Research

Articles

JSF maakt Europa krachtiger

15 Mar 2006 - 00:00
EU mist helder beleid voor militaire industrie.Nederland moet in plaats van de F16 de Amerikaanse JSF kopen. De argumenten voor een Europees toestel zijn oneigenlijk. Europa vermindert juist zijn militaire afhankelijkheid van de Verenigde Staten met de aankoop van een zeer sterke straaljager.

In het debat over de opvolger van de F16 spelen Europese defensie- en veiligheidspolitieke belangen nauwelijks een rol. Daar waar tegenstanders van de aanschaf van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) door de Nederlandse luchtmacht 'Europa' als argument aanvoeren, de politici van D66 bijvoorbeeld, gebeurt dit vooral op industriële gronden. Nederland zou Europees moeten kopen. Anders dan wordt gesuggereerd heeft dat met het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) niets van doen.

De D66-redenering is om vier redenen niet steekhoudend. Ten eerste is er nauwelijks sprake van een Europese defensie-industrie. De rationalisering van de uit een enorme diversiteit aan bedrijven bestaande defensie-industrie is van recente datum en nog niet voltooid. Deze ontwikkelingen werden gedreven door de markt en zijn niet het gevolg geweest van het Europese integratieproces, noch van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Het landschap dat is ontstaan leidt niet tot een geheel dat als 'Europese defensie-industrie' is te identificeren.

Het veranderingsproces staat ook nog bloot aan regionale en nationale belangentegenstellingen. Wat voor het ene Europese land doorgaat als stimulering van Europese defensie-industrie, wordt door het andere land gezien als protectionistisch beleid gericht op de bescherming van de nationale defensie-industrie. Bovendien moedigen sommige Europese landen, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, de nationale defensie-industrie juist aan om transatlantisch te opereren. Tegelijkertijd is een Europees eenduidig industrieel beleid ten aanzien van de defensie-industrie opvallend afwezig.

Ten tweede, het is feitelijk lang niet altijd mogelijk een harde scheiding op nationale of regionale grond te maken tussen de verschillende fabrikanten van defensie-materiaal. Na een voortdurend en recent versneld proces van internationalisering, rationalisering en samenvoegingen zijn de twee voornaamste Europese spelers op de defensiemarkt, British Aerospace en EADS, niet alleen met elkaar verweven in vele projecten, maar ook zeer actief in de VS door overnames en door samenwerkingsverbanden. British Aerospace haalt 30 procent van zijn omzet in de VS. Thales, dat zich specifiek op de telecommunicatie en radarapparatuur toelegt, is een mondiale speler geworden, en heeft door een recent aangegane 'joint venture' met het Amerikaanse Raytheon ook in de VS marktaandeel. Tegelijkertijd gaan Amerikaanse defensie-industrieën in toenemende mate samenwerkingsverbanden aan in de ontwikkeling van complexe wapensystemen. Toeleveranciers worden steeds vaker vanaf de eerste fase bij het ontwikkelingsproces betrokken. Vanwege de groeiende kosten van de ontwikkeling en productie van complexe wapensystemen en de krimpende nationale defensiebudgetten wordt vooral ook een intensivering van transatlantische samenwerking geconstateerd.

Ten derde, het is overdreven om de Europese kandidaten te beschouwen als Europees en de JSF als alleen Amerikaans. De JSF biedt juist aan de Europese defensie-industrie aan om volwaardig deel te nemen in alle fases van de ontwikkeling en productie. Niet voor niets heeft British Aerospace een belang in zowel de Eurofighter als in de JSF en is juist BAe momenteel een drijvende kracht achter de Britse initiatieven om het JSF-project te ondersteunen. Anderzijds mag de Franse Rafale slechts met moeite als een Europese kandidaat worden afgeschilderd aangezien het toch vooral een vliegtuig van Franse makelij is.

Ten vierde is het niet raadzaam om de discussie over de keuze van een geschikte kandidaat primair te laten bepalen door defensie-industriële overwegingen, in nationaal verband of in Europees verband. De Nederlandse keuze hoeft niet te worden beïnvloed door de wens een van de Europese productieprogramma's van gevechtsvliegtuigen in leven te houden en de versnippering van de Europese defensie-industrie daarmee in stand te houden. Frankrijk koos de Rafale omdat het een Frans vliegtuig is. Duitsland, Italië en Groot-Brittannië kozen jaren geleden na veel geharrewar voor de Eurofighter vanwege de nationale industriële belangen, niet vanwege Europa. Bovendien ondersteunt de Nederlandse overheid de Europese defensie-industrie al door deel te nemen aan diverse Europese militaire projecten zoals het kostbare NH-90-helikopterproject, de ontwikkeling van het verkenningsvoertuig Fennek, en aan de ontwikkeling van een Europees pantserwielvoertuig.

Ook de onzekere aard van de voortgang op het gebied van Europese samenwerking in het defensie-industriële vlak maant tot terughoudendheid. Met recht stelde vorig jaar de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken over de Europese Militair Industriële Samenwerking dat een grotere oriëntatie op de Europese militair-industriële samenwerking alleen zin lijkt te hebben als er een gerede kans is dat de Europese projecten in de toekomst soepeler verlopen. Mislukt de Europese samenwerking, dan zal dat juist averechtse effecten hebben. Europees militair-industrieel beleid heeft verder alleen kans op succes als Europese overheden erin slagen een krachtig nationaal en internationaal rationalisatieproces te bewerkstelligen. Met de huidige productie van verschillende Europese gevechtsvliegtuigen is zo'n rationaliseringsproces echter nog ver weg.

Het Europese belang is eerder gediend bij meer aandacht voor de gebrekkige militaire capaciteit van Europa. Europese landen, binnen de Navo en de EU, hebben ernstige militaire gebreken als het gaat om het vermogen om ver van Europa slagvaardig met militaire middelen op te treden in crises die zich op enige afstand van het Europese grondgebied afspelen. Europese landen zijn niet bij machte om operaties zoals Enduring Freedom (Afghanistan) of Allied Force (Kosovo) uit te voeren, noch om volwaardig en zinvol bij te dragen aan een Amerikaanse operatie. Een 'Europese Allied Force' had dertig vliegtuigen gekost, rekenden enkele Franse experts voor. Tegelijkertijd vindt een verschuiving plaats in het Amerikaanse veiligheidsdenken. De Navo speelt al geen essentiële rol meer voor de VS. Zeker nu de Europese landen een belangrijkere veiligheidspolitieke rol willen vervullen, speelt de afhankelijkheid van de VS de Europeanen tijdens militaire operaties in toenemende mate parten.

De JSF kan de afhankelijkheid van de Europeanen van Amerika op militair-operationeel gebied verminderen. De JSF biedt volgens de internationale vakliteratuur en het vorig jaar aan de Tweede Kamer uitgebrachte Britse RUSI-rapport, ongeëvenaarde militaire prestaties tegen een sterk concurrerende prijs.

Tegelijkertijd verhoogt de JSF het vermogen om met de VS volwaardig in coalitieverband op te treden en wordt de Europese defensie-industrie nauwer verweven met de Amerikaanse defensie-industrie. Met de voortdurende discussies over de waarde en de toekomst van de Navo en de EU in het achterhoofd, en de verschuivende veiligheidspolitieke verhoudingen is meer aandacht voor deze kant van de Europese belangen noodzakelijk in de discussie over de opvolging van de F16.