Research

Articles

Nederland bevindt zich sinds maart in staat van oorlog

15 Mar 2006 - 00:00
F-16's kunnen actief betrokken raken bij gevechtshandelingen

Nog voordat zijn F-16's operationeel werden boven Afghanistan was Nederland al in staat van oorlog met het terrorisme. Dick Leurdijk geeft daarvoor drie argumenten.

Nederlandse F-16's zijn begin oktober voor het eerst in actie gekomen in het luchtruim boven Afghanistan. 'Nederland is sinds deze week in een oorlog verwikkeld', concludeerde Theo Koelé in De Volkskrant van 5 oktober in een artikel onder de kop: 'Niemand die het zegt, maar Nederland ís in oorlog'. Hij had met eigen ogen gezien hoe zo'n vijfduizend kilometer verwijderd van het Binnenhof Nederlandse F-16 gevechtsvliegtuigen begonnen waren aan de taak om luchtsteun te geven aan grondtroepen in Afghanistan die nog steeds jagen op Taliban- en Al Qa'ida-restanten. Nederlandse piloten zouden aldus actief betrokken kunnen raken bij gevechtshandelingen, nu ze de bevoegdheid hadden om te schieten.

Nederland is echter al veel langer in staat van oorlog in de strijd tegen het internationaal terrorisme, blijkens uitspraken van de regering. Daarvoor heb ik drie argumenten.

In de eerste plaats heeft ons land, oktober vorig jaar, als lid van de NAVO, nadrukkelijk met het inroepen van artikel 5 van het NAVO-verdrag ingestemd. Daarmee erkende Nederland dat de aanslagen van 11/9 op de Verenigde Staten ook beschouwd werden (en nog steeds worden) als een aanval op ons grondgebied. Deze uitspraak rechtvaardigde tevens een beroep op het recht op zelfverdediging op basis van artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, zei de toenmalige minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken op 3 oktober vorig jaar in de Tweede Kamer.

Sindsdien heeft ons land langs twee wegen militaire eenheden ter beschikking gesteld voor de strijd tegen het internationaal terrorisme, met name voor ondersteuning van operatie Enduring Freedom in Afghanistan. Op 4 oktober vorig jaar stemde de NAVO-Raad in met een achttal verzoeken van Amerikaanse zijde voor zowel individuele als collectieve bijstand. Nederland droeg - in het collectief van het NAVO-verband - bij aan de inzet van Awacs-radarvliegtuigen in het luchtruim boven de Verenigde Staten ('backfilling') en de ontplooiing van marine-eenheden in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Het kabinet verdedigde de Nederlandse bijdrage als een operationalisering van artikel 5.

In november vorig jaar stelde Nederland voor de tweede keer militaire eenheden ter beschikking, maar nu op eigen titel. Het ging om bijdragen van de marine en de luchtmacht. De bijdrage van de marine bestond uit het sturen van twee fregatten naar de wateren rondom het Arabisch schiereiland (een van deze fregatten is in juni van dit jaar teruggetrokken), met als doel 'het voorkomen van verplaatsingen van personen en goederen van in Afghanistan opererende terroristische netwerken en de beveiliging van belangrijke scheepvaartroutes'.

De inzet van de luchtmacht zou bestaan uit de beschikbaarstelling van zes F-16 jachtvliegtuigen 'voor verkenningstaken', en een tweetal toestellen voor tank- en transporttaken. Maar het kabinet liet er geen misverstand over bestaan: 'De Nederlandse militaire bijdrage wordt niet ingezet voor gevechtshandelingen in Afghanistan', zo werd de Tweede Kamer meegedeeld.

Eind december 2001 maakte de regering bekend dat de aanvankelijk aangekondigde inzet voor luchtverkenning niet meer aan de orde was; de F-16's zouden nu worden gebruikt voor 'close air support' in het kader van operatie Enduring Freedom, dit wil zeggen voor het geven van luchtsteun voor de troepen op de grond bij hun operaties tegen Taliban- en Al Qa'ida strijders.

De uiteindelijke bijdrage van de luchtmacht bestaat nu, een jaar na het aanvankelijke aanbod, uit de stationering van een Maritiem Patrouillevliegtuig (MPA) in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), de inzet van een KDC-10 vanuit Qatar, en de stationering van zes F-16's en een C-130 Hercules transporttoestel op de vliegbasis Manan in Kirgizië. Ten slotte stelde Nederland ook nog een medisch team beschikbaar dat in Oman is gestationeerd.

Terwijl de grondslag van de Nederlandse deelneming aan de operaties in NAVO-verband werd gerechtvaardigd als een operationalisering van het inroepen van artikel 5 van het NAVO-verdrag, moest voor de inzet van Nederlandse eenheden buiten NAVO-verband een aparte formele rechtsgrond worden geformuleerd.

Het kabinet-Kok gaf eind maart van dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer aan dat de juridische grondslag voor de bijdrage aan operatie Enduring Freedom het recht op zelfverdediging was. Daarmee werd dit recht dus uitgeoefend op vijfduizend kilometer van het nationale grondgebied vandaan. Bovendien gold voor de marine-eenheden dat het zeeoorlogsrecht van toepassing was.

Het derde argument voor de stelling dat ons land zich allang in staat van oorlog bevindt, ontleen ik aan de aanklachten die het Openbaar Ministerie heeft ingesteld tegen een aantal arrestanten, die worden verdacht van het onderhouden van banden met het terreurnetwerk van Al Qa'ida. Justitie baseert zich in de hier bedoelde aanklachten op het argument van 'hulp aan de vijand in tijd van oorlog', zoals omschreven in artikel 102 van het Wetboek van Strafrecht. Het OM baseert zich hierbij op het door de NAVO inroepen van artikel 5 van het NAVO-verdrag. Daarmee is de redenering rond.

De regering heeft het beroep op het recht op zelfverdediging niet nader onderbouwd. Toch moet worden geconcludeerd dat de uitzending van Nederlands militair personeel (van marine, luchtmacht en medici) in het kader van operatie Enduring Freedom betekent dat ons land zich al maanden de facto in oorlog bevindt - zonder dat dat besef breed gedragen wordt in de Nederlandse samenleving.

Deze constatering heeft aan relevantie voor de betrokken militairen gewonnen nu de marine sinds medio september het bevel voert over de permanente NAVO-vloot in de Middellandse Zee, nu Nederland de bij uitzendingen gebruikelijke 'exclusieve jurisdictie' over het eigen personeel in enkele gevallen heeft moeten opgeven. En nu Nederlandse vliegtuigen sinds kort actief zijn in het luchtruim boven Afghanistan, en elk moment betrokken kunnen raken bij gevechtshandelingen. Aan deze constatering doet de demissionaire status van het kabinet-Balkenende niets af.