De voorspelbare kritiek op de regering-Bush
Amerika slaat niet als een gek om zich heen. De weerstand tegen de acties van de VS in Afghanistan groeit. Toch valt de regering-Bush niet te verwijten dat zij alleen voor militaire actie kiest. Ook in allerlei politiek gevoelige kwesties vertoont Washington beweging.
De kritiek op de Amerikaanse luchtbombardementen op Afghanistan groeit met de dag. Dat geldt zowel voor de islamitische wereld als in de westerse landen. Daarbij wordt de Amerikanen verweten onschuldige slachtoffers onder de burgerbevolking te treffen, de humanitaire hulpverlening te bemoeilijken en met de acties alleen maar anti-westerse sentimenten aan te wakkeren. Ondertussen zou men volstrekt voorbijgaan aan de factoren die de voedingsbodem voor het internationaal terrorisme bepalen. Toch vallen bij die kritiek wel wat kanttekeningen te plaatsen.
Deze reacties waren volstrekt voorspelbaar. De Amerikanen hebben met het begin van de luchtacties op zondag 7 oktober bewust over een breed front risico's genomen. Het politieke en militaire draagvlak voor de acties was op voorhand buitengewoon kwetsbaar vanwege de mogelijkheid van slachtoffers onder de burgerbevolking. Ook bestond de kans op een humanitaire catastrofe met inbegrip van repercussies voor de hulpverlening. En er was het risico van demonstraties onder de bevolking van islamitische landen en de mogelijke bedreigingen die daarvan zouden uitgaan voor de posities van zittende regeringen in landen als Pakistan, Saoedi-Arabië en Indonesië. Voorts moest de VS rekening houden met effecten van het militaire geweld op de stabiliteit in andere regio's, zoals het Midden-Oosten en Zuid-Azië (de kwestie-Kashmir).
Het is duidelijk dat al deze overwegingen de speelruimte van Washington op voorhand sterk beperkten. Dat verklaart ook de tijd die president Bush genomen heeft om te bouwen aan de 'brede coalitie', maar uit militair-operationeel oogpunt kwam hem dat natuurlijk ook niet slecht uit. De Amerikaanse president kan niet verweten worden als een gek om zich heen te hebben geslagen. Een militaire reactie was in het licht van de terreuracties op 11 september onontkoombaar. Hij heeft uiteindelijk vier weken de tijd genomen alvorens met de bombardementen te beginnen.
Zelf was ik ervan overtuigd dat de Amerikanen binnen veertien dagen genadeloos zouden terugslaan. Het besef van die beperkte speelruimte verklaart ook waarom de VS zo nadrukkelijk de militaire voorbereidingen koppelde aan niet-militaire initiatieven op het diplomatieke, financieel-economische en juridische c.q. volkenrechtelijke vlak. Ik meen zelfs dat de Amerikanen er zelf alle belang bij hebben de 'bijkomende schade' van de bombardementen, inclusief het verlies van mensenlevens, zo veel mogelijk te beperken. Ook de Amerikanen beseffen maar al te goed dat naarmate deze bombardementen langer duren, niet alleen de kansen op onbedoelde neveneffecten toenemen, maar dat onder die omstandigheden de kritiek op de acties ook alleen maar zal groeien. Interessant hoe de regering-Bush reeds in dit stadium, nog voor de militaire acties hun politieke doelen hebben bereikt, werkt aan de vorming van een coalitie-regering in het Afghanistan van na het Taliban-regime.
Zelfs hier heeft Washington inmiddels een prijs moeten betalen door, onder druk van Pakistan, notabene in te stemmen met de deelneming van 'gematigde Taliban-elementen' in zo'n nieuwe regering. Het is het besef van deze beperkte speelruimte die de VS voortdurend dwingt volgende militaire stappen af te wegen tegen mogelijke consequenties. Daarvoor hebben de VS en het Westen inmiddels al een reeks toezeggingen gedaan, zoals inzake de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, met inbegrip van de bereidheid tot erkenning van een Palestijnse staat. Ook sprak de 'brede coalitie' over oplossing van de kwestie-Kashmir in de relatie tussen Pakistan en India en over de bereidheid, verwoord door bondskanselier Schröder tegenover president Poetin, om meer begrip op te brengen voor de strijd tegen de moslimstrijders in Tsjetsjenië.
Het Westen heeft deze verplichtingen al op zich genomen, terwijl de eerste fase nog niet eens is afgerond met een grondoffensief. En de ook al in het vooruitzicht gestelde tweede fase in de militaire strijd tegen het terrorisme is nog niet eens begonnen, namelijk de uitbreiding naar gebieden buiten Afghanistan. In beide gevallen zal dat zeker leiden tot nieuwe golven van kritiek.
Een opmerking moet me nog van het hart. Bij alle kritiek op de VS wegens de bombardementen op Afghanistan, waarin ik best een heel eind kan meegaan, hoor ik nooit een oproep aan het Taliban-regime in Kabul om Osama bin Laden, conform de eisen van de VN-Veiligheidsraad, uit te leveren. Het voordeel van dat scenario is dat het de VS zou dwingen onmiddellijk het geweld te stoppen, en zich te bezinnen op de voorwaarden voor en de middelen in de verdere strijd tegen het internationaal terrorisme.