zijn de vorming van 'kopgroepen' binnen de EU en de herziening van de werkwijze van het Europese Hof van Justitie, dat overbelast dreigt te raken en waar een taakverdeling met nationale rechtbanken nodig is.

De discussie over 'kopgroepen' speelt al langer - een voorbeeld is de euro, waaraan niet alle lid staten meedoen - maar is onlangs aangewakkerd door de Duitse minister Fischer, die pleitte voor een federaal Europa. Frankrijk is het hiermee oneens, maar heeft het wel op de agenda gezet.

Wat Frankrijk als voorzitter graag in gang wil zetten, is een zodanige herziening, dat er een soort Europese Grondwet ontstaat. Uit de bestaande verdragen zouden de meest essentiële, 'vaste' elementen apart moeten worden gezet (de rest in een 'uitwerkingsverdrag'). Daarbij zou een Europees Handvest van Grondrechten moeten worden gevoegd.

Frankrijk hecht verder aan: het 'Europese sociale model', dat grote aandacht geeft aan werkgelegenheidsbeleid in combinatie met economische groei, bevordering van 'kennissamenleving' en de 'nieuwe economie'. Verder moeten recht op werk, huisvesting en bijstand in het Europees Handvest worden opgenomen.

Daarnaast is er de Europese defensie, die Frankrijk graag van de grond ziet komen. Diverse lidstaten werken onderling al samen, maar er liggen nog problemen. Struikelblokken zijn het recht van een lidstaat om niet mee te doen en de relatie tot de NAVO.

Dan zijn er ook actuele kwesties, waarvoor het Franse voorzitterschap aandacht vraagt. Consumentenbescherming en voedselveiligheid (naar aanleiding van de gekke koeienziekte, de varkenspest, genetisch gemodificeerd voedsel, legionella), sport (bestrijding van doping en hooliganisme) en het vervoer van gevaarlijke stoffen (naar aanleiding van de ramp met tanker Erika).

Nederland

De Nederlandse regering heeft ook wel enige wensen. Wij willen wel steeds meer meerderheidsstemmingen, over nieuwe onderwerpen, zoals asiel- en immigratiebeleid, maar liever niet over sociaal beleid (ons sociale zekerheidsstelsel mag niet in het geding komen) en belastingzaken (het nieuwe stelsel is misschien niet EU- houdbaar). 'Kopgroepen' binnen de EU vinden wij niet verkeerd, als het maar geen gesloten groepen zijn: vanuit het peloton moet aansluiting bij de kopgroep mogelijk blijven. Een niet-besproken, maar zeer belangrijke zaak voor Nederland en Europa is een vlekkeloze invoering van de euro. De euro kan een psychologische impuls geven aan de economie en Europese integratie, mits het publiek het nieuwe geld volledig vertrouwt. Het Nederlandse initiatief om iedere burger een setje euro-munten cadeau te doen is psychologisch heel aardig en verdient navolging. Tegelijkertijd moet het publiek er zeker van kunnen zijn, dat de euro niet tot verkapte prijsstijgingen leidt en dat de voordelen niet bij banken of handel blijven, maar bij de consument terechtkomen.

Daarnaast is de Nederlandse positie binnen de EU steeds meer die van 'de grootste van de kleinen'. Dat betekent, dat wij de relaties met de grotere lidstaten goed op orde moeten houden. Ook betekent het, dat wij groot belang hebben bij versterking van EU-instellingen als de Commissie en het Parlement. Een sterke, democratische structuur op EU-niveau is vooral in het belang van de kleinere lidstaten en voorkomt, dat de EU afglijdt naar een vrijblijvend gespreksforum plus-douane-unie, waarvan iedere lidstaat zich iets of niets van aantrekt.

Zo'n intergouvernementeel Europa kan voor Nederland misschien op korte termijn geen kwaad, maar op de lange termijn zal het leiden tot toenemende teleurstelling en afkeer bij kleine en grote landen. Dat Fischer heeft gezegd, waar zijn ideaal ligt, mag dan discussie en vraagtekens oproepen, het ware te wensen dat de Nederlandse regering zich ook eens uitsprak over wat wij op de lange termijn nu eigenlijk willen met Europa.