Research

Articles

Irak heeft de nodige (oorlogs)lessen geleerd

15 Mar 2006 - 00:00
Een eventuele aanval op Irak zal geen reprise worden van de Golfoorlog. De strijd zal zich niet in de woestijn afspelen en technologie zal niet doorslaggevend zijn, meent Kees Homan.De uitspraak van de Engelse premier Blair in het Lagerhuis dat Irak in 45 minuten biologische en chemische wapens kan inzetten, lijkt een militaire aanval op Irak weer een stap naderbij te brengen. Een militaire confrontatie met Irak zal voor een westerse coalitie onder leiding van de VS minder gemakkelijk verlopen dan de Golfoorlog, Kosovo en Afghanistan: de militaire leiding van Irak heeft uiteraard de lessen uit deze conflicten getrokken.

De belangrijkste les van de Golfoorlog voor Irak is, dat ze voor de Amerikaanse strijdkrachten in de open woestijn geen partij zijn. Zo zal Irak niet zoals tijdens de Golfoorlog zijn met tanks uitgeruste eenheden in de woestijn inzetten, waar ze voor de Amerikaanse luchtstrijdkrachten een dankbare prooi vormen. Ook zal Irak niet, zoals de Talibaan deed, zijn troepen in statische posities laten ingraven, waardoor ze als sitting ducks fungeerden voor Amerikaanse luchtaanvallen.

Er bestaat in Irak ook geen oppositie zoals de Noordelijke Alliantie in Afghanistan. De strijdkrachten van de oppositionele Koerden en sjiieten zijn lang niet zo omvangrijk en goed bewapend in vergelijking met de Iraakse krijgsmacht, als de Noordelijke Alliantie dat was met de Talibaan. Bovendien zijn de Koerden niet vergeten hoe de Amerikanen hen na de Golfoorlog in de steek lieten.

Saddam Hussein zal zijn gebrek aan mobiliteit en technologie trachten te compenseren door een belangrijk deel van zijn troepen in de steden in te zetten. Een aanwijzing hiervoor is, dat drie pantser-divisies van de Republikeinse Garde in een ring rondom het 7 miljoen inwoners tellende Bagdad zijn gestationeerd en defensieve posities voor hun materieel hebben ingericht. Het vechten in stedelijke gebieden (urban warfighting)vormt zelfs voor moderne strijdkrachten als die van de Amerikanen één van de moeilijkste vormen van oorlogvoering. Door de aard van het stedelijk terrein gaan de voordelen van luchtstrijdkrachten, pantsereenheden en geavanceerde verbindingen grotendeels verloren. Zelfs de effectiviteit van artillerie is gering, omdat vernielde gebouwen een goede schuilplaats bieden voor vastbesloten verdedigers, zoals de Duitsers bij Stalingrad in 1942-1943 hebben ondervonden.

Technologie speelt in dit soort gevechten geen doorslaggevende rol. Wie herinnert zich niet de geavanceerde Amerikaanse helikopters die in Mogadishu door eenvoudige schoudervuurwapens naar beneden werden gehaald. En de Tsjetsjeense rebellen wisten in Grozny het overgrote deel van de Russische gepantserde personeelsvoertuigen en tanks uit te schakelen.

Hoewel de Iraakse krijgsmacht tijdens de Golfoorlog zo'n 40 procent aan gevechtskracht heeft ingeboet, beschikt het voor gevechten in steden over een overvloed wapens, zoals anti-tankwapens, schoudervuurwapens tegen luchtdoelen, automatische wapens, mortieren, explosieven en mijnen. Bovendien zal Hussein de meeste wapens plaatsen nabij appartementsgebouwen, ziekenhuizen, scholen en moskeeën. Hij zal er ongetwijfeld voor zorgen dat hierdoor voldoende burgers om het leven komen om ? gebruikmakend van de media ? onrust of rellen in andere Arabische hoofdsteden en grootschalige protesten in het westen te veroorzaken. Uiteindelijk zullen de Amerikanen deze strijd winnen, maar waarschijnlijk tegen de prijs van vele slachtoffers.

De vraag is ook niet zozeer of de Verenigde Staten een eind kunnen maken aan het regime van Saddam Hussein, maar ook of ze erop voorbereid zijn het land voor vele jaren te bezetten. De vooruitzichten op een stabiel bewind na omverwerping van Hussein zijn weinig rooskleurig. Waarschijnlijk zal een machtsstrijd tussen de sjiieten in het zuiden en de Koerden in het noorden ontstaan. Bovendien zijn er speculaties dat de Koerden de olierijke regio in Noord-Irak rondom de stad Kirkuk zullen bezetten, die op Koerdisch grondgebied ligt. Mede gezien de Turkse minderheid in Kirkuk is een Turkse interventie dan niet uitgesloten. Ook is het mogelijk dat militante Shia's uit Iran hun geloofsgenoten in Zuid-Irak gaan steunen.

De VS zullen de vrees voor destabilisatie van de regio dan ook moeten voorkomen door de territoriale integriteit van Irak te waarborgen met een substantiële militaire aanwezigheid van naar schatting zo'n 50.000 à 100.000 militairen. Hoewel de Amerikanen er tot voor kort blijk van gaven weinig te voelen voor de inzet van Amerikaanse militairen voor nation-building, vinden ze nu ook in het instabiele Afghanistan een uitbreiding van de vredesmacht voor dit doel noodzakelijk. Duidelijk is geworden dat het vestigen van een instant democracy in dit land een utopie is. Aangezien een langdurige uitsluitend Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak te veel het karakter heeft van een bezettingsmacht, zal de voorkeur uitgaan naar een internationale vredesmacht.

Ongetwijfeld zal ook Europa een substantiële bijdrage hieraan gaan leveren. Niet uitgesloten is dat in Irak inspanningen voor een politieke en maatschappelijke nation-building vereist zijn, waarvan de omvang doet denken aan die van Japan en Duitsland na WO II. Ook na het verdrijven van Saddam Hussein zijn we van Irak voorlopig niet af.