Research

Articles

Onder Bush kan relatie VS-Europa schade oplopen

15 Mar 2006 - 00:00
In het voorjaar zal blijken of president Bush rekening wil houden met Europese opvattingen op buitenlands politiek gebied. Als hij vasthoudt aan zijn verkiezingsprogramma voorzien Kees Homan en Bert Kremers een confrontatie met Europa.Met George W. Bush krijgen de VS en de rest van de wereld te maken met een president die zich vooral op buitenlands-politiek gebied nog moet bewijzen. Met de benoeming van Colin Powell en Condoleezza Rice als zijn naaste veiligheids- en buitenlandadviseurs keren samen met vice-president Dick Cheney enkele in Europese hoofdsteden bekende gezichten terug. Dat vergroot zonder twijfel het onderlinge vertrouwen. Maar of dat voldoende is om de band tussen de VS en de Europese bondgenoten de komende vier jaar zonder barsten en scheuren te laten voortbestaan, is niet zeker.

Dat moet immers blijken op het moment dat Bush zijn in de verkiezingscampagne gedane beloften omzet in officiëel beleid. De vraag is dan of hij rekening houdt met Europese opvattingen of kiest voor de soms daarop haaks staande standpunten van de meerderheid in het Congres. Zo zijn de aankondigingen van een geleidelijke terugtrekking uit de vredesmachten op de Balkan en van de invoering van een afweersysteem tegen raketten in Europa wel, maar in politiek Washington nauwelijks omstreden. Houdt de nieuwe Amerikaanse president vast aan zijn ook buiten de Republikeinse aanhang populaire ideeën, dan kan de eerste harde confrontatie tussen de VS en de Europese bondgenoten niet lang uitblijven. Veel tijd voor het toegezegde overleg met de bondgenoten en het gezamenlijk zoeken naar een uitweg zal Bush niet worden gegund. Het Congres heeft grote zeggenschap op buitenlands-politiek gebied verworven. Dat zal blijken bij de vaststelling van de federale begroting.

Een van de vele besluiten die de nieuwe president op korte termijn moet nemen, betreft de invoering van een afweersysteem tegen raketten. Over de wenselijkheid en noodzaak van zo'n systeem bestaat bij Bush en zijn naaste adviseurs geen van twijfel. Anders dan zijn voorganger wil Bush een uitgebreid systeem, dat op land, op zee en in de ruimte een waterdichte verdediging moet vormen. Of dat haalbaar is, moet blijken uit een door Bush al in de verkiezingscampagne aangekondigde totale herziening van alle defensieplannen. Werd het al in opzet beperkte verdedigingssysteem van president Clinton geplaagd door technische tegenslagen en twijfels, Bush gelooft heilig in de mogelijkheid van een wereldwijd, ook voor de verdediging van de bondgenoten bedoeld, systeem.

Het is van betekenis dat de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Powell én de nieuwe nationale veiligheidsadviseur Rice zich zonder enig voorbehoud achter deze ambitieuze plannen hebben opgesteld. Rice benadrukt daarbij dat de VS moeten uitsluiten dat zij zich niet van interventies in bijvoorbeeld de Golf moeten laten weerhouden door het vermogen van landen als Irak en Iran om lange-afstandsraketten af te vuren. Een afweersysteem tegen zulke wapens voorkomt dat de VS chantabel worden en in het gebruik van hun indrukwekkend militair arsenaal aan banden worden gelegd. Oud-generaal Powell wil de rol van strategische kernwapens terugdringen met de invoering van een zo goed als ondoorlaatbare verdediging. Dit past in het streven van Bush naar een zo klein mogelijk aantal Amerikaanse kernwapens.

De nieuwe Amerikaanse regering laat zich niet veel gelegen liggen aan de reactie van Rusland op deze verschuiving in het strategische denken. Van veel geestdrift om het Russisch-Amerikaanse ABM-verdrag (1972) over een beperking van afweersystemen in stand te houden is in het Republikeinse kamp geen sprake. 'De president heeft de plicht om de Amerikaanse bevolking en de bondgenoten te beschermen, niet om dertig jaar oude wapenbeheersingsovereenkomsten te behouden', zo schrijft het Republikeinse verkiezingsprogramma de nieuwe beleidsmakers voor. Ook al zou Bush onder Europese druk met Rusland aanpassingen van het ABM-verdrag overeenkomen, dan is een dergelijke overeenkomst hetzelfde lot beschoren als het vorig jaar in de Senaat verworpen kernstopverdrag.

Rusland speelt behendig in op de twijfels van de Amerikaanse bondgenoten. Europa kijkt anders aan tegen de dreiging met raketten en handelt verschillend van de VS. Niet alleen spreken de Europese landen een breder spectrum van diplomatieke en economische maatregelen aan om te proberen dit gevaar tot aanvaardbare proporties terug te brengen, maar zij hebben in hun veiligheidsdenken ook minder moeite met de kwetsbaarheid van eigen grondgebied en bevolking. De mogelijkheid dat Iran in 2015 mogelijk over een raket beschikt waarmee het zuidoostelijk deel van ons continent kan worden bereikt, leidt niet tot een ommekeer in ons veiligheidsdenken. Nog een verschil is dat veel Europese landen in hun overwegingen nadrukkelijk rekening houden met de opvattingen en belangen van Rusland.

Nu de VS en Rusland zich opmaken voor een vervolg op de eerdere Start-onderhandelingen over de vermindering van hun kernwapenarsenalen speelt Rusland in op de omslag in het Amerikaanse strategische denken. Vergaande verminderingen komen Rusland goed uit. De instandhouding van een uitgebreide strategische kernmacht ontbeert een militair-strategische drijfveer, maar is om financiëel-economische redenen in Rusland bittere noodzaak. Een wederzijdse reductie tot 1500 strategische wapens is dan ook in de Russische voorstellen opgenomen. Daarbij zouden offensieve wapens en verdedigingssystemen als communicerende vaten moeten dienen. Zouden de VS een verdedigingssysteem willen invoeren, dan wordt dat in de Russische voorstellen gecompenseerd door lagere limieten op de voor de VS toegestane strategische bewapening.

Deze aanpak verschilt weliswaar wat strategisch denken niet fundamenteel van de ideeën van de nieuwe Amerikaanse president over nieuwe strategische verhouding tussen offensieve en defensieve bewapening. Maar de zwakte van Bush is dat hij zijn ambities voor de invoering van een uitgebreid verdedigingssysteem nog moet waarmaken. Het zal wellicht nog jaren duren voordat er technologisch gezien voldoende zekerheid voor het beginnen van de invoering van zo'n systeem bestaat. Daarbij moet de nieuwe president de scepsis van de Europese bondgenoten zien te overwinnen. Vooralsnog staat hij met bijna lege handen. Overtuigt hij de bondgenoten niet, dan dreigt de eerste botsing tussen Washington en Europa.