Research
Op-ed
Hillary heeft les van 11/9 nog steeds niet begrepen
09 Jan 2008 - 12:09
Als meest politieke first lady uit de Amerikaanse geschiedenis sprak Hillary Clinton in de jaren negentig regelmatig mooie woorden over mensenrechten. In een toespraak in 1999 tijdens een bevolkingsconferentie in Den Haag noemde ze de stad 'uniek' en 'historisch'. Zij wees op de belangrijke rol van het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis en de vredesbeweging die in de Haagse salons was ontstaan rond 1900. Juriste Hillary presenteerde zich als een bevlogen hoeder van het internationaal recht. Terwijl haar echtgenoot uiteindelijk zijn handtekening zette onder het statuut van het Internationaal Strafhof, was het senator Clinton die in 2002 de Hague Invasion Act, ingediend door de ultrarechtse Republikeinse senator Jesse Helms, van harte steunde. Op basis hiervan behoudt de Amerikaanse overheid zich het recht voor gevangen genomen Amerikaanse militairen in Den Haag te bevrijden. Toen twee jaar later het Internationaal Gerechtshof in essentie de Israëlische muur in de bezette Palestijnse gebieden afkeurde, keerde zij zich in een resolutie tegen de vrijwel unanieme uitspraak van de vijftien rechters. Hillary weigerde te spreken van 'bezette gebieden' en koos voor de term 'betwiste gebieden'. Zij veroordeelde het juridische hoofdorgaan van de Verenigde Naties als 'politiek' en 'kritisch ten opzichte van Israël'. Met haar onvoorwaardelijke steun voor de Irakoorlog heeft senator Clinton aangegeven de Bushdoctrine volledig te steunen. De oorlog was in wezen een preventieve oorlog want een zichtbaar gevaar voor de veiligheid van de VS en de rest van de wereld was niet aantoonbaar. De eerste zes jaren van het Bushtijdperk hebben daarmee een flagrante schending van het internationaal recht te zien gegeven. Veel politici, waaronder ook Hillary Clinton, hebben zich in een ultrapatriottisch klimaat laten meeslepen door een simplistische buitenlandse- en veiligheidspolitiek. 'Je bent voor of tegen ons' was de holle slogan die Washington, en in feite ook Hillary, hanteerde. Na de Koude Oorlog, toen de counter balance van de Sovjet-Unie wegviel, stond Amerika op het toppunt van zijn roem. Nog nooit in de geschiedenis is een supermacht in zo'n korte tijd van z'n voetstuk gevallen. Het nieuwe 'Romeinse Rijk' is in Afghanistan en Irak tegen z'n grenzen aangelopen. De regering-Bush heeft de afgelopen twee jaar een meer gematigde buitenlandse politiek gevoerd. In het Midden-Oosten wordt met vijanden als Syrië en zelfs Iran weer overlegd. John Bellinger, de juridisch adviseur van minister van Buitenlandse zaken Condoleezza Rice, zei afgelopen zomer in Den Haag 'van harte met het Internationaal Strafhof samen te willen werken'. Nu het stof van 11 september is neergedaald, wordt ook voor Washington duidelijk wat de ware les van die dag is geweest. Er is een sterke asymmetrie tussen formele en informele macht. En ook tussen hardnekkig parochiaal en gevaarlijk fundamentalistisch denken enerzijds en weggevaagde grenzen van tijd en afstand anderzijds. Dat alles tezamen zorgt voor verwarring en onzekerheid binnen de internationale verhoudingen. De wereld is een dorp geworden. Daarbij past een Amerikaanse president die een nieuw internationalisme predikt. Hillary doet dat wel in haar huidige verkiezingscampagne. Maar daar blijft het bij. Hillary wil bijvoorbeeld een lidmaatschap van het Internationaal Strafhof alleen ondersteunen als de VS een uitzonderingspositie krijgen waardoor Amerikaanse oorlogsmisdadigers niet kunnen worden bestraft. Nu haar campagne op koers ligt, verwachten we van Hillary een genuanceerde visie op een tijdsgewricht dat niet meer valt te plaatsen in een Amerikaanse eeuw maar ook niet in een Aziatische. In dit overgangstijdperk zien we een toenemende interdependentie van machtsblokken waaronder die van Europa en de Verenigde Staten. Hillary hult zich in vage algemeenheden en zelfs in stilzwijgen. Zij heeft de lessen van 11 september nog steeds niet begrepen.