Research

Op-ed

Op de thee in Washington

22 Apr 2010 - 13:13
Amerika vierde afgelopen donderdag nationale belastingdag. Reden voor de groeiende 'Tea Party' protestbeweging om het éénjarig bestaan te vieren. Amerikadeskundige Willem Post was erbij.

On the road again. Vanuit de zuidelijke stad Atlanta rijd ik naar Washington, waar ik 15 april moet zijn. Dat is de laatste dag dat Amerikanen hun belastingpapieren kunnen opsturen. Vlak bij het Witte Huis ligt de finish van de drie weken geleden vertrokken 'Tea Party'-expres: een bonte karavaan van bussen en volgauto's die zal neerstrijken in het hart van de hoofdstad. Oftewel de stad waar het grote kwaad zetelt. Dit is het politieke centrum dat geen voeling meer heeft met het Amerikaanse 'heartland', de mannen en vrouwen die Amerika groot hebben gemaakt. Moet je daar belasting aan betalen?

Nee dus, vindt een groeiend contingent kiezers: nog maar 15% van de burgers gelooft dat de natie zich in de goede richting ontwikkelt. In de populistische en polariserende politieke cultuur, die het land tegenwoordig zo kenmerkt, is het dominante beeld dat Washington wordt beheerst door politici, ambtenaren en lobbyisten die louter opkomen voor de grote belangen en de eigen overheid.

Deze boze burgerij was onder president Nixon nog de ontevreden 'silent majority'. Onder de rechtse populist Reagan marcheerden zij massaal de Republikeinse partij binnen. Maar hun zo geliefde Ronny werd opgevolgd door de gematigde Bush senior die zwaar had gezondigd door zijn belastingbelofte 'read my lips: no new tax' te verbreken.

De Texaanse zakenman en presidentskandidaat Ross Perot wist met zijn onafhankelijke 'grassroots'-beweging bij de presidentsverkiezingen in 1992 tegen deze Bush en Bill Clinton maar liefst 20 miljoen stemmen binnen te halen. Democratisch tegenstander Bill Clinton had het imago van een linkse oud-Vietnamdemonstrant. Om over zijn echtgenote - 'een linkse feeks!' - verder maar te zwijgen. Perot, de geestelijk vader van het huidige 'Tea Party'-fenomeen, stond pal voor 'good old America' met een beperkte overheid.

In 2010 is het electoraat bozer dan ooit. President Bush junior wekte al wantrouwen door de natie op te zadelen met een enorm begrotingstekort. Maar Obama breekt alle records. Zijn gezondheidsplannen moeten door toekomstige generaties worden betaald. Het valt de kleine man ook niet goed uit te leggen dat de grote banken met een unieke financiële reuze-interventie gered moesten worden van 'ons aller ondergang'. Tussen Main Street en Wall Street ligt een gat als van de Grand Canyon. Datzelfde geldt voor de kloof met het Witte Huis.

Iets buiten het centrum van Atlanta staat een reusachtig digitaal bord met de slogan: 'Stop Obama's socialism'. Betaald door de internetorganisatie 'BillboardsAgainstObama.com.' Zoals de nieuwe internettechnieken voor Obama's campagne een geschenk uit de hemel waren, geldt dat ook voor deze protestbeweging. Zo'n bord huren kost maar $ 2500 per maand en dat is alleen al met kleine internetgiften vanuit het hele land zo betaald. De organisatie vertrouwt erop dat binnenkort het hele land is bezaaid met anti-Obamaborden, vertellen media die massaal aandacht besteden aan dit nieuwe politieke snelwegfenomeen.

Op de nationale belastingdag in 2009 kwam de Tea Partybeweging voor het eerst echt aan de oppervlakte, inclusief een massale demonstratie in Washingon. De beweging is een losse verzameling van protestclubjes, waaronder ludieke groepjes die waarschuwen voor een ophanden zijnde machtsovername door een VN-wereldregering die opereert vanuit geheime kamers in de kantoorkolos in Manhattan. Maar er is wel degelijk een verband binnen dit zo op het eerste gezicht chaotische allegaartje. Teaparty-aanhangers - genoemd naar het belastingverzet tegen het Britse gezag in 1773 - zijn voor een kleine overheid, individuele vrijheid en fiscale discipline, lees: zo min mogelijk belasting. 'Tea' staat ook voor 'Taxed enough already'. De beweging heeft geen bestuur, hoofdkantoor en nationaal programma. Maar in een jaar is organisatorisch veel veranderd. Professionals krijgen steeds meer de touwtjes in handen. Zij weten, anders dan de Ross Perot-groepering, hoe je de massa structureel moet mobiliseren met name via publiciteit.

