Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Nederland als spin in netwerk van 'global justice'

10 Jun 2011 - 09:40

Een stad als Washington, van de supermacht Amerika, kent wel driehonderd denktanks die voortdurend volstromen met weer nieuwe wetenschappers, ex-politici en diplomaten. Een Brookings staat voortdurend in de top drie van de bekende lijstjes.

Nederland doet aardig mee. Zeker ook op het terrein van internationaal recht en diplomatie hebben wij faam verkregen met de instituten die zijn verenigd in de zogenaamde 'Haagse Academische Coalitie' (HAC) waartoe onder meer Clingendael, het Asser Instituut en de 'Carnegie Foundation' behoren.

Maar het moet nog beter. In onze 'global village' kunnen wij door slim en slagvaardig opereren een centrale positie creëren binnen een wereldwijd kennisnetwerk ten aanzien van belangrijke thema's als de 'rule of law', 'good governance' en de wederopbouw van de vele fragiele staten. Die laatste bevinden zich, in de woorden van Harvard-historicus Niall Ferguson, op een 'as van ontreddering' die zich uitstrekt van diep in Azië tot het hart van Afrika.

Waren wij in de Gouden Eeuw de vrachtvaarders van Europa, zelfs van de wereld, dan zouden wij die rol nu moeten transformeren in kennisreizigers met een product dat relevant is voor in feite miljarden op aarde.

Het 'The Hague Institute for Global Justice' (THIGJ) dat vandaag wordt gelanceerd en waar ook de HAC in participeert, wordt gevestigd aan de voet van het Vredespaleis. Dat is meer dan symboliek. In de Haagse hoven en tribunalen is inmiddels een unieke hoeveelheid kennis verzameld. Het THIGJ moet daar beslist gebruik van maken en zich zo onderscheiden van alle andere instituten die zich met aspecten van 'global justice' bezig houden.

Hoe broos ook, 'global justice' is aan een opvallende comeback bezig. Langzamerhand is er een heuse optocht van politieke en militaire leiders die in Den Haag verantwoording moeten afleggen.

Naast straf moet verzoening en wederopbouw plaats vinden in de brandhaarden van de wereld. Vooral die eerste fase van 'transitional justice' is cruciaal om vertrouwen te wekken. Dat zijn in feite ook transnationale processen die ons allen aangaan.

Onlangs dempte buitenlandexpert Charles Kupchan van de Washingtonse Georgetown University het optimisme over een leidende rol van de Verenigde Naties. Met de opkomst van andere grootmachten als met name China ziet hij meerdere, zeer verschillende wereldmodellen waardoor politici allen tezamen moeite hebben consensus te vinden over hoe de wereld te besturen. In een toespraak op een Haagse conferentie pleitte hij ervoor voorlopig bij 'rule of law'-issues te vertrouwen op specifieke instituten, zoals een paar Haagse, die op de regio gericht zijn. Denk aan de tribunalen voor Joegoslavië en Libanon.

Kupchan is te pessimistisch. Feit blijft dat de VN ons enige wereldplatform is. Met recent geïmplementeerde hervormingen zoals de doctrine van 'de verantwoordelijkheid om burgers te beschermen' zien wij dat ook de VN tot meer daden komt getuige de gesanctioneerde interventie in Libië en het onderzoek door het Haagse Internationale Strafhof naar misdaden tegen de menselijkheid door het Khadaffi-regime. Het fenomeen 'vrijheid', zie de Arabische lente, lijkt aan een opmars bezig. Toenemende interdependentie dwingt tot onderlinge afspraken. Dat speelt Nederlandse VN-instellingen zoals bijvoorbeeld het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis in de kaart. Daar is een recorddrukte aan zaken.

Met Nederlandse en internationale partners moet het THIGJ deze kennisniche van 'global justice' optimaal benutten. Zo krijgt wetenschap een uiterst zinvolle actuele relevantie. Dat hierbij een gevoel van maatschappelijke en zelfs politieke urgentie de wetenschappelijke rust verstoort, is een voordeel. Het THIGJ mag geen uur verloren laten gaan.