Fruitvliegje teistert Arabische dictators
Een fruitvliegje duikt nooit alleen op. Het wijfje legt wel tot 900 eitjes die de volgende dag al uitkomen. Het proces van larfje tot vlieg duurt veertien dagen en zo ontstaat in een mum van tijd een ware plaag voor de omgeving.
Maar één zal er toch de eerste zijn geweest. Doet me in de huidige politieke constellatie opeens denken aan Mohamed Bouazizi: een symbolische fruitvlieg. Straten en pleinen, ook in Nederland, moeten naar hem vernoemd worden. In Parijs is al zo'n plein. Op scholen moeten we over hem vertellen.
In een Tunesisch stadje verkocht hij fruit op straat. Hij onderhield z'n straatarme familie, inclusief neefjes en nichtjes, ermee. Zijn droom was ook zijn zus te helpen bij de bekostiging van haar universitaire studie.
Op de parkeerplaats werd hij voor de zoveelste keer aangehouden door een paar agenten die op straffe van een bekeuring moesten worden omgekocht met forse hoeveelheden fruit. Eén schaal, nog een schaal. Mohammed protesteerde. Kreeg van de vrouwelijke agente een klap in zijn gezicht.
'Ik wil alleen maar wat geld verdienen' stamelde hij. Het mocht niet baten. Mohamed bezocht het gouverneurshuis om de dienstdoende ambtenaar te verzoeken hier iets aan te doen. Deze haalde zijn schouders op. 'Je moet het accepteren.'
Dat deed Mohamed Bouazizi niet. Als openbaar protest tegen onderdrukking en corruptie stak hij zichzelf in brand. Onmiddellijk werden filmpjes op 'you tube' en 'facebook' gezet. (De Tunesische geheime dienst had alles onder controle, maar bleek achteraf niets te weten van de communicatieve flitskracht van met name een communicatiekanaal als facebook). Het had tot gevolg dat er een volksopstand uitbrak en vooral jongeren van gemiddeld 25-jaar gingen massaal de straten op. Niet alleen in Tunesië, maar ook in andere Arabische landen.
De Tunesische president bezocht quasi-gedwee met veel camera's nog het ziekbed van Mohamed. Hij betuigde iets van spijt en beloofde een geldbedrag ter compensatie voor de armlastige familie. Dat geld is er nooit gekomen. Na achttien dagen stierf Mohamed op 4 januari om half zes in de middag.
In mijn vorige column schreef ik over de onmacht van met name politieke leiders. Een uitzondering is Obama's gedrag van de afgelopen weken. Hij begrijpt tenminste onze wereld en handelde daarnaar ondanks zware kritiek vanuit eigen land.
Obama's 'huisfilosoof' Reinhold Niebuhr legt uit dat echte verandering slechts kan plaats vinden van onderaf: straat voor straat, buurt voor buurt. Als opbouwmedewerker heeft de jonge Obama in de slechte wijken van Chicago deze les toegepast: organiseer een change-movement van onderaf. Daar schuilt kracht van mensen.
Over het einde van de Koude Oorlog heeft president Obama gezegd dat niet zozeer leiders als Reagan of Gorbatsjov de doorslag hebben gegeven, maar de gewone havenarbeiders van Gdansk en andere burgers.
Obama relativeert, spreekt nimmer van een unieke Amerikaanse beschaving. Iedere beschaving, ieder land is bijzonder. Ieder conflict, ook dat in de Arabische wereld, heeft een eigen lokale dimensie. Zijn visie is gebaseerd op een mengeling van pragmatisme en vrijheidsidealen die dus niet exclusief Amerikaans zijn.
Tot afgelopen donderdag waren de Verenigde Staten leidend in de Libië-acties. Wie had een paar jaar geleden in het unilaterale 'je bent voor of tegen ons'-Bush-tijdperk durven voorspellen dat nu militaire acties worden gesanctioneerd door de Veiligheidsraad en de Arabische Liga en uitgevoerd door een diverse, deels ook Arabische 'coalition of the willing'? Niemand! En al helemaal niet dat de grote veranderingen die nu plaats vinden zijn ontketend door een fruitvliegje uit Tunesië.