Research

Articles

Pak piraten internationaal aan

18 Mar 2008 - 15:16
Een multinationaal vlootverband onder leiding van het Nederlands fregat Hr. Ms. De Zeven Provinciën, ving op 4 april 2006 een noodoproep op van de Zuid-Koreaanse vissersboot Dong Wong 628, die onder de kust van Somalië door zeerovers werd overvallen. Toen het fregat en een Amerikaans marineschip te hulp snelden, dreigden de kapers de 25-koppige bemanning te doden. De marineschepen moesten het schip dus wel binnen de territoriale wateren van Somalië laten ontkomen. Na langdurige onderhandelingen tussen de kapers en de rederij werden de bemanning en het schip eind juli 2006 voor 800 duizend dollar losgeld vrijgelaten.

Dit is geen uitzonderlijke gebeurtenis. Sinds het omverwerpen van het regime van dictator Siad Barre in 1991, worden bij Somalië regelmatig schepen gekaapt. Losprijzen voor vrijlating variëren van 150 duizend tot 800 duizend dollar. Het laatste kwartaal van 2007 waren bij Oost-Afrika veertien schepen het slachtoffer van zeeroverij.

Sinds 2005 zijn zes VN-schepen van het Wereldvoedselprogramma (WFP) onder de kust van Somalië door piraten aangevallen. Het kabinet heeft op verzoek van de WFP besloten het fregat Hr. Ms. Evertsen naar Somalië te sturen om op basis van een resolutie van de Veiligheidsraad de kustwateren daar te controleren. Bovendien zullen mariniers aan boord van de VN-schepen worden gestationeerd. Deze schepen zullen humanitaire hulpgoederen vanuit Mombasa of Djibouti naar Mogadishu of andere Somalische havens transporteren.

De Nederlandse missie levert een kleine bijdrage aan de bestrijding van het wereldwijde probleem van piraterij. Naast de veertien gevallen van zeeroverij onder de kust van Somalië, was in de rest van de wereld in het laatste kwartaal van 2007 officieel 55 keer sprake van zeeroof. Naar schatting wordt echter zo'n 40 tot 60 procent van de gevallen van zeeroverij niet gemeld. Scheepseigenaren instrueren hun kapiteins vaak om zeeroverij zoveel mogelijk binnenskamers te houden. Roofovervallen op zee kunnen immers van invloed zijn op de hoogte van de verzekeringspremie of resulteren in ongunstige berichtgeving in de media. Bovendien vrezen rederijen verzeild te raken in een omslachtige administratieve aangifteprocedure bij de lokale autoriteiten, die tot vertraging leidt.

Het idee dat zeerovers, als in de film Pirates of the Carribean, voornamelijk bewapend zijn met messen is achterhaald. Zeerovers zijn tegenwoordig goed getrainde 'vechtjassen', die over moederschepen, speedboten, gps en satelliettelefoons beschikken en bewapend zijn met automatische wapens, antitankraketten en raketwerpers.

Over het algemeen zijn de veiligheidsmaatregelen die schepen tegen zeeroverij nemen beperkt. Dekverlichting, accommodatie die hermetisch is afgesloten en uitgerolde brandspuiten die klaar zijn voor gebruik, vormen minimale voorzorgsmaatregelen. Rederijen vinden het bewapenen van de bemanning geen optie. Het personeel is niet getraind in het gebruik van wapens en het risico van escalatie wordt groter. Er zijn wel beveiligingsbureaus die de diensten van gewapende begeleiders aan boord aanbieden, maar rederijen maken daar, vooral vanwege de kosten, weinig gebruik van.

Wel wordt gezocht naar niet-dodelijke afweermiddelen zoals infrarooddetectie om bij slecht zicht kleine bootjes waar te nemen. Daarnaast kan een elektromagnetische puls de motor van een dergelijk vaartuigje op afstand stilleggen. Indien de zeerovers het schip toch bereiken, zou een netwerk van schrikdraad rondom het schip, waar 9.000 volt op staat, de zeerovers ontmoedigen. Ook een ultrasoon geluid, boven de pijngrens, kan piraten demotiveren.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling concludeerde enkele jaren geleden dat de scheepvaart 1,3 miljard dollar zou moeten investeren in verbetering van veiligheid in schepen. Daarna moet 730 miljoen dollar per jaar worden besteed aan het onderhoud van de verbeterde systemen. Gezien de hoge kosten in een sterk competitieve markt voelen rederijen daar weinig voor.

Hier zijn dwingende internationale voorschriften vereist. Temeer daar zeeroof en terrorisme elkaar al incidenteel hebben gevonden. De combinatie van zeeroof en terrorisme kan vooral gevaarlijk zijn voor de energiemarkten. De meeste olie in de wereld wordt verscheept over de wateren die het meest door zeerovers geplaagd worden, zoals de Straat van Malakka. De vrees is dat een terroristisch zelfmoordteam een olietanker zal kapen, het in een haven laat binnenvaren en het laat exploderen.