Research
Articles
Haagse stilte over Europa doet het ergste vrezen
Om die vraag te beantwoorden is het van belang om te kijken naar de oorzaken van de verbroken verbinding tussen publiek en Europa. In de eerste plaats is Europa in de afgelopen jaren in rap tempo politieker geworden. Deze 'politisering' zal in de toekomst alleen maar toenemen, met op de agenda heikele thema's als de toetreding van Turkije, vérgaande criminaliteitsbestrijding die botst met privacybelangen en nationale gevoeligheden en de potentie van mondiaal optreden in conflictgebieden onder Europese vlag.
Een gevolg van deze 'politisering' is dat burgers steeds meer moeite hebben met het onbestemde karakter van de EU. Het is immers geen staat, laat staan een superstaat, maar ook iets anders dan een 'gewone' internationale organisatie. Dit dubbelzinnige karakter is opzettelijk aangebracht in de structuur van de EU, om nationale staten en gemeenschappelijke belangen te verenigen. Aan deze unieke constructie hebben wij als Nederland veel goeds te danken. Juist door onze actieve invloed in Europa was onze macht in het buitenland veel groter dan ons getalsmatige gewicht als kleine lidstaat. Datzelfde Europa is nu echter de bron van veel zorg en onbehagen, verbeeld in het spookbeeld van de Europese superstaat.
In de nationale politiek hebben dergelijke spookbeelden inmiddels vaste grond onder de voeten gekregen. De Haagse politici hebben zich het euroseptische jargon opmerkelijk snel eigen gemaakt. De ferme taal uit het nee-kamp vormde de basis voor onze inzet in de recente verdragsonderhandelingen: geen vlag, geen volkslied, geen ongebreidelde uitbreiding. Wat Europa dan wél zou moeten zijn, blijft stelselmatig onderbelicht. Logisch, want deze vraag is een stuk lastiger te beantwoorden.
Dat ons nationale Europadebat niet verder komt dan een discussie over 'meer' dan wel 'minder' Europa wordt echter steeds pijnlijker duidelijk. Op veel Europese onderwerpen liggen de zaken niet zwart/wit en is een samenspel tussen nationaal en Europees optreden gewenst. Belangrijker: bij veel van de genoemde onderwerpen die op ons af zullen komen is de vraag naar de 'subsidiariteit', dus of iets Europees moet, dan wel nationaal kan, überhaupt niet het meest relevante politieke punt. Vaak gaat het om essentiële keuzes over de toedeling van waarden in de samenleving. Neem terrorismebestrijding (veiligheid versus rechtstatelijkheid) en energie (zekerheid versus klimaatsverandering).
Onze nationale politici bevinden zich na het referendum en met het nieuwe verdrag op zak in een spagaat. Enerzijds is er de angst voor een nieuw referendum, anderzijds de prangende noodzaak om Europa en dit verdrag politiek te adresseren. De Haagse stilte over Europa doet het ergste vrezen: kan ons nationale politieke bestel een onherroepelijk 'veelkleuriger' Europa eigenlijk wel aan?
Toch is het onvermijdelijk dat de Haagse politiek inspeelt op deze veranderingen vanwege twee krachtige impulsen: Europa en de Nederlandse burgers zelf. Allereerst Europa: belangrijke uitdagingen komen op Europa af, het is al eerder gezegd. Migratie, vergrijzing, globalisering, klimaatverandering... grensoverschrijdend problemen die de lidstaten onmogelijk meer individueel te lijf kunnen gaan. Met andere woorden: ook als Haagse politici Europa niet oppakken als thema, zal de Europese wal het nationale schip doen keren.
En dan u, wij, de Nederlands burgers. Nederlanders zijn nog steeds met overgrote meerderheid voorstander van Europese integratie. Ook hun voorkeur gaat niet uit naar een Europapolitiek van 'dijkbewaking' waarin alles wat met Europa te maken heeft zoveel mogelijk buiten de deur wordt gehouden. Tegelijkertijd zullen burgers ook niet langer meegaan met de retoriek van het onvermijdelijke Europa, waarin niets te kiezen valt en dat ze voor het goede doel (vrede, veiligheid en stabiliteit) maar lijdelijk hebben te ondergaan. Het referendum over het nieuwe verdrag is in dat opzicht een kans voor meer EU debat, geen bedreiging.
Europese integratie is een politieke realiteit die door politici handen en voeten moet worden gegeven. Onze politici moeten daarin richting geven - liefst vóór ze daartoe door een volgende 'crisis' gedwongen worden.
dr. Mendeltje van Keulen (Clingendael, WRR) en mr.dr. Ton van den Brink (WRR, UU) zijn coordinator respectievelijk lid van de projectgroep die het WRR-advies "Nederland in Europa" heeft voorbereid.