Research
Articles
Nederland heeft plicht om aan VN-missie Eritrea mee te doen
Volgens Kees Homan is het ongeloofwaardig als Nederland niet bereid is om deel te nemen aan een vredesmissie in de Hoorn van Afrika.
Nu het kabinet deze week naar verwachting een beslissing neemt over de deelname aan de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (Unmee), wisselen voor en tegenstanders argumenten in de media uit. Als voorstander van deelname valt mij vooral op dat sommige tegenstanders besmet zijn met het Srebrenica-virus en in feite aan geen enkele vredesoperatie meer willen deelnemen. Zij vertonen vaak niet alleen risicomijdend, maar ook Calimero-gedrag met hun standpunt dat we deze operaties maar aan de grote mogendheden moeten overlaten.Hoewel de risico's van deelname aan een vredesoperatie aanvaardbaar moeten zijn, is honderd procent zekerheid onmogelijk. De praktijk leert dat de Nederlandse regering niet over één nacht ijs gaat. In het afgelopen decennium zijn meer dan 20 duizend Nederlandse militairen ingezet bij vredesoperaties. Eén militair liet daarbij in een gevechtsactie het leven en een paar militairen werd door ongevallen met mijnen ernstig gewond.
Benadrukt dient te worden dat er bij Unmee sprake is van een traditionele VN-blauwhelmoperatie, die is gebaseerd op Hoofdstuk VI van het Handvest van de VN. Kortom, bij dit type vredesoperatie is er sprake van een conflict tussen staten die een wapenstilstand c.q. vredesakkoord hebben gesloten waar een vredesmacht toezicht op gaat houden.
De stationering van de vredesmacht geschiedt met instemming van de Veiligheidsraad, (dus met inbegrip van de grote mogendheden) en de voormalig strijdende partijen. De vredesmacht dient verder onpartijdig te zijn en mag alleen geweld gebruiken in geval van zelfverdediging. Voorbeelden van zulke vredesoperaties zijn de huidige vredesmachten in de Sinaï en op Cyprus. Nederland leverde aan eerstgenoemde vredesmacht van 1982 tot 1995 een bijdrage en sinds 1998 aan die op Cyprus.
Anders dan het conflict tussen Ethiopië en Eritrea zijn veel conflicten tegenwoordig binnenstatelijk en vergen dus een andere benadering. Dit is de belangrijkste les die uit de ervaringen met Unprofor in ex-Joegoslavië is getrokken. Als de strijdende partijen zich niet aan de gesloten akkoorden houden, is geen traditionele 'blauwe helm'-vredesmacht maar een zwaar bewapende 'groene helm'- vredesmacht nodig, die een partij die de afspraken schendt weer gewapenderhand tot de orde kan roepen. Zo'n type vredesmacht opereert echter op basis van Hoofdstuk VII van het Handvest, waarbij geweld is geoorloofd.
Ethiopië en Eritrea die de afgelopen jaren herhaaldelijk met elkaar hebben gevochten om een grensgebied dat ze elkaar betwisten, hebben duidelijk aangegeven oorlogsmoe te zijn en vrede te willen. Bovendien werd de oorlog een zware financiële last. De regering van Ethiopië moest alleen al zeventien miljoen dollar per maand uittrekken voor de salarissen van de militairen. Daarnaast schortte de Wereldbank, het IMF en vele donorlanden (waaronder Nederland) de hulp op. Eritrea snijdt zich door het conflict met Ethiopië ook behoorlijk in eigen vlees. Iets minder dan een derde van de export van het land ging naar Ethiopië. Bovendien kwam 18 procent van de totale inkomsten van Eritrea binnen via belastingen en doorvoerrechten die geheven werden op goederen voor Ethiopië die in de haven Assab aankwamen. Ethiopië gebruikt nu de haven van Djibouti.
De stationering van Umnee geschiedt dan ook op verzoek van beide landen. Dit gebeurde op 18 juni in Algiers toen onder auspiciën van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid een bestand werd overeengekomen. Aan de besprekingen namen ook een persoonlijke afgezant van de EU-voorzitter en een vertegenwoordiger van de Amerikaanse president deel.
De Nederlandse regering overweegt een bijdrage aan Unmee te leveren waarvan de kern zal bestaan uit een mariniersbataljon met ondersteunende elementen van de land- en luchtmacht. Dit bataljon zal versterkt worden met een Canadese pantsercompagnie.
Hoewel bij deelname aan Unmee geen vitale belangen voor ons land op het spel staan, speelt in ons buitenlands beleid de bevordering van de internationale rechtsorde een belangrijke rol. Het zogenoemde Toetsingskader noemt dit laatste ook als een van de gronden om Nederlandse militairen uit te zenden.
Nederland is thans lid van de Veiligheidsraad, wat naar mijn mening extra verplichtingen met zich meebrengt. Bovendien heeft de VN het jaar 2000 als 'Het jaar van Afrika' uitgeroepen, om de verwaarlozing van dit continent door de internationale gemeenschap weer enigszins goed te maken. En ook ons ministerie van Buitenlandse Zaken heeft, met het uitbrengen van de Afrika-notitie vorig jaar, dit continent weer op de Nederlandse politieke agenda gezet. Het zou bijzonder ongeloofwaardig zijn als Nederland niet bereid is om zich voor een periode van maximaal zes maanden te verbinden aan een betrekkelijk risicoloze operatie, die voorwaardenscheppend is voor de wederopbouw van levensvatbare samenlevingen in twee landen in de Hoorn van.Afrika.
Unmee wordt gestationeerd in een bufferzone van 25 kilometer op het grondgebied van Eritrea langs de grens met Ethiopië. Van deze vredesmacht maken ook 240 waarnemers deel uit, die alle activiteiten van de strijdkrachten van Ethiopië en Eritrea buiten de bufferzone in de gaten zullen houden, waardoor er altijd voldoende waarschuwingstijd is om de troepen terug te trekken. Uit woorden van premier Kok kan worden opgemaakt dat de Amerikanen ons daarbij zullen assisteren.
Niet vergeten moet worden dat de VS veel belang hechten aan deze vredesmissie. Dit bleek onder meer uit de bemiddelingspoging van Holbrooke, eerder dit jaar, en de Amerikaanse deelname aan de onderhandelingen over de wapenstilstand. De helikopterschepen van de Amerikaanse marine in de Golf kunnen tijdig naar de Eritrese kust opstomen om de vredesmacht te evacueren.
Het grootste 'risico' dat de internationale gemeenschap met Unmee loopt is dat deze vredesmacht, net als die op Cyprus en in de Sinaï, nog vele jaren aanwezig zal moeten zijn. De kosten daarvan wegen naar mijn mening niet op tegen de vele tienduizenden mensenlevens die het gevolg kunnen zijn van een nieuw conflict. Naar het zich laat aanzien zal het kabinet a.s. vrijdag dan ook een verstandige beslissing nemen door akkoord te gaan met een Nederlandse deelname aan Unmee.