Research

Articles

Meer gelijk dan anderen: De Libische lobby in Washington

13 May 2008 - 10:26
De Libische dictator Moeammar al-Kadafi vormt het levende bewijs dat internationale betrekkingen zo onvoorspelbaar zijn als de pest. Was hij enkele jaren geleden nog een wereldwijd geboycotte paria, tegenwoordig mag hij zijn presidentiële bedoeïenentent opzetten waar hij wil, tot in de tuin van zijn Franse collega toe. En wie had tien jaar geleden durven voorspellen dat de Amerikaanse regering Libië in bescherming zou nemen tegen antiterrorismemaatregelen van het Congres?

Amerikaanse media berichtten afgelopen week over een grote lobby die in Washington is gestart door twee verrassende bondgenoten: Libische diplomaten en Amerikaanse oliebaronnen. Doel: het Congres overhalen Libië een uitzonderingspositie toe te kennen binnen een nieuwe antiterrorismewet. Het Congres heeft eerder dit jaar namelijk een wet aangenomen die het slachtoffers van terrorisme gemakkelijker maakt financiële genoegdoening te krijgen. Slachtoffers en nabestaanden kunnen niet alleen eenvoudiger beslag laten leggen op buitenlandse tegoeden van staten die terrorisme steun(d)en, maar ook geld vorderen bij Amerikaanse bedrijven die er zaken mee doen.

Dat laatste punt heeft de oliebaronnen doen opspringen. Sinds 'kolonel' Kadafi in 2003 zijn decennialange steun aan internationale terreurorganisaties stopzette en zijn massavernietigingswapens de deur uit deed, heeft hij veel van deze zakenlieden in zijn tent mogen ontvangen. Diverse Amerikaanse oliemaatschappijen hebben inmiddels lucratieve contracten afgesloten om Libische olievelden te exploiteren. Met de nieuwe wet lopen deze bedrijven het risico dat slachtoffers van terreurdaden die in het verleden door Libië zijn gesponsord hun schadevergoeding bij hen komen claimen - bij de Libische regering zelf kloppen ze waarschijnlijk tevergeefs aan. Op basis van de huidige rechtszaken die in de VS tegen Libië lopen, wordt geschat dat de schadevergoedingen kunnen oplopen tot zes miljard dollar. De oliemaatschappijen pleiten nu voor een uitzonderingsclausule voor Libië.

Natuurlijk hebben terreurslachtoffers recht op schadevergoeding, lieten vertegenwoordigers uit de oliebranche weten. Maar waarom zou dat ten koste moeten gaan van Amerikaanse commerciële belangen? Als Amerikaanse bedrijven niet in Libië kunnen investeren, gaan andere landen er met de olie vandoor. Bovendien bevorderen de nieuwe handelsrelaties de energieveiligheid van de VS, omdat de afhankelijkheid van olie uit het instabiele Midden-Oosten erdoor afneemt.

Het eerste succes hebben de lobbyisten al behaald. Vier ministers, die van Defensie, Buitenlandse Zaken, Energie en Handel, hebben het Congres per brief opgeroepen Libië een uitzonderingspositie te geven. Eerder bepleitte de regering van George W. Bush al met succes eenzelfde uitzonderingspositie voor Irak. De kans lijkt groot dat ook Libië die wordt toegekend. Zo ontstaat de situatie dat, om George Orwell te parafraseren, alle Amerikaanse terreurslachtoffers gelijk zijn, maar sommigen meer gelijk dan anderen. Valt er een link te leggen tussen jouw zaak en Iran, Noord-Korea, Syrië, Soedan of Cuba, dan wordt het gemakkelijker om schadevergoeding te krijgen. Werd de terreurdaad mede mogelijk gemaakt door Libië of Irak, dan heb je pech.