Research

Articles

Irak-onderzoek is te riskant voor premier

14 Mar 2007 - 16:33
Tussen de regels van het regeerakkoord ligt ook de afspraak dat de PvdA-fractie niet zal streven naar een parlementair onderzoek over de steunverklaring aan de oorlog tegen Irak door het toen demissionaire kabinet-Balkenende I. Een noviteit: een regeerakkoord dat inbreuk maakt op de rechten van de volksvertegenwoordigers. Kortom, de PvdA heeft gegeven en het CDA heeft genomen. Toch is de onvoorwaardelijke capitulatie van de PvdA minder interessant dan de hardnekkigheid waarmee Balkenende zo'n onderzoek wil uitsluiten. Wie niets te verbergen heeft, hoeft nergens bang voor te zijn. Van Arie Elshout (Forum, 5 maart) mag zo'n onderzoek er gelukkig wel komen, maar hij vindt dat de critici zwaar overdrijven. Nederland heeft helemaal niet daadwerkelijk aan de oorlog meegedaan! Het uitspreken van politieke steun stelt nauwelijks iets voor, dat zijn maar woorden, een 'vodje papier', kun je zeggen. De analyse van internationale politiek krijgt een heel nieuw formaat als buitenlandredacteuren regeringsverklaringen ten gunste van een omstreden oorlog wegwuiven als nauwelijks relevant.

Terecht wijst Elshout er verder op dat de Nederlandse steun aan de oorlog op andere argumenten gebaseerd is dan die de Britse en de Amerikaanse regeringen aanvoerden om de oorlog te beginnen. Hij vindt dat niet vreemd, maar dat is het wel: hoe kan Nederland een oorlog steunen die op heel andere gronden wordt gevoerd dan het de juiste acht?

De Nederlandse regering motiveerde haar steun met het argument dat Saddam resoluties van de V-raad uit de periode van de Golfoorlog, 1991-'92, niet had uitgevoerd. Elshout meldt dat voor dit argument door de regering gekozen werd 'conform Nederlands internationaalrechtelijke traditie'. Hij meldt ook dat de critici van de steunbetuiging stellen dat een oorlog voeren zonder expliciet mandaat van de VN een schending van het internationaal recht is. Volgens hem bewijst dit dat je met het recht alle kanten uitkunt, 'je kunt er een oorlog mee goedkeuren, maar ook veroordelen'. Hier slaat Elshout de plank volledig mis.

Een recapitulatie: het begon in september 2002 met een verklaring van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, De Hoop Scheffer, waarin werd gesteld dat voor oorlog tegen Irak een nieuwe resolutie van de V-raad wenselijk, maar juridisch niet nodig was. Op dat moment wist alleen de Britse regering dat de regering Bush jr van plan was Irak aan te vallen, maar nog niet besloten had hoe en onder welke voorwendsels. Twee weken na de brief van De Hoop Scheffer kozen de VS en het Verenigd Koninkrijk ervoor de weg naar de oorlog via de Veiligheidsraad te laten lopen.

Het resultaat was resolutie 1441, unaniem aanvaard, waarin Irak werd gemaand op straffe van ernstige maatregelen openheid te verschaffen over zijn 'massavernietigingswapens' en daartoe VN-inspecteurs met grote bevoegdheden toe te laten. Aan deze resolutie gaf Irak meteen gehoor en een dag later waren de inspectieteams onderweg. De tekst van de resolutie was zo, dat deze niet bij weigerachtigheid van Saddam als een mandaat voor militair optreden kon dienen. De resolutie, meldde de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, bevatte geen hidden triggers.

Wat bezielde de Nederlandse regering in september 2002 om zonder enige noodzaak met een verklaring te komen dat een oorlog tegen Irak zonder mandaat van de V-raad legitiem was? Terecht vroeg PvdA-Kamerlid Koenders de minister toen over dit door hem ingenomen standpunt advies in te winnen bij de toenmalige Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken. Dit weigerde de bewindsman. Anders dan Elshout suggereert, bestaat er consensus onder volkenrechtgeleerden dat een twaalf jaar oude resolutie (met name resolutie 678 uit 1990) niet een blijvend mandaat voor militaire actie geeft. Dit standpunt namen ook de VS en het Verenigd Koninkrijk in, toen ze naar een resolutie van de V-raad zochten om een volkenrechtelijk mandaat voor de aanval te krijgen. Zoals bekend slaagden de beide staten er, ondanks grove druk op kleinere leden van de V-raad, niet in een meerderheid achter zo'n resolutie te verenigen. Uiteindelijk waren twee van de dertien andere leden bereid een tweede resolutie te steunen. Daarop lieten Washington en Londen het niet op een stemming aankomen en gingen eigenmachtig tot de aanval over, met als argument dat de massavernietigingswapens van Saddam een onmiddellijke en rechtstreekse bedreiging vormden.

