Research

Articles

Navo ontwikkelt zich snel tot politieman van de wereld

15 Mar 2006 - 00:00
De Navo is geen anachronisme uit de vorige eeuw en bewijst ook na 11 september van vitaal belang te zijn voor onze veiligheid, concludeert Kees Homan.De terroristische aanvallen in de Verenigde Staten hebben een discussie over de toekomst van de Navo op gang gebracht. Terwijl de lidstaten wel artikel 5 van het Navo-verdrag activeerden, speelde het bondgenootschap immers vrijwel geen rol in de strijd in Afghanistan. Artikel 5 bleek hoofdzakelijk een symbolisch gebaar van solidariteit te zijn, want de Amerikanen gaven er de voorkeur aan de interventie in Afghanistan volledig buiten de Navo om te regelen.

Niettemin hebben de Amerikaanse minister van defensie Rumsfeld en de secretaris-generaal van de Navo Robertson verklaard dat aangezien de dreiging van terroristen van overal ter wereld op ons af kan komen, het bondgenootschap ook bereid moet zijn om overal ter wereld in te grijpen. Een en ander roept herinneringen op aan de 'out-of-area'-problematiek uit de Koude Oorlog. Curieus genoeg wilde bij de oprichting van de Navo een aantal Europese lidstaten dat de alliantie mondiaal zou kunnen opereren. De Verenigde Staten waren hiertegen omdat ze vreesden betrokken te raken in problemen van de West-Europese koloniale mogendheden met hun (ex-)kolonies.

Vanaf de tweede helft van de jaren zestig waren het echter de Verenigde Staten die - te beginnen met de Vietnam-oorlog - het thema van bondgenootschappelijke solidariteit buiten het Navo-gebied gingen bespelen. Iedere discussie over uitbreiding van het Navo-verdragsgebied was in die jaren voor de Europese lidstaten echter een 'non-starter'. Zo meldde in Nederland de Defensienota 1984 dat er geen sprake kan zijn van uitbreiding van het Navo-verdragsgebied.

Na het einde van de Koude Oorlog verklaarde de Navo-Raad zich in december 1992 bereid operaties te ondersteunen onder het gezag van de Veiligheidsraad. Aangezien de Verenigde Naties niet in staat waren de complexe vredesoperaties op de Balkan uit te voeren, ging het bondgenootschap min of meer als onder-aannemer fungeren voor operaties die zich buiten het Navo-verdragsgebied afspelen.

Bij de voorbereiding van het nieuwe Strategisch Concept van de Navo, dat op de top in Washington in maart 1999 werd aanvaard, kwam opnieuw de tegenstelling tussen de Verenigde Staten en de Europese lidstaten naar voren. De Amerikanen bepleitten een mondiale rol voor de alliantie, terwijl Europese lidstaten de activiteiten van de Navo tot de periferie van Europa wilden beperken. Als compromis vermeldt het Strategisch Concept dat de nieuwe taken van de Navo zich geografisch beperken tot de Euro-Atlantische regio.

Een pragmatische oplossing voor een mondiaal optreden van de Navo is het concept van de 'Combined Joint Task Forces ' (CJTF), dat al in 1994 door het bondgenootschap werd aanvaard. Het concept houdt in dat wanneer zich een missie voordoet, hiervoor een op maat gesneden multinationale strijdmacht wordt samengesteld waaraan Navo-lidstaten kunnen bijdragen. In Navo-kringen heet dat een 'coalition of the willing and the able'. Het voordeel van zo'n Combined Joint Task Force is dat ook niet Navo-lidstaten, zoals bijvoorbeeld Rusland, kunnen deelnemen.

Naast de geografische reikwijdte staan echter nog andere belangrijke onderwerpen op de Navo-agenda. Zo moet de Navo het proces van stabiliteit op de Balkan afronden, dat nog vele jaren in beslag zal nemen. Waarschijnlijk zullen de Verenigde Staten druk gaan uitoefenen op de Europese Unie om de taken op de Balkan over te nemen. Als het Europees Veiligheids en Defensie Beleid (EVDB) enigszins geloofwaardig wil worden, dan moet de Europese Unie in staat zijn om binnen enkele jaren de taken van de Navo op de Balkan over te nemen.

Daarnaast zal de Navo dit nieuwe jaar een beslissing nemen over ver- dere uitbreiding. Deze uitbreiding berust voornamelijk op politieke overwegingen, namelijk niet op grond van de perceptie van een directe dreiging maar op basis van een agenda van democratisering en integratie.

Er zitten negen aspirant-leden in de wachtkamer van de Navo: Albanië, Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Macedonië, Roemenië, Slovenië en Slowakije. President Bush verklaarde in Warschau op 15 juni dat 'alle nieuwe, Europese democratieën, van de Baltische Zee tot aan de Zwarte Zee en alle die er tussen liggen, dezelfde kans moeten hebben op veiligheid en vrede'. Mede gezien de gematigde reacties van president Poetin zullen de meeste aspirant-leden waarschijnlijk een uitnodiging krijgen voor onderhandelingen tot toetreding. Vooralsnog is duidelijk dat Albanië en Macedonië hiertoe niet zullen behoren.

Ten slotte zal ook de relatie tussen de Navo en Rusland de aandacht vragen. Nu beide in het terrorisme een gemeenschappelijke vijand hebben, is de tijd rijp om de betrekkingen op een nieuwe leest te schoeien. Vooralsnog lijkt het initiatief van premier Blair om een nieuwe Rusland-Navo-raad op te richten voor wederzijdse zeggenschap weinig kans van slagen te hebben. Mede gezien de ervaringen tijdens de Kosovo-crisis, toen de relatie tussen beide een dieptepunt beleefde, dienen de betrekkingen tussen Rusland en de Navo toch nieuwe impulsen te krijgen.

De Navo heeft door de jaren heen aangetoond zich uitstekend te kunnen aanpassen aan veranderingen in de veiligheidssituatie. In de jaren negentig reikte zij de hand naar de lidstaten van het voormalige Warschaupact met het opzetten van 'Partnership for Peace'-programma's. Daarnaast breidde het bondgenootschap zich uit met Hongarije, Polen en de Tsjechische Republiek en ging het belangrijke missies uitvoeren op de Balkan.

Ook na de terroristische aanslagen van 11 september zal de Navo weer aantonen flexibel in te kunnen spelen op de nieuwe uitdagingen waar het voor staat en er blijk van geven geen anachronisme uit de vorige eeuw te zijn. De Navo is nog steeds van vitaal belang voor onze veiligheid.