Research
Reports and papers
Over verkiezingen, politisering en het Nederlands Europa-beleid
Op 1 juni 2005 stemde een grote meerderheid van de Nederlandse kiezers tegen de Europese grondwet. In reactie daarop ging politiek Den Haag in bezinning. In bezinning op de vraag wat de verwerping van dit verdrag betekende voor het Nederlands Europa-beleid. Was een aanpassing daarvan noodzakelijk? Diende Nederland zich anders op te stellen in de Unie, wellicht minder pro-Europees? Dwong het nee tot een andere manier van omgang door de nationale politiek met Europa? Eén conclusie die getrokken is, is dat een sterkere politisering van de nationale besluitvorming over Europa gewenst en noodzakelijk is. Burgers moeten beter geïnformeerd worden en met heldere keuzes worden geconfronteerd. Dat veronderstelt een actievere bemoeienis vanuit de politiek. Ten tweede, Europese integratie is nog steeds in het Nederlands belang, maar met mate en op onderdelen minder snel. Ziehier, kort samengevat, de stand van zaken aan de vooravond van de verkiezingen van 22 november.
Die verkiezingen zijn een goed ijkmoment om vast te stellen in hoeverre Europa een gepolitiseerd thema is. Worden burgers met heldere keuzes geconfronteerd? Wat zeggen de campagnes over de daadwerkelijke mogelijkheden tot politisering van dit thema? Is politisering hoe dan ook mogelijk? Èn wat betekent de afgelopen periode voor het Nederlands Europa-beleid; een beleid dat na de verkiezingen door een nieuw kabinet zal moeten worden uitgedragen? Welke zijn de marges en mogelijkheden voor dit kabinet, zowel Europees als nationaal? Deze vragen worden in deze CESP-publicatie besproken.
De auteurs zijn verbonden aan het Clingendael European Studies Programme.