Het lukt de internationale gemeenschap maar niet om het Iraanse nucleaire programma tot stoppen te dwingen. Intussen menen veel analisten dat Iran op redelijk korte termijn - één tot vijf jaar - over een kernwapen zou kunnen beschikken. Is dit reden tot paniek?
Iran is al jarenlang bezig met het ontwikkelen van kernwapens, waarbij het land herhaaldelijk het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) en de VN-Veiligheidsraad heeft geprovoceerd. Terwijl het Westen tot strenge economische sancties probeert te komen, liggen vooral China en Rusland dwars vanwege grote economische en strategische belangen. Westerse sancties die daarom maar buiten de VN om zijn ingesteld, worden relatief eenvoudig door Iran omzeild. Zelfs al zou er binnen de VN alsnog tot een streng sanctiepakket worden besloten, dan blijft de vraag of dit Iran van een kernwapen kan afhouden. Economische sancties zijn een lange-termijninstrument, terwijl Iran volgens veel deskundigen op redelijk korte termijn een kernwapenmacht kan zijn. Het ultieme beïnvloedingsinstrument, militair ingrijpen, is in de kwestie-Iran nagenoeg onbestaanbaar. Een bombardement op nucleaire installaties zal mogelijk slechts enkele jaren vertraging in het Iraanse kernwapenprogramma opleveren, terwijl de vasthoudendheid en vijandigheid van Iran alleen maar zullen toenemen - nog los van de vraag wat zo'n bombardement betekent voor regionale en mondiale verhoudingen. De machteloosheid van de internationale gemeenschap om Iran tegen te houden, vraagt om een analyse van het ongewenste scenario: hoe gevaarlijk zou het zijn als Iran kernwapens heeft?
Bij deze vraag dienen meteen twee nuanceringen te worden geplaatst. Hoewel er inmiddels weinig twijfel meer is óf Iran kernwapens ontwikkelt, bestaat de kans dat het land het allerlaatste stapje naar zo'n wapen niet zal zetten. Sommige analisten vermoeden dat Iran mikt op een zogenoemde latente capaciteit, wat betekent dat alles aanwezig is om binnen korte tijd (enkele maanden) een kernwapen te produceren, maar dat men die laatste stap niet zet, om negatieve reacties te voorkomen. De potentie om snel een kernwapen te produceren wordt wellicht genoeg geacht om de status van regionale 'grootmacht' te benadrukken en om als 'verzekeringspolis' tegen buitenlandse vijanden te dienen. Dit zou in lijn zijn met de beweringen van geestelijk leider ayatollah Khamenei dat Iran geen kernwapen wil hebben, omdat dergelijke massavernietigingswapens in strijd zijn met de islam. Daarnaast zijn de analyses over de Iraanse capaciteiten tamelijk divers. Naast alarmerende voorspellingen dat het land binnen één of enkele jaren een kernbom kan hebben, zijn er ook berichten dat het nucleaire programma onder ernstige technische problemen lijdt - al dan niet wegens sabotage door buitenlandse geheime diensten. Desalniettemin blijft de vraag naar het gevaar van een Iraans kernwapen relevant.
Stel dat het regime in Teheran binnenkort over kernwapens kan beschikken, zou het deze wapens dan ook werkelijk inzetten? Die kans lijkt nihil. Ondanks de agressieve retoriek van president Ahmadinejad jegens Israël lijkt een nucleaire aanval vrijwel uitgesloten. Op het gebruik van kernwapens ligt sinds 1945, de eerste en enige keer dat ze ooit zijn ingezet, zo'n overal ter wereld geldend taboe, dat inzet ervan onherroepelijk zelfmoord voor het Iraanse regime betekent. De gruwelijkheid ervan zal een onmiddellijke tegenaanval veroorzaken, al dan niet eveneens met kernwapens. Er zijn overigens alarmisten die menen dat leiders als Ahmadinejad religieuze fanatici zijn die de vernietiging van hun eigen land wel overhebben voor de 'heilige taak' om Israël uit het Midden-Oosten te verdrijven. Wie zich een beetje verdiept in het Iraanse regime, moet echter concluderen dat dat wel meevalt. Sinds jaar en dag is de allereerste prioriteit van de leiders in Teheran behoud en versteviging van de eigen macht en bijbehorende luxueuze positie. Antiwesterse retoriek heeft vaak meer een binnenlands dan een buitenlands doel, namelijk om door een vijandbeeld de eigen bevolking achter zich te krijgen en te houden. De Iraanse leiders zijn niet irrationeel en ze zullen kernwapens hoogstwaarschijnlijk alleen inzetten als hun eigen positie (en leven) verloren dreigt te gaan. Alleen een buitenlandse aanval op Iran, en misschien ook een binnenlandse revolutie, zouden de omstandigheden kunnen vormen om kernwapens als laatste redmiddel in te zetten.