Vóór de oorlog konden beide landen geen enkel bewijs van het bestaan van die wapens geven. Ze negeerden de uitkomst van de wapeninspecties die inmiddels door de VN in Irak werden uitgevoerd en al tot de conclusie hadden geleid dat van nucleaire wapens, of faciliteiten hiervoor, geen sprake was. De rest is bekend: Irak beschikte niet over massavernietigingswapens. De VN-inspecties na de Golfoorlog hadden succes gehad en Saddam had zich al jaren eerder ontdaan van wat hij nog op dit gebied had.

Toen duidelijk werd dat Bush en Blair hadden gelogen over de massavernietigingswapens van Irak, beriepen Balkenende en de toenmalige regeringspartijen zich erop dat ze de oorlog niet vanwege die wapens, maar op grond van volkenrechtelijke argumenten, steunden. Dat doen ze nog. Het is een leugenachtige voorstelling van zaken. Geen wonder dat één van de grootste schreeuwlelijkerds op dit punt, CDA-Kamerlid Eurlings, geen 'ouwe koeien' uit de sloot wil halen.

Dezelfde politici die om het hardst roepen dat die massavernietigingswapens helemaal niet relevant waren voor de Nederlandse steun aan de oorlog, voeren nu als centraal bezwaar tegen een parlementair onderzoek aan dat men dan is aangewezen op de medewerking van buitenlandse veiligheidsdiensten. Maar daarvoor hoeft men in het geheel niet te rade te gaan bij (buitenlandse) inlichtingendiensten.

Blijft over het tot vervelens toe afgedraaide deuntje dat Nederland de oorlog heeft gesteund omdat Saddam resoluties van de V-raad niet had uitgevoerd. Willen de voormalige regering en de voormalige regeringspartijen in ernst beweren dat als één staat vindt dat een andere zich niet aan een resolutie van de V-raad heeft gehouden, dat een volkenrechtelijke vrijbrief is voor weer andere staten om tegen die tweede staat een oorlog te beginnen? Buiten de V-raad om? Het is beschamend dat bewindslieden en Kamerleden (en journalisten) met zulke kletskoek voor de dag durven te komen.

Inmiddels maakt de PvdA zich blij met een mus die ze zelf dood heeft geslagen. Fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Han Noten, zei vlak voor de verkiezingen dat de hele kwestie eigenlijk niet belangrijk genoeg was om te pogen zo'n parlementair onderzoek alsnog vanuit de Eerste Kamer te starten. PvdA-bewindslieden stellen nu dat een herhaling van de steunverklaring aan de oorlog tegen Irak onmogelijk is geworden, dankzij een formulering in het regeerakkoord. Daarin staat immers dat 'een adequaat volkenrechtelijk mandaat' vereist is bij deelname van Nederlandse militairen aan internationale missies.

Door het woordje 'adequaat' is deze formulering nietszeggend geworden. Zo wordt gesuggereerd dat er naast adequate ook niet-adequate volkenrechtelijke mandaten bestaan. En het impliceert vooral dat er verschillende soorten volkenrechtelijke mandaten zouden bestaan. Bij gewapend optreden is dit volkenrechtelijk alleen geoorloofd in geval van zelfverdediging, of op basis van een expliciet besluit van de V-raad. Bij de steun van Balkenende I aan de oorlog tegen Irak was van geen van beide sprake.

Bij een parlementair onderzoek zouden zowel de integriteit als de competentie van premier Balkenende in het geding zijn geweest, dat lijkt mij ook de centrale reden waarom hij en de voormalige regeringspartijen zo krampachtig proberen dat onderzoek onmogelijk te maken. De uitkomst van zo'n onderzoek zou immers kunnen zijn dat, om in de termen van het huidige politieke debat te blijven, de loyaliteit van Balkenende en De Hoop Scheffer, ondanks hun enkele paspoort, meer bij de huidige regering van de VS lag, dan bij het belang van Nederland. Nu dat niet door een onderzoek kan worden uitgesloten, is het des te verbazingwekkender dat de PvdA hem als premier heeft geaccepteerd.