Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Iran wint niets met blokkade Straat van Hormuz

02 Mar 2012 - 09:39

De spanning was weer eens te snijden in het Midden­-Oosten, gedurende de eerste weken van 2012. Nog net voor de jaarwisseling liet Iran weten dat het de straat van Hormuz wel eens zou kunnen blokkeren als het Westen zou doorzetten met een nieuwe ronde economische sancties. Het dreigement had weinig effect: na de Verenigde Staten slaagde zelfs de Europese Unie erin om eensgezind een olieboycot tegen Iran af te kondigen. De dreigende situatie in de Straat van Hormuz was wereldnieuws, maar van een Iraanse blokkade bleek vervolgens in het geheel geen sprake. Achteraf is het altijd makkelijk praten, maar niettemin zou het ook wel merkwaardig geweest zijn als Iran het dreigement had waargemaakt. Iran heeft namelijk niets te winnen met zo'n blokkade.

Het valt niet te ontkennen dat het sluiten van de Straat van Hormuz een prachtig machtsmiddel is voor Iran. Het overgrote deel van de olie die in het Midden-Oosten uit de grond komt, verlaat de regio per schip via deze smalle zeestraat, die de enige verbinding tussen de Perzische Golf en de wereldzeeën vormt. Een langdurige blokkade zal op wereldschaal tot olietekorten kunnen leiden. In de praktijk zitten er echter veel haken en ogen aan het machtsmiddel. Het is namelijk niet alleen de vraag of Iran een langdurige blokkade voor elkaar kan krijgen, maar nog veel belangrijker: het regime in Teheran schiet zich met zo'n blokkade vooral in de eigen voet.

Om met de Iraanse capaciteit tot zo'n blokkade te beginnen: die is er tot op zekere hoogte. Het blokkeren van de smalle zeestraat is op zich zelf niet zo moeilijk. Problematischer is het verhinderen dat andere landen de doorvaart met militaire middelen forceren. De Verenigde Staten hebben bijvoorbeeld al aangegeven dat zij een blokkade van de Straat van Hormuz niet zullen tolereren. Een confrontatie tussen de Amerikaanse en Iraanse zee- en luchtstrijdkrachten is bij voorbaat een verloren zaak voor de Iraniërs. Meer succes ligt echter in het verschiet bij een zogenoemde 'asymmetrische' strijd. In plaats van het volledig blokkeren van de zeestraat kan Iran verrassingsaanvallen gaan uitvoeren op passerende schepen (marineschepen dan wel olietankers) met kleine, zeer snelle bootjes en onderzeeboten die na een verrassingsaanval snel weer verdwenen zijn. Ook beschikt Iran over geavanceerde raketsystemen om schepen van grotere afstand te beschieten. Op deze manier zou Iran de Straat van Hormuz niet honderd procent afsluiten, maar door guerrilla-tactieken de doorvaart tot een hachelijk avontuur maken en daardoor ernstig belemmeren. Voor buitenlandse strijdkrachten is het lastig dergelijke asymmetrische strijd op korte termijn te beëindigen. Zolang wordt teruggedeinsd om Iran ook op land aan te vallen - een scenario waar momenteel weinig landen heil in zien - kan zo'n kleinschalige strijd in de Straat van Hormuz relatief lang voortduren.

Belangrijker dan een vergelijking van militaire capaciteiten is echter de motivatie van Iran om de zee­straat wel of niet te blokkeren. Het Iraanse regime mag dan vaak worden afgeschilderd als irrationeel, in feite maakt men in Teheran al tientallen jaren uitstekende kosten-batenanalyses betrefende nationaal en internationaal beleid, met maar één doel: machtsbehoud voor de huidige elite. Dat machtsbehoud lijkt niet gediend met een blokkade.

Ten eerste loopt Teheran het risico dat zijn belangrijkste politieke beschermheer, China, zich van het bewind afkeert. Tot nog toe heeft China genoeg belangen om het instellen van strenge sancties door de Verenigde Naties te blokkeren. Door het ontbreken van harde VN-maatregelen zijn de eenzijdig opgelegde westerse sancties voor Iran tot nu toe relatief eenvoudig te omzeilen. Zou Iran de Straat van Hormuz blokkeren, dan zal China minder geneigd zijn Teheran in bescherming te nemen. China is voor een aanzienlijk deel van zijn olie-import afhankelijk van olie die per schip uit de Perzische Golf wordt aangevoerd. Niet alleen koopt China veel olie in bijvoorbeeld Saoedi-Arabië, maar ook Iran zelf levert de Chinezen grote hoeveelheden. Als Iran China's vitale olievoorziening zou aantasten, zal de goede relatie tussen beide landen snel voorbij zijn.