Neem Sal Russo, een ouwe politieke rot uit Californië die al bijna een halve eeuw Republikeinse campagnes organiseert. Zijn 'Our Country Deserves Better'-organisatie heeft een bustour georganiseerd die langs 44 plaatsen trekt. Het reisschema van de bustour is gebaseerd op een zwarte lijst van Congresleden die voor dure wetgeving zijn en die voor de gezondheidszorg hebben gestemd. Op nummer 1 staat de Democratische Senaatsleider Harry Reid. Zijn woonplaats Searchlight in het droge Nevada was dan ook de eerste stop. Russo's slogan is 'Just vote them out'. Het dorpje met zevenhonderd inwoners werd door duizenden woedende actievoerders overspoeld.

In het tv-programma van Oprah Winfrey zorgde zij onlangs voor een kijkcijferrecord en overal trekt zij volle zalen: Sarah Palin. De Republikeinse oud-kandidate voor het vicepresidentschap is de 'darling' van de Tea Partygangers. In Searchlight verklaart de sterspreekster onder luid gejuich alvast dat Reid op staande voet is ontslagen. 'Wij sturen vandaag een boodschap naar Washington. In deze tijd van naderende Congresverkiezingen zeggen wij dat de tijd van "Big Government" en almaar ons geld uitgeven definitief voorbij is. Wegwezen!'

In talkshows wordt druk gediscussieerd over de invloed van Republikeinen als Palin op de beweging. Russo vindt het prima: 'Voordat we ons land weer terug krijgen, moeten we eerst een van de grote partijen achter ons krijgen. De afstand tot de Republikeinen is nu eenmaal de kortste.' Maar het gevaar van die associatie is, zo zegt menig inbeller, 'dat de Republikeinse partij zo rechts wordt dat het centrum van ons vervreemdt waardoor we de Democraten in de kaart spelen'.

Verwijzend naar het kortstondige succes van Ross Perot waarschuwt oud-vicepresident Dan Quayle dat de Tea Partybeweging zich ver moet houden van de politiek. Perot wilde in 1992 per se meedoen met de presidentsverkiezingen, maar als 'Reform Party' raakte zijn beweging binnen de kaders van de officiële politiek gemarginaliseerd. Perot haalde 19% terwijl een meerderheid van die kiezers anders Republikeins had gestemd. 'Dankzij hem konden wij Clinton en Gore niet tegenhouden', aldus Quayle in The Washington Post. Quayle denkt dat bij de Congresverkiezingen in november veel Republikeinse kandidaten in een tweegevecht licht de overhand hebben boven de Democratische tegenstander, maar Tea Party-kandidaten kunnen roet in het eten gooien.

Quayle heeft gelijk dat de meeste Tea Party-aanhangers Republikeinen zijn maar het gemiddelde van diverse opiniepeilingen geeft aan dat zo'n 40% zich rekent tot de Onafhankelijken en de Democraten. Bovendien zegt iets meer dan de helft van alle Amerikanen meer waardering te hebben voor de Tea Partybeweging dan voor het Congres.

Niet onderschatten dus. Er is beslist iets fundamenteels gaande in Amerika. Vanuit mijn autoraam zie ik het al. Op de grens van Georgia en Tennessee verlaat ik de snelweg. Het lijkt wel alsof op dit verwaarloosde platteland een tornado heeft plaats gevonden. Wat een ravage. Verrotte houten huizen. Verpaupering alom. Slecht geklede mensen. Auto's uit het jaar nul. Veel autowrakken ook. Wonen hier de slachtoffers van de globalisering? Traditionele arbeid in de nabijgelegen oude glasfabriek wordt nu gedaan in Azië. De huizenprijzen zijn hier met zeker 40% gekelderd.

In het dorpje Adairsville bezoek ik de plaatselijke herberg. Nog wel een mooie veranda maar veel is vergane glorie. De waardin en de paar gasten zijn allemaal anti-Obama. Een van hen merkt op $ 550 per maand aan ziekteverzekering te betalen, met een eigen risico van $ 2500, maar toch Obama's hervormingsplannen niet te kunnen steunen. 'Wij zijn hier gewend onze eigen broek op te houden. Wij vertrouwen politici niet. Laat ons minder belasting betalen!'

