Research
Articles
Laat alle NAVO-landen meebetalen
Ongetwijfeld zullen een aantal NAVO-lidstaten; die wel de ISAF-missie hebben goedgekeurd, maar geen substantiële militaire bijdrage leveren, met belangstelling de discussie in ons land volgen. Deze landen lopen immers weinig risico's en hoeven geen grote financiële kosten te maken. Een verlenging van de Nederlandse missie zal door deze free riders binnen de NAVO dan ook van harte worden verwelkomd. De pijlers van een bondgenootschap als de NAVO zijn echter solidariteit en het delen van risico's. Daar is de laatste jaren weinig sprake van. Het wordt dan ook tijd dat Nederland zich binnen de NAVO hard opstelt en tevens als signaal naar de free riders de alliantie meedeelt dat ons land volgend jaar augustus zijn missie zal beëindigen.
Nederland heeft daarvoor goede argumenten. Allereerst luidt het aandachtspunt van het Toetsingskader 2001 dat over de duur van de deelneming aan een missie gaat. "Als Nederland eenheden beschikbaar stelt voor een periode die kortere is dan de voorziene duur van de operatie, wordt een regeling voor hun aflossing en vertrek opgesteld". In de brief aan het parlement over Uruzgan van 22 december 2005 staat dat de duur van de missie naar Uruzgan twee jaar zal bedragen en dat met de NAVO is afgesproken dat deze organisatie verantwoordelijk is voor het vinden van de relevante bijdragen aan ISAF na deze periode van twee jaar. In het recente verleden heeft Nederland bij de deelname aan de VN-vredesmacht in Ethiopië-Eritrea vooraf gesteld dat we voor zes maanden een bataljon zouden leveren, en daar heeft Nederland zich aan gehouden. Ook in Irak hebben we na 22 maanden, ondanks hevige druk, de missie in de provincie Al Muthanna beëindigd.
Een ander argument is dat de NAVO-lidstaten zich nooit gevoelig hebben getoond voor de pleidooien van toenmalig minister Kamp om de NAVO-operaties uit een gemeenschappelijk fonds te financieren. Landen die militair bijdragen aan NAVO-operaties en risico's lopen, moeten grotendeels zelf voor de kosten opdraaien. Voor Nederland zijn de kosten van de missie naar Uruzgan bijzonder hoog. In december 2005 werden deze nog op 240 à 320 miljoen euro geraamd. Inmiddels is volgens de laatste opgave dit bedrag ongeveer verdubbeld tot 540 à 580 miljoen euro. Wie denkt dat het hierbij zal blijven, is een grote optimist.
Het systeem van costs lay where they fall in de NAVO betekent tevens dat landen die de grootste investeringen plegen om hun strijdkrachten te moderniseren, als gevolg hiervan de landen zijn die voortdurend worden gevraagd deel te nemen aan complexe vredesoperaties en zich hiervoor de grootste financiële bijdrage moeten getroosten. Door tijdig het hoofdaccent bij, onze krijgsmacht te verschuiven naar expeditionaire operaties behoort Nederland tot de weinige NAVO-lidstaten die op substantiële wijze kunnen bijdragen aan een complexe militaire operatie zoals in Afghanistan. Een land als België bijvoorbeeld kan dat niet, omdat het minder dan 10 procent van zijn defensiebudget aan investeringen en zo'n tweederde aan personeel besteedt. Bovendien is van dit personeel een deel overtollig; maar mag deze vanwege het sociaal beleid niet worden ontslagen.
De Verenigde Naties hanteren voor de kosten van VN-operaties een rechtvaardig systeem. De vredesoperaties van deze organisatie worden afzonderlijk uit het reguliere VN-budget bekostigd uit een systeem van zogenoemde assessments accounts. Alle lidstaten dragen op basis van draagkracht (bnp per hoofd van de bevolking) bij aan VN-vredesoperaties. Een dergelijk gemeenschappelijk fonds voor NAVO-operaties zou een proportionele verdeling van de financiële last vergroten. Het is ook essentieel om de duurzaamheid en de geloofwaardigheid van de NAVO voor de toekomst te waarborgen.
Tenslotte kan Nederland militair gezien de missie in haar huidige omvang ook niet volhouden. Na de Verenigde Staten (12.000), het Verenigd Koninkrijk (6.300), Duitsland (3.000), Canada (2.500), Italië (1.950) en Frankrijk (1.900) is Nederland (1.750) de zevende troepenleverancier aan ISAF. Nederland levert hiermee relatief verreweg de grootste bijdrage van de NAVO-lidstaten aan ISAF. De commandant der strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, heeft al eerder verklaard de grote militaire krachtsinspanning in Uruzgan niet te kunnen continueren. Hoewel er voldoende bataljons zijn, ontbreekt het vooral aan voldoende voortzettingsvermogen op gebieden zoals genie en helikopters.
Kortom, verlenging van de Nederlandse missie in Uruzgan is in de huidige samenstelling en omvang militair niet mogelijk. En ook al zou het mogelijk zijn, dan zou verlenging het free riders-gedrag binnen de NAVO verder stimuleren en tot erosie van het bondgenootschap leiden.