Bestaat er, naast de militaire inzet van kernwapens, een risico dat Iran kernwapens doorspeelt aan terreurorganisaties? Dit scenario wordt regelmatig genoemd, met als onderbouwing dat Iran actief steun verleent aan terreurbewegingen zoals Hezbollah, Hamas en Islamitische Jihad. Maar het overhandigen van kernwapens aan dergelijke organisaties lijkt een irreëel scenario. Ten eerste zal Iran na de jarenlange, zeer kostbare en risicovolle investeringen in kernwapens niet zomaar de zeggenschap over deze wapens willen overdragen. Wat als de 'ontvangende organisatie' fouten maakt met het kostbare materiaal? Bovendien zal een dergelijke 'deal' vermoedelijk snel via inlichtingendiensten bekend worden en dat kan Iran dan op ernstige (militaire) vergeldingsmaatregelen komen te staan. Dit zal uiteraard evenzeer het geval zijn als een terreurorganisatie er werkelijk in slaagt een atoomexplosie te laten plaatsvinden. Dankzij technologische mogelijkheden is iedere kernexplosie te herleiden naar de producent van het nucleaire materiaal - ieder kernarsenaal heeft zijn eigen 'vingerafdruk'. Het spoor zal onherroepelijk meteen naar Teheran leiden. Dergelijke risico's nemen de Iraanse leiders echt niet. Dat individuele betrokkenen bij het nucleaire programma kennis of materialen smokkelen, valt weliswaar niet totaal uit te sluiten, maar dat risico bestaat niet alleen in Iran - het is zelfs Nederland eens overkomen (Urenco-medewerker A.Q. Khan).
Waarom wil Iran dan eigenlijk kernwapens, als ze toch niet voor een aanval worden ingezet? Het gaat om een mix van veiligheids- en prestige-overwegingen. Buitenlandse vijanden zullen wel twee keer nadenken voor ze militaire actie tegen een kernwapenmacht ondernemen. Maar meer nog dan dat geven kernwapens - of de capaciteit om die op korte termijn te produceren - een land meer internationale macht en status. Iran wil laten zien dat het een regionale 'grootmacht' is en meetelt in de wereld. Wat dat betreft vormen kernwapens meer een politiek dan militair instrument. Op die manier zal Iran de status van kernwapenmacht ook gebruiken. De machtsverhoudingen in het Midden-Oosten worden op scherp gezet en Iran zal waarschijnlijk hoger van de toren blazen bij ontwikkelingen en onderhandelingen in de regio. Deze veranderende regionale machtsverhoudingen vormen wel een gevaar voor het internationale taboe op kernwapens. Zodra Iran over kernwapens kan beschikken, bestaat het risico dat andere landen in het Midden-Oosten dit voorbeeld volgen. Vooral landen die zichzelf ook als regionale 'grootmacht' zien, zoals Egypte, Turkije en Saoedi-Arabië, zullen zo het machtsevenwicht willen herstellen. Weliswaar hebben deze landen al tientallen jaren een kernwapenmacht in hun midden zonder dat voorbeeld te volgen: Israël. Maar dat land wordt niet, zoals Iran, als een concurrerende regionale leider gezien. De plotselinge interesse die veel landen in het Midden-Oosten sinds enkele jaren hebben in nucleaire energie, zou een voorbode kunnen zijn van meer kernwapenprogramma's. Nog meer kernwapenstaten erbij zou de nekslag kunnen vormen voor het toch al wankele wereldomvattende Nucleair Non-Proliferatieverdrag (waarover in mei 2010 een Toetsingsconferentie plaatsvindt). Mochten nog meer landen in de regio kernwapens verwerven, dan neemt bovendien de kans op een gewapend conflict, met mogelijke inzet van kernwapens, in het Midden-Oosten toe. En dát scenario is zeker gevaarlijk te noemen.
Zover is het echter nog lang niet. Een eensgezinde internationale gemeenschap kan het Iraanse kernwapenprogramma nog steeds tot stoppen dwingen, al wordt dat met het verstrijken van de tijd steeds lastiger. Mocht Iran het tot kernwapenmacht schoppen, dan kunnen vertrouwenwekkende maatregelen in de regio, zoals breed gedragen overleg over bijvoorbeeld veiligheidswaarborgen, wellicht verdere escalatie en proliferatie in het Midden-Oosten voorkomen. Blijvende sancties en waterdichte exportcontroles tegen Iran behouden ook hun nut, want aanhoudende pressie kan Iran alsnog doen inzien dat het gebaat is bij nucleaire ontwapening. Er zijn immers meer voorbeelden van landen die hun kernwapens hebben opgegeven.
Mocht Iran de kernwapenstatus bemachtigen, dan is dat zeker problematisch. Maar van een enorm gevaar is op korte termijn geen sprake. Er is geen reden tot paniek, en de diverse beleidsopties dienen in alle rust bekeken te worden.