Het illustreert hoe slecht Amerikaanse burgers zijn geïnformeerd. Obama verlaagde de inkomstenbelasting juist voor 95% van de Amerikanen. Forbes Magazine toetste de kennis onder Tea Partyaanhangers. Op de vraag wat het aandeel is van federale belastingen, inclusief sociale verzekeringspremies, in deel het bruto nationaal product, luidde het gemiddelde antwoord 42% terwijl het juiste antwoord 14,8% is.

Wat zich in de Verenigde Staten, en zeker ook op het platteland, wreekt is een combinatie van slecht onderwijs en sensatiebeluste media. In zijn gezondheidszorgcompromis haalde pragmaticus Obama de 'linkse' publieke optie er juist uit. Toch worden mensen zodanig gemanipuleerd dat ze geloven dat Obama een socialist is. Maar Obama is bij uitstek een man van het politieke midden.

Afgelopen donderdag bleek nog weer eens hoe diep de haat tegen Washington erin zit bij de demonstranten. Tegen de avond verzamelen tienduizenden mensen zich bij de reuzepilaar van het Washington Monument met zicht op het Witte Huis. Ik beland midden in een carnaval van ontevredenen. Iedere demonstrant lijkt, geheel in de stijl van het ongebreidelde individualisme, een persoonlijk statement te willen afgeven. Mensen zijn uitgedost in de meest bizarre outfits. Iemand houdt een bord omhoog met de beeltenis van Obama die met draculatanden de nek van het Vrijheidsbeeld leegzuigt. Comedienne Angela Jackson, bekend van menige radiotalkshow, doet een muis uit het Witte Huis na die bang is voor de grote kater ofwel communist Obama. 'Nu maar hopen dat Obama even de gordijnen opzijschuift. Hij gluurt vast naar ons.' De organisator van de Tea Party roept tot een juichende menigte: 'Na zijn inauguratie dacht hij van de echte Amerikanen af te zijn, maar ik heb een boodschap voor hem: We' re back!', waarop de menigte minutenlang deze kreet scandeert.

Die Obamahaat valt het meeste op. Deels komt dat door zijn on-Amerikaanse maatregelen, maar ook omdat het makkelijker is de onvrede op een enkele persoon te projecteren en niet op het even zo verafschuwde 435 leden tellende Congres. Een mevrouw naast mij legt uit: 'Dit land is ooit ontstaan vanuit het ideaal van zo veel mogelijk individuele vrijheid en een beperkte overheid. Obama heeft met zijn miljardensteun Wallstreet gered maar niet ons. Hij zadelt toekomstige generaties op met enorme schulden. Een foetus heeft nu al een enorme belastingschuld. Ik maak mij zorgen om mijn land. Een zesde deel van de economie is door die Obama in recordtijd verkwanseld.'

De politieke picknick op deze Mall, de heilige tuin van de Amerikaanse geschiedenis, ademt de geest van verbroedering van mensen die zich in het moderne Amerika onbegrepen voelen. De Tea Partygangers snakken naar een tijd die nooit heeft bestaan en waarin er harmonie zou zijn tussen burger en staat. In een democratie, zeker de Amerikaanse, was er echter altijd een fundamenteel wantrouwen tegen het gezag. De New York Times berekende deze week dat de Tea Partyaanhanger gemiddeld 58 jaar is. Twintigers en dertigers zie ik nauwelijks.

Een stoere mijnwerker uit Virginia beklimt het podium met de boodschap: 'Ik ben tegen dure en onzinnige milieuwetgeving. China en India doen niet mee. Het is nogal dom als wij ons allerlei beperkingen opleggen. Iedere ochtend ga ik om vier uur de mijn in om eerlijke arbeid te verrichten. Daar ben ik trots op. Koning Obama en koningin Pelosis: laat ons met rust!' Een ovatie volgt.

Tussen alle protestborden houdt een man een bord omhoog met de tekst: 'Listen to me', in feite de kernboodschap of misschien wel de noodkreet van de Tea Partybeweging. Maar welk Amerika vertegenwoordigen de demonstranten? Opeens duiken twee jongeren op met een bord waarop staat: ' I drink coffee'. Ze worden meteen omsingeld. Een felle discussie tussen de koffie- en theedrinkers volgt. Zo creëert de Tea Partybeweging een botsing tussen het oude en het nieuwe Amerika.