Research

Articles

Een symbool van ronkende humanitaire retoriek

19 May 2008 - 15:48
Als Birma zijn burgers niet wil beschermen, moet de internationale gemeenschap ingrijpen. Het blijft echter bij humanitaire retoriek, zegt Kees Homan.'Stel je voor dat een gebouw waarin zich veel mensen bevinden in brand staat; dat binnen veel mensen sterven en dat een vent met een geweer buiten staat om te voorkomen dat brandweerlieden naar binnen kunnen gaan. Vermenigvuldig dat een paar miljoen keer en je krijgt een gevoel voor wat in Birma gebeurt.' Zo uitte een zekere Mark Leon Godberg het afgelopen weekend op de website van UN Dispatch zijn verontwaardiging over de militaire junta in Birma. De feiten liegen er dan ook niet om. Terwijl als gevolg van de cycloon Nargis talloze Birmezen honger lijden, onderdak missen, kampen met gebrek aan water en zich uitbreidende ziekten, en zelfs sterven, werpt de junta nog steeds obstakels op tegen de aangeboden en zo noodzakelijke, grootschalige hulpverlening van buiten.

Het gaat hier echter om een regime dat al veertig jaar lang op grove wijze de mensenrechten schendt. Tot het onderdrukkingsrepertoire van de militaire junta behoren gedwongen arbeid voor etnische minderheden, de (meestal gewelddadige) rekrutering van meer dan 70.000 kindsoldaten (beneden de 18 jaar); en seksueel geweld tegen vrouwen in dissidente etnische gebieden. Als gevolg hiervan zijn ongeveer een miljoen Birmezen naar het buitenland gevlucht en zijn er zo'n 500.000 intern naar het oostelijk deel van het land verdreven. Aan bevolkingsopstanden maakten de militairen steeds hardhandig een einde.

Het leger is sinds de opstand in 1988 in omvang verdubbeld (375.000 parate en 107.250 paramilitairen) en slokt zo'n 40 procent van het jaarlijkse overheidsbudget op (in Nederland is dat 3,3 procent). De militairen bezetten topposities in bijna ieder overheidsagentschap en alleen zij mogen aandelen bezitten in de door militairen geleide bedrijven die een belangrijk deel van de economie uitmaken. De junta is in staat zijn macht te handhaven door uitgebreide economische en militaire relaties met vooral China en India. Deze landen beconcurreren elkaar om toegang te verkrijgen tot Birma's olie, kolen, tin, koper, zilver, zink en andere delfstoffen.

Net zoals Mao's China en Kim Jong Il's Noord Korea, accepteert de militaire junta liever tienduizenden doden, dan op grote schaal buitenlandse hulpverleners tot het land toe te laten. Deze situatie lijkt dan ook een uitstekende gelegenheid om voor het eerst de doctrine van the responsibility to protect (R2P) in praktijk te brengen.

Op de VN-Wereldtop in september 2005 hebben 170 landen deze doctrine in het Slotdocument aanvaard en daarna is deze door de Algemene Vergadering door middel van een resolutie aangenomen. Dit betekent dat het bij veiligheid niet langer alleen om staten gaat. Sinds enkele jaren is immers steeds duidelijker dat de veiligheid van mensen ook een onderdeel is van de vrede en veiligheid in de wereld.

Wat houdt R2P in? Niet het recht op interventie, maar de verantwoordelijkheid om te beschermen. De doctrine bevestigt dat het in eerste instantie de staat is die verantwoordelijk is voor de bescherming van de eigen burgers.

Iedere staat heeft de primaire plicht zijn bevolking te beschermen tegen ernstige en voortdurende schendingen van mensenrechten, en tegen de gevolgen van humanitaire crises, of ze nu door de natuur of door de mens zijn veroorzaakt. Soevereiniteit wordt hierbij opgevat in termen van verantwoordelijkheid en niet in termen van rechten van de staat.

Pas wanneer de staat zijn burgers niet kan of wil beschermen, gaat de verantwoordelijkheid om te beschermen over op de internationale gemeenschap. Deze dient dan passende actie te ondernemen, met inbegrip in laatste instantie (en als de Veiligheidsraad instemt) van militaire actie.

Frankrijk en een aantal ngo's hebben voorgesteld de doctrine van the responsibility to protect als basis te laten dienen voor een resolutie van de Veiligheidsraad, die het afleveren van internationale hulp toestaat, zelfs zonder toestemming van de junta. Maar het Franse voorstel stuitte op tegenstand van Rusland, China en Zuid-Afrika, die dit beschouwden als een inmenging in een binnenlandse crisis. Zuid-Afrika is nota bene het land waar vooral druk van buitenaf heeft bijgedragen aan het einde van de Apartheid!

De toenmalige ministers Bot van Buitenlandse Zaken en Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking noemden, in een brief aan de Tweede Kamer over de VN-Wereldtop in september 2005, de aanvaarding van het concept van R2P een 'baanbrekend resultaat'. Maar de bewindslieden eindigden met de opmerking dat 'het werkelijke succes zich in de praktijk zal moeten bewijzen'. Birma toont aan dat het concept van R2P vooralsnog een symbool is van ronkende mondiale humanitaire retoriek.