Research
Articles
Hulp gaat niet vóór onze veiligheid
De nota stelt voor het optreden van de krijgsmacht tot het middenspectrum te beperken, waardoor zwaar materieel voor het hoge geweldsspectrum kan worden verkocht. Hoe valt dit te rijmen met de in de nota ondersteunde Nederlandse bijdragen aan reactiemachten van de EU en NAVO, die hoog in het geweldsspectrum moeten kunnen opereren?
En is er wel een grens is te trekken tussen verschillende soorten acties? Vredesmissies kunnen escaleren tot vechtmissies en daarop moet men voorbereid zijn, zoals Uruzgan aantoont. Daarvoor zijn onder meer F-16's en pantserhouwitzers nodig, waarin de PvdA fors wil snijden. Merkwaardig is ook de voorgestelde korten op Leopard-tanks welk type tanks Canada noodzakelijk heeft geacht voor inzet in Kandahar in Afghanistan.
De nota maakt weinig onderbouwd korte metten met de marine. De vloot mag in de toekomst nog slechts over drie fregatten beschikken (1989:20). Zo kan het aantal LCF-fregatten 'probleemloos' van vier naar drie worden teruggebracht. De opmerking dat fregatten slechts zo nu en dan worden ingezet is in strijd met de feiten. Er ligt permanent een fregat bij de Nederlandse Antillen en Aruba en zijn er veelvuldig fregatten ingezet bij de operaties in de Arabische en Middellandse Zee.
Ook hier wreekt zich weer het ontbreken van een veiligheidsanalyse. Rusland is zijn krijgsmacht (waaronder zijn vloot) weer aan het moderniseren. Landen als Japan, India, China en Zuid-Korea zijn hun oppervlakteschepen en onderzeeboten fors aan het uitbreiden. Dit doen ze mede om hun energievoorziening vanuit de Perzische Golf te beveiligen. Voor Nederland wordt de bescherming van toevoer van grondstoffen vaak aangemerkt als het derde vitale veiligheidsbelang. Dat betekent dat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen bij de beveiliging van onze aan- en afvoerroutes van energie. Nederland behoort tot een van de rijkste landen ter wereld en is in de laatste jaren afgedaald tot de onderste regionen van de NAVO voor wat betreft het percentage van het Bruto Nationaal Product dat aan defensie wordt besteed. Hoewel binnen de NAVO een richtlijn van twee procent is overeengekomen, bedraagt het Nederlands percentage zo'n 1,4 procent. Maar voor Ontwikkelingssamenwerking geeft Nederland als een van de weinige landen zelfs meer dan de internationaal afgesproken 0,7 procent van het BNP uit. Bovendien is Defensie vraaggestuurd en Ontwikkelingssamenwerking aanbodgestuurd.
De PvdA bewijst de krijgsmacht met deze nota een slechte dienst, omdat deze niet op een analyse van de internationale veiligheidssituatie berust, maar op een ideologisch gedreven visie op ontwikkelingssamenwerking, waaraan de krijgsmacht ondergeschikt wordt gemaakt.
Hoe is het toch te verklaren dat ondanks alle onzekerheid en instabiliteit in de wereld de PvdA pleit voor een verdere ontmanteling van onze internationaal kwalitatief goed bekend staande krijgsmacht? Wellicht omdat Defensie niet beschikt over een eigen achterban. Andere beleidsterreinen zoals Sociale Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Landbouw en Economische zaken beschikken in de politiek en in goed georganiseerde belangengroeperingen wel over zo'n achterban. Bovendien doet zich ook langzamerhand gelden, dat vrijwel geen enkel Kamerlid meer via de dienstplicht met de krijgsmacht kennis heeft gemaakt. Daarnaast is de overheersende mening in Den Haag dat je als minister van Defensie weinig kunt scoren en dat je slechts risico's loopt.
Het is zaak dat er eindelijk eens een eind komt aan het hobbyisme om Defensie als politieke speelbal te beschouwen en voortdurend te reorganiseren. Het verloop onder het 'reorganisatiemoede' personeel heeft inmiddels zorgwekkende vormen aangenomen. Het zou een goede zaak zijn wanneer het kabinet een Staatscommissie van deskundigen zou instellen die een eenduidige visie ontwikkelt over de positie en de rol van de Nederlandse krijgsmacht in de nabije toekomst. Daar is Nederland meer mee gediend dan voor de zoveelste keer de krijgsmacht overhoop te halen.