Research

Articles

Europa en Amerika, de verschillen

02 Feb 2009 - 13:38
Volgens de Amsterdamse historicus Ronald Havenaar is er sinds Ronald Reagan een mentaliteitskloof tussen de Verenigde Staten en Europa. In de jbaren tachtig zagen we de eerste contouren van een revolutie in de markteconomie waardoor de Europese verzorgingsstaat werd bedreigd. In plaats van een ontspanningspolitiek voerde Reagan een confrontatiepolitiek ten opzichte van het 'evil empire' de Sovjet-Unie, een politiek die werd aangewakkerd door een sterk opkomende evangelische beweging in de VS. Amerika vertoonde steeds minder gelijkenis met de geseculariseerde Europese welvaartsmaatschappij.

Die cesuur van Havenaar is nogal kunstmatig. Zo was in de Amerikaanse geschiedenis wel vaker sprake van een religieuze revival. In de negentiende eeuw ontwikkelde Amerika een sterk exceptionalisme waardoor de afstand met Europa alleen maar groter werd. Historicus Richard Hofstadter schreef: 'Het is het lot van onze natie geen ideologieën te hebben maar er een te zijn.' Amerika was dé natie op Gods voetenbankje. Het unieke missionaire denken stond haaks op de machtspolitieke uitgangspunten van de Europese naties wier diplomaten lange tijd handelden binnen een 'balance of power'-model. Het Amerikaanse anti-overheidsdenken en de lage belastingmoraal zijn constanten in de Amerikaanse geschiedenis. De wortels van het Reagan-conservatisme lagen dus veel dieper.

De werkelijkheid laat zich moeilijk schematiseren en mentale verschillen zijn niet goed meetbaar. Bovendien zijn er verscheidene Amerika's die wisselend dominant zijn. Reagan en Bush waren representanten van het plattelands Amerika, Clinton en meer nog Obama van het grootstedelijke Amerika met een deels ander normen en waardenpatroon. De verdienste van 'Eb en vloed' (mooie titel!) is dat Havenaar als verteller uitstekend kan uitleggen hoe anders Amerika en Europa zijn, of beter nog waren. Dat manifesteert zich inderdaad ook volop in de recente geschiedenis. In de aanloop naar de Irak-oorlog stonden Duitsland en Frankrijk tegenover de Verenigde Staten. Dat wisten we natuurlijk al, maar Havenaar verdiept door ons de diepere sentimenten te schetsen.

De 'Deutsche Weg' drukte een behoefte aan emancipatie uit. Over beide Duitslanden schrijft hij: 'Tijdens de Koude Oorlog waren de twee delen van Duitsland een protectoraat geweest van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten.' Het voormalige West-Duitsland was blij de 'last van de dankbaarheid te hebben afgeschud'. De spanningen tussen Amerika en Europa liepen hoog op en we herinneren ons de beschuldiging van de Duitse minister van Justitie dat de oorlogszuchtige plannen van Bush waren bedoeld om de aandacht van de binnenlandse problemen af te leiden 'net zoals Hitler dat had gedaan'.

Gezien alle verschillen is Havenaar voorzichtig over de toenadering tussen Europa en het Amerika onder Obama. Maar onze steeds gevaarlijker wordende wereld wordt in snel tempo voor al z'n inwoners een 'global village'. Dat betekent dat economische en veiligheidsbelangen steeds meer samen zullen vallen. Het wachten is in politieke zin op Europa. In tegenstelling tot Havenaar verwacht ik nu juist wel dat Europese burgers en politici zich uiteindelijk meer bewust zullen worden van een kernwaarden- en belangenverstrengeling tussen Amerika en Europa. De Atlantische Oceaan die ons scheidt, wordt steeds minder relevant.

RONALD HAVENAAR: Eb en vloed. Europa en Amerika van Reagan tot Obama. Van Oorschot, Amsterdam; ? 22,50.