Research

Articles

Ontbreken van achterban breekt defensie op

15 Mar 2006 - 00:00
Aan de omvangrijke bezuinigingen op defensie die het kabinet wil doorvoeren, ligt geen visie ten grondslag. De boekhouder heeft de macht gegrepen, en dat heeft een negatieve invloed op het Nederlandse buitenlandse beleid, vindt Kees Homan.Het kabinet-Balkenende heeft in zijn kortstondig bestaan een belangrijk wapenfeit geboekt: het heeft de internationale reputatie van Nederland aanzienlijke schade berokkend. Nadat de politieke beslommeringen rondom de uitbreiding van de Europese Unie ons land internationaal reeds minder voorspelbaar had gemaakt, trekt nu de grootschalige bezuiniging op Defensie in het buitenland de aandacht.

Terwijl landen als Engeland, Frankrijk en Italië hun defensiebudget substantieel verhogen, zet Nederland zijn sinds 1989 ingezette reeks bezuinigingen op Defensie onbekommerd voort. Gemeten naar het percentage van het bruto nationaal product dat aan Defensie wordt besteedt, begint ons land inmiddels de onderste categorie van de NAVO-lidstaten te naderen, waarvan landen als België, Denemarken en Luxemburg deel uitmaken.

Nog verontrustender is dat de korting van ruim drie procent op het defensiebudget resulteert in een onevenredig hoge aanslag op de operationele gevechtskracht van de krijgsmacht. De luchtmacht moet 1/6 van haar F-16's inleveren, terwijl de marine 1/7 van haar fregatten moet afstoten – een fraai staaltje van kapitaalsvernietiging van modern materieel. Bovendien wordt de in de Defensienota 2000 aangekondigde paraatstelling van het derde mariniersbataljon en de versterking van de parate component van de Koninklijke landmacht uitgesteld. Nog geen drie jaar geleden achtte toenmalig minister van Defensie De Grave deze uitbreiding van parate functies van groot belang voor de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht.

Los hiervan stelt de novemberbrief ook een aantal toe te juichen, geld besparende, maatregelen in het vooruitzicht: de opheffing van mobilisabele eenheden, de oprichting van een gemeenschappelijk operatiecentrum Defensie en de verkleining van de krijgsmachtdeelstaven. Curieus is dat het Instituut Clingendael reeds drie jaar geleden in de studie Krijgsmacht of Vredesmacht voorstelde de gehele landmacht paraat te maken door de mobilisabele eenheden op te heffen. Toenmalig minister De Grave wees dit toen in stellige bewoordingen af. De collectieve verdediging diende volgens hem een prominente plaats voor onze krijgsmacht te behouden: "Het concept van de mobilisabele eenheden stelt de NAVO in staat een aanzienlijke strijdmacht op de been te brengen als de nood aan de man komt.''

De vraag rijst hoe te verklaren valt dat Defensie ondanks alle onzekerheid en instabiliteit in deze wereld toch weer forse bezuinigingen moet uitvoeren. De binnenlandse prioriteiten op het terrein van gezondheidszorg, onderwijs en veiligheid op straat vormen uiteraard een belangrijke verklarende factor.

Nederland behoort echter financieel-economisch tot de meest vooraanstaande landen van de wereld. De Nederlandse economie is voor meer dan de helft afhankelijk van het verkeer met het buitenland. Onze nationale veiligheid en welvaart zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met het bevorderen van stabiliteit, vrijheid en economische ontwikkeling elders in de wereld. Dat heeft een prijs, ook op het gebied van Defensie.

Een andere belangrijke verklarende factor voor de nieuwe bezuinigingen is, dat Defensie niet beschikt over een eigen achterban. Andere beleidsterreinen zoals Sociale Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Landbouw en Economische Zaken beschikken in de politiek en in goed georganiseerde belangengroeperingen wel over zo'n achterban. Het eerste Kamerlid met kritiek op de nieuwe bezuinigingen op Defensie moet echter nog opstaan.

De nieuwe bezuinigingen op Defensie worden ook niet geplaatst in het kader van ons buitenlands beleid. Nederland stelt zich als doel een actieve rol te spelen in belangrijke veiligheidsorganisaties zoals de NAVO, de Oorganisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Verenigde Naties. Daarnaast heeft de ontwikkeling van het Europees Veiligheids en Defensie Beleid (EVDB) voor het kabinet een hoge prioriteit. De nationale defensie-inspanning en de deelname aan vredesoperaties zijn een factor die van belang is voor de Nederlandse positie in deze internationale organisaties.

Na de Koude Oorlog is de krijgsmacht een actief instrument van ons buitenlands beleid geworden. In de Grondwet is nu zelfs vastgelegd dat de krijgsmacht er onder meer is voor de bevordering en handhaving van de internationale rechtsorde. Hiertoe levert Nederland bijdragen aan vredesoperaties.

Daarbij moet geconstateerd worden dat bij langdurige vredesoperaties na de fasen van 'noodhulp' en 'reconstructie', de aanwezigheid van een vredesmacht voorwaardenscheppend is voor het verlenen van ontwikkelingshulp die besteed wordt in de fase van nation building. Militairen zijn hierbij ook vaak actief met het uitvoeren van kleinschalige infrastructurele projecten, welke door Ontwikkelingssamenwerking worden bekostigd. Zo adviseren Nederlandse reserve-officieren in Bosnië het midden- en kleinbedrijf met het maken van bedrijfsplannen etc. De kosten hiervan zijn voor rekening van Defensie.

De inzet van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking, aldus het Strategisch Akkoord, wordt meer dan voorheen onderdeel van een geïntegreerd buitenlands beleid.

Impliciet wordt hiermee erkend dat de 'ontschotting' en 'geïntegreerde beleidsvoorbereiding' van ons buitenlands beleid, zoals verwoord in de Herijkingsnota uit 1995, blijkbaar nog te wensen overlaten. De vraag rijst dan ook of de relatie tussen Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Economische Zaken en Defensie niet aan een herwaardering, ook financieel, toe is.

Een krijgsmacht die in overeenstemming is met de politieke ambities en de belangen van Nederland vereist ook daarop afgestemde financiële middelen. De aard en omvang van onze defensie-inspanning moeten berusten op een grondige analyse van de internationale situatie en niet voortkomen uit louter bezuinigingsdrift. Of zoals een criticus van de novemberbrief het verwoordde: Als de visie ontbreekt, grijpt de boekhouder de macht.