EU Forum

EU Integration

Nederlandse krijgsmacht moet meer Europees

10 Sep 2012 - 00:00

Europese veiligheid is Europa's zaak
In 2011 legden de Amerikanen de leiding voor de militaire interventie in Libië in Europese handen. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voerden het merendeel van de luchtaanvallen uit en hielpen zo de opstandelingen aan de overwinning op het regime-Kadaffi. Voor het eerst klaarde 'Europa' de klus, overigens met cruciale ondersteuning van de VS op gebieden als inlichtingen en bijtanken in de lucht. Libië markeert de nieuwe Amerikaanse strategische oriëntatie, weg van Europa naar Azië en de Stille Oceaan. Europa wordt verantwoordelijk voor de eigen veiligheid en moet de rust in haar achtertuin waarborgen. De Amerikaanse veiligheidsparaplu verdwijnt niet, maar wordt opgeborgen.

 

Nederlandse belangen
Europese veiligheid is ook Nederlandse veiligheid. Sterker nog: met de afhankelijkheid van internationale handel en energieaanvoer is ons land vergeleken met andere Europese landen nog meer gebaat bij rust in de wereld - zeker in Europa's periferie. Daarnaast blijven bevordering van de mensenrechten en humanitaire hulpverlening speerpunten van het Nederlandse buitenlandse beleid. Deze belangen - Nederlands en Europees - dienen maatgevend te zijn voor de ambities, taken en middelen van onze krijgsmacht. Dit betekent dat Nederland samen met Europese partners in staat moet zijn militair in te grijpen in conflicten wanneer dit noodzakelijk is.

Brits-Franse leiding [1]
De veranderde situatie lijkt in Nederland nauwelijks te zijn opgemerkt. Londen en Parijs zien hun succesvolle interventie in Libië wél als keerpunt voor Europa: "France and the UK are determined to play a leading part in this new context and are united in our belief that Europe must play a full role. (..) Our cooperation in Libya has been a defining moment - and one on which we will continue to build in the future", aldus premier David Cameron en voormalig president Nicolas Sarkozy in februari 2012. De nieuwe Franse president, de socialist François Hollande, sluit zich hierbij aan. Bij zijn bliksembezoek aan Londen op 12 juli 2012 bevestigde hij de Franse verbintenis met het VK op defensiegebied: "We are in Europe the two great countries which have a defence potential as well as a nuclear force. It means we have to act in solidarity and be responsible." Waar het tussen Hollande en Merkel stroef verloopt op financieel-economisch gebied lijkt soepele samenwerking op defensiegebied met Camerollande verzekerd.

Europese voorhoede
Frankrijk en het VK zijn Europa's meest expeditionair gerichte landen. Ze hebben een vergelijkbare strategische cultuur en een lange traditie van overzeese operaties. Ze leveren ongeveer de helft van het complete Europese militaire vermogen. Het Lancaster House-verdrag van november 2010 heeft vergaande samenwerking tussen de beide krijgsmachten gelanceerd. Centraal staat de oprichting van de Combined Joint Expeditionary Force van ongeveer 10.000 militairen met een gemeenschappelijk hoofdkwartier. Alles ligt op schema voor inzetbaarheid in 2016. De interventiemacht zal als eerste in een crisisgebied optreden. Daarmee leveren Londen en Parijs de Europese voorhoede wanneer militair ingrijpen in een crisis onvermijdelijk is, zonodig met geweld. Beide landen zijn hiermee ook bereid de hoogste risico's te lopen.

Nederland: meedoen of niet?
Wil Nederland tot de Europese voorhoede behoren of niet? De Brits-Franse interventiemacht kan opereren zonder andere bijdragen, maar Frankrijk en het VK zullen partners welkom heten. Deelname betekent wel: concrete toezeggingen, aanpassen aan de Brits-Franse wijze van optreden en gezamenlijk oefenen. Uiteraard blijft echte inzet afhankelijk van nationale besluitvorming - dit geldt evenzeer voor de Franse en Britse delen van de interventiemacht. Een positieve keuze betekent dat Nederland aansluit bij de Europese defensietop - gelijk de doelstelling in het verleden om met de Amerikanen mee te gaan. Op een negatieve keuze volgt een plaats op de achterbank. In dat geval kan Nederland bijdragen aan minder gevaarlijke vervolgoperaties voor versterking van stabiliteit en wederopbouw. Het maakt dan echter geen deel uit van Europa's militaire avant-garde. De politieke invloed van Nederland bij crisisbeheersing zal navenant verminderen.

Keuzes bij samenwerking
Een keuze voor aansluiting bij de Brits-Franse interventiemacht heeft uiteraard gevolgen voor de militaire samenwerking van Nederland met Europese partners. In zijn nota van mei jl. zet minister van Defensie Hillen zwaar in op de traditionele buurlanden. Vooral België en Duitsland krijgen veel aandacht - logisch want Nederland heeft goede ervaring met deze landen. Samenwerking met Frankrijk en het VK komt op de tweede plaats. Mogelijke aansluiting bij de Brits-Franse interventiemacht komt geheel niet aan de orde. Bewust (verkiezingen en kabinetsformatie) of niet? Er zijn genoeg mogelijkheden. De luchtmobiele brigade en het Korps Mariniers zijn bij uitstek geschikt voor deelname aan de interventiemacht. De voorziene samenwerking met België (paracommando's, F-16s en luchttransport ) kan zo in een breder kader worden geplaatst. De militaire Beneluxsamenwerking draagt zo bij aan versterking van de Europese veiligheid. De keuze is aan de politiek!
 

[1] Zie hierover ook: Dick Zandee, 'Bridging the Channel. British-French Defence Cooperation as the Core of European Military Capabilities' Policy Brief 10, Clingendael, July 2012


Lees meer over het Europese defensiebeleid in het dossier Defensiebeleid van Europa Nu.