Research

Op-ed

Hollandse blamage in Washington

01 Mar 2010 - 11:05
Oppervlakkig electoraal gewin wint het in Den Haag van diepgaande solidariteit met Washington Defensie, diplomatie en ontwikkeling zijn kernbegrippen van het door Obama zo geprezen Hollandse Afghanistanmodel. Hillary Clinton sprak bij haar aantreden meteen van een nieuwe 'smart power', een intelligente mix immers van 'soft' en 'hard power'. Maar PvdA-politici, onder wie de nu afgetreden minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders, legden de nadruk op 'diplomatie' en 'ontwikkeling'. Daarmee namen zij al direct afstand van Washington en de Navo. Van PvdA-leider Bos en de zijnen mocht niet gesproken worden van een gevechtsmissie. Maar in een met bermbommen bezaaid gebied waar talibanstrijders regelmatig opduiken, speelt het veiligheidsaspect uiteraard een belangrijke rol. Veelzeggend voor die PvdA-houding is dat nog wel onze F-16's hoog, en dus relatief veilig, een rol mogen blijven spelen. Als er wél een compromis gesloten had kunnen worden binnen 'Balkenende 4' hadden die vliegtuigen nog een aardige splijtzwam kunnen vormen. De PvdA vertoont met enige regelmaat de reflexen van de 'gebroken geweertjes'-mentaliteit. Dat bleek in begin jaren tachtig bij de steun voor de grote antikernwapendemonstraties maar was ook zichtbaar na de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Op 1 december van dat jaar meldden Nederlandse media dat binnen onze regering 'paniek' was ontstaan omdat de regering-Bush had gevraagd om F-16 gevechtsvliegtuigen voor de Afghanistanmissie. Maar het kabinet Kok wilde absoluut niet betrokken raken bij gevechtshandelingen. Bronnen op het Haagse ministerie van Buitenlandse Zaken merkten op dat Nederland voor Washington met zo'n halfzacht antwoord door de mand was gevallen. Toen kon PvdA-premier Wim Kok het kabinet nog met paarse lijm aan elkaar smeden. Voor CDA-leider Balkenende, die inmiddels de enige echte trans-Atlantische partij vertegenwoordigt, was dat onbegonnen werk. Onze trans-Atlantische band is een sterke. We delen nu eenmaal dezelfde kernwaarden en basisbelangen op veiligheids- en economisch terrein. Maar met dit Nederland kan Washington geen zaken doen. Een beperkte trainingsmissie in omvang en tijdsduur binnen ons expertisegebied Uruzgan was een logisch compromis geweest. Dat Bos dit niet voor zijn verantwoording kon nemen, getuigt van een naïeve, provinciaalse houding. Na de Koude Oorlog ligt het accent binnen onze politieke discussies veelal op het binnenland. Wij zijn in de ban van de eigen polder terwijl wij steeds meer leven in een 'global village'. Wat in grotten in het onherbergzame Afghanistan wordt bekokstoofd kan meteen desastreuze gevolgen hebben voor burgers in bijvoorbeeld New York, Madrid of Londen. De kwestie-Uruzgan maakt duidelijk dat ook partijen als de PVV en nota bene zelfs de VVD de transAtlantische band niet echt koesteren. Oppervlakkig electoraal gewin wint het van diepgaande solidariteit met Washington. Dat zal in Washington niet gauw vergeten worden. Nederland is nog niet als een 'Nova Zembla' dat zich loswrikt van de rest van Europa. Maar het is de hoogste tijd voor een echt inhoudelijke discussie over de koers van onze buitenlandse politiek. Niet te veel gevraagd in een tijd waarin iedere, ook Nederlandse, burger gevaar loopt. Bij stabiliteit in Afghanistan heeft ook de in PvdA-campagnes regelmatig opgevoerde tante Truus baat.

Willem Post is Amerika-deskundige aan het Instituut Clingendael en columnist van deze krant.