Research
Articles
Europa is troefkaart voor Obama
Barack Obama is een politiek wonderkind dat nog maar drie jaar acteert op het Amerikaanse politieke podium. In opiniepeilingen ligt hij ten aanzien van vrijwel alle politieke dossiers voor op John McCain, behalve op het terrein van de buitenlandse en veiligheidspolitiek. Obama is een groentje, is de afgelopen tien jaar maar 24 uur in Europa geweest.
Maar vandaag heeft hij een goede kans zich in Berlijn te presenteren als staatsman in spe. Zijn grote politieke rede steekt hij uitgerekend in het oude Europa af. Nog maar vier jaar geleden werden landen als Frankrijk en Duitsland belachelijk gemaakt in de Verenigde Staten. Over Obama's voorganger als Democratisch presidentskandidaat, John Kerry, werd spottend gezegd dat hij 'op een Fransman leek'. Fransen werden getypeerd als 'laffe, kaas etende apen' en die karakterzwakte gold ook voor de pacifistische Duitsers.
Kerry werd uitgemaakt voor bondgenoot van Europa. De neoconservatieve denker Robert Kagan schreef een beroemd boek over hoe de twee werelden steeds meer van elkaar af dreven: de stoere Amerikanen leefden op oorlogsplaneet Mars, de zorgeloze Europeanen op Venus.
Dat Obama zich nu uitgerekend met dat werelddeel afficheert, heeft te maken met het veranderende beeld van Europa in de VS. In de afgelopen jaren is Amerika tegen de grenzen van z'n macht aangelopen in Afghanistan en Irak, maar ook bij andere internationale kwesties, zoals het Israëlisch-Palestijnse probleem en de uranium-confrontatie met Iran. In de internationale diplomatie spelen Angela Merkel en Nicolas Sarkozy een steeds dominantere rol.
Wat eigenlijk al op 11 september bleek, maar nu nog meer blijkt, is dat onze wereld na de Koude Oorlog geen universele waarden kent waarvan de VS de grote, eenzame vertegenwoordiger is. Naast religieus fundamentalisme is de autoritaire staatsvorm zoals die van China en Rusland in opmars. Larry Diamond van het Hoover Instituut schreef onlangs in Foreign Affairs van een 'democratische recessie'.
Amerika heeft z'n aloude NAVO-bondgenoten, waarmee het een belangenverstrengeling en waardengemeenschap heeft, weer nodig. Zelfs Kagan corrigeerde recentelijk in de New Republic zijn simplistische wereldbeeld. 'Onze democratieën zijn op elkaar aangewezen in een wereld waarin zo veel gevaarlijke uitdagingen zijn.'
Obama kan zich te midden van deze metamorfose (zelfs de regering-Bush vaart nu een meer gematige, internationale koers) prachtig profileren. Tot grote tevredenheid van ons Europeanen zal hij zeggen bereid te zijn weer te luisteren naar de bondgenoten. Het 'je bent voor of tegen ons' maakt weer plaats voor de nuance in de Amerikaanse politiek.
Het nieuwe Washington zal het internationaal recht weer tot leven roepen. De 'statenloze' gevangenis op Guantánamo Bay wordt gesloten en 'lichte martelingen' mogen niet meer, want ze staan haaks op het internationaal oorlogsrecht. Tienduizenden Berlijners zullen Obama toejuichen als een nieuwe John F. Kennedy.
Maar net als JFK zal Obama ook een andere kant tonen, namelijk die van de nuchtere realist. Afghanistan zal voortdurend door hem worden benoemd als het echte epicentrum van het terrorisme dat ons allen bedreigt. Vechten en wederopbouw zijn beide nodig.
Obama zal de druk op Europese landen om meer gevechtstaken op zich te nemen publiekelijk opvoeren. Bij die oproep wordt in Amerika gejuicht. Een leger aan journalisten zal de plaatjes en soundbites als op een presenteerblaadje in de huiskamers brengen.
De kans dat Obama daarbij een blunder begaat, acht ik klein. In een lange, keiharde verkiezingscampagne heeft hij aangetoond nauwelijks fouten te maken. Bovendien werkt Europa al mee. Nederland heeft in Afghanistan al gevechtstaken op zich genomen. En nota bene de Franse president heeft aangegeven 'dat wij het ons niet kunnen permitteren te verliezen in Afghanistan'. De politieke timing van Obama is perfect.