Research

Articles

Militaire superioriteit biedt Israël steeds minder veiligheid

15 Mar 2006 - 00:00
Materieel zijn de Israëlische strijdkrachten nog steeds superieur aan hun vijanden in de regio. Kees Homan meent dat juist die ongelijke krachtsverhouding Israël moet doen beseffen dat militaire macht slechts één van de elementen van nationale veiligheid is.De ontwikkelingen in het Israëlisch-Palestijns 'vredesproces' hebben tot speculaties geleid over een nieuwe militaire confrontatie in het Midden-Oosten. Hoewel het geostrategisch landschap in het Midden-Oosten sinds de Zesdaagse- en Yom Kippoer-oorlog aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan, is een conventionele oorlog weinig waarschijnlijk. Israël beschikt nog steeds over een formidabele en geavanceerde krijgsmacht, die in de regio zijn gelijke niet kent. Het land trekt voor defensie jaarlijks zo'n negen miljard dollar uit, waaraan de VS structureel nog zo'n drie miljard dollar toevoegen.

De hoeksteen van de Israëlische krijgsmacht bestaat uit een arsenaal van 100 à 200 kernwapens. Deze omvatten vliegtuigbommen, artilleriegranaten, mijnen en ballistische raketten. Recente rapporten melden dat de drie nieuwe in Duitsland gebouwde onderzeeboten waarschijnlijk zullen worden uitgerust met kruisvluchtwapens, die van kernkoppen kunnen worden voorzien. Hiermee verkrijgt Israël een onkwetsbare vergeldingsmacht.

Terwijl Israël met Egypte en Jordanië vrede heeft gesloten, bestaat met Syrië nog steeds een conflict over de Golanhoogte. Hoewel Syrië over een omvangrijke krijgsmacht (waarvan 22 duizend man in Libanon) beschikt, is het overgrote deel van het materieel sterk verouderd en bestaat er een groot gebrek aan reserve-onderdelen.

Het gevaar uit Damascus komt vooral van de ruim 300 ballistische Scud-B (bereik 280 kilometer), Scud-C (500 kilometer) en Scud-D raketten (700 kilometer). Deze raketten, die van een chemisch wapen kunnen worden voorzien, zijn in staat heel Israël te bestrijken. Syrië beschouwt deze raketten als een tegenwicht voor de Israëlische kernwapens.

Ter verdediging ontwikkelt Israël op zijn beurt de Arrow-2 raket. Van de 1,1 miljard dollar die het project tot dusver heeft gekost, hebben de VS ongeveer 65 procent voor hun rekening genomen. De Arrow-2 raket is vooral bedoeld ter bescherming van de belangrijkste bevolkingscentra.

Meer realiteitsgehalte heeft, zoals we de afeglopen weken hebben kunnen zien, een herleving van de intifada. Vanuit een militair gezichtspunt is een conventionele oorlog tussen de Palestijnen en Israël uiterst onwaarschijnlijk. De 35 duizend licht bewapende Palestijnse veiligheidstroepen ontbreekt het aan militaire capaciteit, organisatie en bewapening om de strijd met de Israëlische geregelde strijdkrachten aan te gaan.

Bovendien zijn de Gazastrook en de Palestijnse gebieden op de Westoever territoriaal niet met elkaar verbonden. Daarnaast zijn de Palestijnen voor elektriciteit, communicatiefaciliteiten en de aanvoer van vitale goederen afhankelijk van Israël.

Van Israëlische militaire superioriteit is vooral sprake op het gebied van de zogeheten symmetrische oorlogvoering. Vietnam, Afghanistan en Somalië hebben echter aangetoond dat technologische superioriteit niet automatisch een overwinning garandeert; ook niet aan de onderhandelingstafel. De sociale en culturele dimensie zijn soms belangrijker voor de uitkomst van een conflict, dan politieke of militaire logica.

Tegenstanders van Israël zijn in de jaren tachtig en negentig dan ook overgegaan op asymetrische oorlogvoering, zoals guerrilla-acties, opstanden en terrorisme. Kenmerkend voor dit soort oorlogvoering is dat de sterkten van een tegenstander wordt ontweken en de eigen comparatieve voordelen tegen de relatieve zwakten van de tegenstander wordt uitgebuit. Zo is de geringe bereidheid van het Westen om slachtoffers te accepteren een voorbeeld van een asymetrie die tegenstanders kunnen uitbuiten.

Het gebrek aan een adequaat Israëlisch antwoord op asymetrische oorlogvoering leidde tot de erkenning van en onderhandelingen met de PLO (1993) en de terugtrekking uit Zuid-Libanon (2000), waar meer dan duizend Israëlische militairen het leven lieten. De bezetting van het laatste gebied heeft de beperkingen aangetoond van een geregeld leger tegen een zeer gemotiveerde guerrillastrijdmacht.

De veranderingen in de Israëlische krijgsmacht en maatschappij doen ook twijfelen aan het Israëlisch vermogen tot het uitvechten van asymetrische conflicten. Oorspronkelijk was het leger de 'school voor de natie' en speelde de ideologie een belangrijke rol. Maar de maatschappij is de laatste jaren individualistischer en materialistischer geworden en de motivatie van de militair is hierdoor veranderd. Tegenwoordig is een militaire carrière vooral gebaseerd op een goed salaris en andere materiële voordelen. Het aandeel van de personeelslasten in het defensiebudget is gestegen van 19 procent in 1984 tot 50 procent dit jaar.

De mythe dat de krijgsmacht bij uitstek de belichaming is van Israëlische eenheid verdient ook enige relativering. Veel van de traditionele neventaken van de krijgsmacht, zoals onderwijs, opvang van immigranten etc. zijn overgenomen door andere instituties.

Bovendien behoeven de Arabische ingezetenen van Israël en de joodse extreem-orthodoxe gemeenschap over het algemeen geen militaire dienstplicht te vervullen. Ook nieuwe immigranten van boven de 18 jaar zijn uitgezonderd van militaire dienst. Dit betekent dat de lasten van de dienstplicht ongelijk zijn verdeeld over de Israëlische jonge mannen.

Daarnaast is sprake van een toenemende verdeeldheid tussen de seculiere en religieuze stroming in de Israëlische samenleving. Terwijl de seculieren vooral een instrumentele benadering van het Palestijnse vraagstuk voorstaan, nemen de religieuzen een ideologisch en vrijwel compromisloos standpunt in.

Bij de derde stroming, van de fors gediscrimineerde Israëlische Arabieren (18 procent van de bevolking), rijst de vraag waar uiteindelijk hun loyaliteit zal liggen.

Aangezien Israël steeds meer gaat vertrouwen op zijn technologische superioriteit, dreigt het onvoldoende te beseffen dat militaire macht slechts één van de elementen van nationale veiligheid is. Gezien de asymetrische dreigingen die Israël het hoofd moet bieden, dienen diplomatie en staatsmanschap een belangrijker rol te gaan spelen in het veiligheidsbeleid, omdat de mogelijkheden om militaire macht in te zetten - behalve in uiterste nood - aan steeds grotere beperkingen onderhevig zullen zijn.