Research

Articles

Praag en Wenen zetten uitbreiding EU onder druk

08 Jul 2004 - 11:57
Dankzij de bemiddeling van EU-commissaris Verheugen hebben Oostenrijk en Tsjechië onlangs in het benedictijnenklooster in Melk aan de Donau een voorlopig akkoord bereikt over de nieuwe Tsjechische kerncentrale Temelin. Er zal de komende zes maanden, met hulp van de EU, een onderzoek plaatsvinden naar de veiligheids- en milieustandaarden van dit complex, dat van Sovjet-makelij is maar door Amerikaanse bedrijven werd voltooid. Ondertussen zal de centrale geen stroom leveren. Oostenrijk heeft als tegenprestatie verzekerd dat het de Tsjechische toetredingsonderhandelingen met de EU niet langer zal hinderen. De hoop is dat de Oostenrijkse demonstranten, die afgelopen najaar het grensverkeer blokkeerden, hun acties niet hervatten. Maar ook als verdere conflicten achterwege blijven, is de schade groot.

Op zich valt het te begrijpen dat de Oostenrijkers, die zelf in 1978 met kernenergie zijn gestopt, zorgen hebben over een centrale die zo dicht bij hun grens ligt. Maar in plaats van de nadruk te leggen op het belang van veiligheidsgaranties hebben leidende Oostenrijkse politici steeds op hoge toon geëist dathet 'Schrott-Kraftwerk' wordt ontmanteld. De blokkades zijn bovendien niet het werk van individuele actievoerders, maar vonden plaats op initiatief van de deelstaatregering van Opper-Oostenrijk, in Linz, met steun van de drie grote Oostenrijkse partijen.

Van haar kant heeft de Tsjechische regering weinig begrip getoond voor de onrust in het buurland. Tsjechische woordvoerders wezen erop dat Wenen nooit protesten heeft laten horen tegen de al jaren in gebruik zijnde centrale van Dukovany, daarmee suggererend dat Temelin gewoon een aanleiding is om ruzie met Tsjechië te zoeken. Praag heeft de Oostenrijkse klachten afgewezen als inmenging in interne zaken; Tsjechische tegenstanders van de centrale worden 'vijanden van de staat' genoemd, een uitdrukking die in de communistische periode veel werd gebruikt.

De Tsjechisch-Oostenrijkse verhoudingen raakten verder verziekt nadat Praag in februari, als enige regering in Oost-Europa, zich aansloot bij het EU-besluit om het politieke contact met Oostenrijk af te breken, naar aanleiding van de toetreding van de ultra-rechtse FPÖ tot de regering. We kunnen de Tsjechen moeilijk verwijten dat ze hetzelfde deden als de landen van de 'EU-waardengemeenschap' waar ze lid van hopen te worden. Premier Zeman maakte echter van de gelegenheid gebruik om zijn land nog eens aan te prijzen als 'een eiland van democratie' in Centraal-Europa. Bovendien was het enthousiasme waarmee de Tsjechen de politieke contacten met het buurland verbraken dusdanig dat het vermoeden rees dat Praag het EU-besluit dankbaar aangreep om niet over Temelin te hoeven praten.

Oostenrijk op zijn beurt blokkeerde in Brussel de EU-onderhandelingen met Tsjechië over de hoofdstukken energie en milieu, en dreigde dus de Tsjechische toetreding tot de EU tegen te houden. Deze gespannen relaties tussen twee buurlanden die uiterlijk sterk op elkaar lijken, hoeven niet te verbazen. De Tsjechische geschiedenis van de 19de eeuw bestaat uit een lange reeks van pogingen om onder het bewind van de Habsburgers uit te komen. Toen in 1918 de onafhankelijkheid tot stand kwam, riep president Masaryk zijn landgenoten op om Wenen diep te wantrouwen. Na 1945 was het lot beide landen zeer verschillend gezind. Oostenrijk, dat na de Anschluss van 1938 Hitler trouw had bijgestaan, kreeg in 1955 zijn onafhankelijkheid terug en zou zich ontwikkelen tot een van de welvarendste landen van Europa. Daarentegen kwamen de Tsjechen, die in 1938 door Engeland en Frankrijk aan de Duitsers waren uitgeleverd, na de oorlog onder de heerschappij van Moskou. Zowel de individuele vrijheid als de economische welvaart ging volkomen verloren. Toen de Tsjechen in 1989 met succes een eind aan de communistische dictatuur maakten, heerste er in Wenen vreugde. Al gauw werd hier de aandacht echter volledig in beslag genomen door de Oostenrijkse toetreding tot de EU. De verhouding met Tsjechië raakte in de loop van de jaren negentig bovendien zwaar verziekt door de strijd over de zogeheten Benes-decreten: de maatregelen van de Tsjechische president Benes in 1945 over de verdrijving, en onteigening van bezittingen, van Duitstaligen die in Tsjechoslowakije woonachtig waren. Net als in Duitsland eisten in Oostenrijk organisaties van 'Vertriebenen' dat deze besluiten ongedaan zouden worden gemaakt. Maar terwijl de Tsjechen dit weigerden, en de Duitse regering in 1997 met Praag een Verklaring tekende die stelde dat de relaties niet zouden worden belast met 'uit het verleden stammende politieke en juridische kwesties', nam het Oostenrijkse parlement in mei 1999 een resolutie aan waarin intrekking van de decreten werd verlangd.

Deze ontwikkeling is des te onplezieriger omdat het toch al zo lastige proces van EU-uitbreiding hierdoor extra gecompliceerd zal worden.

De kans is niet denkbeeldig dat politieke leiders in Oostenrijk gaan eisen dat de toetreding van Tsjechië via een referendum aan de Oostenrijkse kiezers zal worden voorgelegd. Ook de toetreding van Slovenië, een land waar Wenen soortgelijke problemen mee heeft (kerncentrales, onteigeningsdecreten), zou op deze wijze in gevaar kunnen komen. Te hopen valt daarom dat de EU de huidige afkoelingsperiode rond Temelin zal benutten door een dialoog tussen Oostenrijkers en Tsjechen op gang te brengen.