Research
Reports and papers
De herontdekking van de wereld : Nederlands buitenlands beleid in revisie
Het Nederlands buitenlands beleid heeft zich de afgelopen decennia afgespeeld binnen drie kaders: het Atlantische, het Europese en het mondiale verband. In elk van deze kaders zijn belangrijke verschuivingen opgetreden. De Atlantische oriëntatie van Nederland staat onder druk doordat met het einde van de Koude Oorlog het geopolitieke belang van Europa voor de VS is afgenomen en het Amerikaans buitenlands beleid een sterk unilaterale inslag heeft gekregen. Binnen het Europese kader wordt Nederland geconfronteerd met een dreigende aantasting van de Communautaire verworvenheden als gevolg van de uitbreiding van de Unie en een eigenzinniger optreden van de grote lidstaten. Op mondiaal niveau is, mede als gevolg van de Amerikaanse opstelling sprake, van een afnemend gezag van de Verenigde Naties en van een aantasting van de multilaterale regiems. Daarmee staan de natuurlijke ijkpunten van het Nederlands buitenlands beleid ter discussie.
In deze studie staat de vraag centraal of deze verschuivingen dwingen tot een heroverweging van prioriteiten, en, zo ja, in welke richting zo?n heroriëntatie zou moeten gaan. Sterker Atlantisch, meer Europees of hoger inzettend op de mondiale kaart? En welke voorwaarden zouden van Nederlandse kant aan het vasthouden aan c.q. versterken van een specifieke richting moeten worden verbonden? In deze studie worden deze vragen besproken aan de hand van een analyse van respectievelijk het Atlantische, Europese en mondiale speelveld. Ook wordt ingegaan op de implicaties van een eventuele herschikking van prioriteiten voor de omvang en samenstelling van de Nederlandse krijgsmacht. De studie wordt afgesloten met een nabeschouwing waarin gepoogd wordt een samenhangend perspectief voor het Nederlands buitenlands beleid in een tijd van onzekerheid te schetsen.
Een belangrijke conclusie van de studie is dat het op zijn minst voorbarig is indien Nederland zich nu van de VS zou afkeren en de NAVO zou afschrijven als veiligheidsinstituut ?in eerste aanleg?. Maar mochten de VS het Atlantische bondgenootschap selectief blijven gebruiken als handzame gereedschapskist ten behoeve van Amerikaanse veiligheidsbelangen, dan heeft Nederland geen andere keuze dan een versterkte inzet op het EU veiligheids- en defensiebeleid. De levensvatbaarheid van dit alternatief is echter afhankelijk van een aantal onzekerheden, ondermeer de vraag of de EU in staat zal blijken ook na uitbreiding de noodzakelijke slagvaardigheid en saamhorigheid op te brengen. Bij alle twijfel die daarover gerechtvaardigd is, lijkt het daarom raadzaam ook serieus na te denken over het alternatief van een veel uitdrukkelijker mondiale oriëntatie, waarbij Nederland in nauwe samenwerking met gelijkgezinden maximaal inzet op versterking van de internationale rechtsorde en het multilaterale bestel.
Deze studie is het resultaat van een gemeenschappelijke inspanning van het Instituut Clingendael, waaraan A. van Staden, P. van Ham, C. Homan, J.Q.Th. Rood en B.A.G.M. Tromp een bijdrage hebben geleverd.
Uitverkocht (off print versie beschikbaar à EUR 7,50)