Research
Articles
Doden door eigen vuur inherent aan oorlog
Afgelopen weekend is ook een Nederlandse eenheid in Uruzgan geconfronteerd met friendly fire (eigen vuur), de eeuwige nachtmerrie van iedere militaire eenheid. Maar eigen vuur is eigen aan oorlogvoering. In de Eerste Golfoorlog in 2000, was eigen vuur verantwoordelijk voor niet minder dan 25 procent van de Amerikaanse doden en 27 procent van de gewonden.
Ondanks alle technologische vooruitgang die sindsdien geboekt is, vielen ook bij de invasie in Irak in 2003 diverse slachtoffers door 'eigen vuur'. Zo schoten Amerikaanse Patriot-raketten een Britse Tornado en een Amerikaans F-18 gevechtsvliegtuig neer, openden Britse tanks het vuur op elkaar en voerde een Amerikaans vliegtuig een aanval uit op een colonne Koerden en Amerikaanse speciale eenheden in Noord-Irak. Ondanks alle technologische snufjes die op het gebied van vriend-vijand-identificatie zijn ingevoerd, blijft eigen vuur dus een probleem. Naast de feilbaarheid van de technologie speelt ook de menselijke factor een belangrijke rol.
Er zijn twee brede categorieën van eigen vuur te onderscheiden. De eerste is te wijten aan de fog of war, de chaos van de oorlog. Deze ontstaat tengevolge van combinaties van stress, herrie, vermoeidheid, onzekerheid, verwarring, beperkte, niet-accurate en tegenstrijdige informatie en misleiding, die eigen zijn aan oorlogvoering. Informatietechnologie kan dit probleem deels oplossen. Zo kunnen gecodeerde elektronische bakens en nummerborden een vriend-vijand-identificatie mogelijk maken. Maar het uitschakelen van de menselijke factor in een oorlog is onmogelijk.
De tweede categorie bestaat uit procedurele vergissingen of technisch falen. Er zijn veel procedures die speciaal zijn ontwikkeld om slachtoffers door eigen vuur te voorkomen. Maar als de procedures niet worden nageleefd door incompetentie, gebrekkige training of omdat ze niet worden begrepen, bestaat ook het risico van eigen vuur. Een studie van het Amerikaanse General Accounting Office (GAO) concludeert dat veel incidenten met eigen vuur te wijten zijn aan te weinig en te weinig realistische gezamenlijke trainingen en soms ook van zeer uiteenlopende procedures en regels. De eerste commandant van de Task Force Uruzgan, generaal Vleugels, noemde maandag in Nova een goede training dan ook als belangrijkste factor om de onzekerheid op het gevechtsveld voor de militair zo klein mogelijk te houden.
Bij eigen vuur speelt ook de tijdsfactor een rol. Als de bescherming van de eigen eenheid de hoogste prioriteit heeft, kan een luchtverdedigingseenheid al vuren op een binnenkomend vliegtuig, ook als er nog twijfel bestaat aan zijn herkomst. En als het succes van een bombardementsmissie voorop staat, kan een gevechtsvliegtuig een bom afwerpen op een doel waarvan volledige informatie nog ontbreekt. Het is immers een fundamenteel kenmerk van oorlogvoering dat militairen snelle beslissingen moeten nemen met gewelddadige gevolgen, vaak gebaseerd op onvolledige informatie. Wachten tot alle informatie is verzameld, betekent tijdverlies, dat de vijand in zijn voordeel kan uitbuiten.
Maar het bij onvolledige of twijfelachtige informatie vuur afgeven op een doel, betekent niet alleen dat het risico wordt gelopen dat men eigen troepen treft, maar kan bovendien in strijd zijn met het oorlogsrecht. Kortom, oorlogvoering blijft mensenwerk met al zijn dilemma's.