Bovendien is Iran zelf ook afhankelijk van de Straat van Hormuz. Ondanks westerse sancties is het land nog altijd een belangrijk olie-exporteur. Terwijl de uitvoer naar westerse landen de afgelopen jaren afnam, steeg tegelijk de export naar landen in Azië. De machthebbers in Teheran zijn relatief afhankelijk van de enorme bedragen die de olie-export opbrengt. Hun eigen uitvoerroute blokkeren is vanuit dat oogpunt gekkenwerk. Nu het Westen een olieboycot heeft ingesteld, zijn leveranties aan niet-westerse landen immers niet van de baan - het gaat namelijk niet om op wereldschaal gedragen VN-sancties. Weliswaar zal de oliehandel lastiger worden en zal Iran daarom de prijzen moeten verlagen, maar het is nog altijd beter dan geen enkele uitvoer wanneer de Straat van Hormuz gesloten zou zijn.

De belangrijkste reden voor Iran om de zeestraat niet zomaar te blokkeren, is echter het veiligheidsmotief. Zo'n blokkade zal hoe dan ook tot militair ingrijpen leiden - de Verenigde Staten hebben dat al aangekondigd - en zou met die voorkennis kunnen worden uitgelegd als een oorlogsverklaring van Iran. De kans bestaat dat Washington en/of zijn bondgenoten militair ingrijpen niet beperken tot het heropenen van de Straat van Hormuz. Als men toch militair is uitgedaagd, liggen vernietigende bombardementen op Iraanse nucleaire installaties en militaire objecten voor de hand. Zelfs een geforceerde regime change van buitenaf zal in Teheran niet worden uitgesloten; ook al lijkt daar thans weinig animo voor in het Westen, het risico dat bepaalde landen een sluiting van de Straat van Hormuz aangrijpen als aanleiding voor verdergaande militaire actie, zal in Teheran niet luchtig worden weggewuifd. Tot nu toe weet Iran internationaal militair ingrijpen vanwege het vermeende kernwapenprogramma te voorkomen door zich naar de letter (wellicht niet de geest) van internationale verdragen te blijven gedragen en herhaaldelijk ervan blijk te geven open te staan voor onderhandelingen (die telkens nergens toe leiden). Sluiting van de Straat van Hormuz zou gezien deze jarenlange tactiek een ondoordachte actie zijn.

Was het Iraanse dreigement dan alleen maar betekenisloze retoriek? Dat valt te betwijfelen. Wellicht hoopte Teheran tevergeefs de lidstaten van de Europese Unie onder druk te zetten om de extra sancties waarover werd gesproken, niet al te streng te maken. Het feit dat Iran dit dreigement uitte in verband met de sancties, geeft in elk geval aan dat de sancties het Iraanse regime wel echt pijn beginnen te doen. De afgelopen jaren deed men westerse sancties meestal af met zinsneden als: 'Maakt niet uit, wij hebben het Westen helemaal niet nodig.' Het is ook niet ondenkbaar dat het dreigement indirect bedoeld was om de Israëlische jachtbommenwerpers nog wat langer aan de grond te houden. Israël lijkt - inmiddels overigens al jarenlang - in de startblokken te staan om het nucleaire programma van Iran een paar jaar terug in de tijd te bombarderen. Wellicht gaf Teheran in het bijzonder de Verenigde Staten een signaal dat men daar de Israëliërs nog maar eens extra onder druk moet zetten om militaire avonturen te voorkomen.

Als het Iraanse bewind écht in zijn bestaan wordt bedreigd, dan vallen alle argumenten om de Straat van Hormuz te blokkeren weg, en zal de wereld dat weten. Iran houdt een blokkade logischerwijs achter de hand als laatste redmiddel. Komt het regime in Teheran werkelijk in gevaar, dan zal de hele wereld meelijden - olietekorten en torenhoge brandstofprijzen zijn geen vooruitzichten waar staatsleiders blij van worden, en al zeker niet in de huidige economische crisistijd.