Research

Articles

Privatisering oorlog vraagt om nieuwe regels

15 Mar 2006 - 00:00
Vroeger heetten ze huurlingen, nu 'private military companies'. Hun steeds belangrijker wordende rol vraagt om regels, menen Machteld Boot en Kees Homan.De Amerikaanse firma Kellog, Brown and Root kwam de afgelopen week in Irak in opspraak, toen bekend werd dat de voeding die ze aan militairen verstrekte van slechte kwaliteit was en de keukens waarin dit bereid werd bijzonder onhygienisch waren. Dit bedrijf is een dochteronderneming van de oliegigant Halliburton, waarvan de Amerikaanse vice-president Cheney vroeger directeur is geweest. Naast het verstrekken van voeding, die bereid wordt door goedkope koks uit Bangladesh en India, strekken de activiteiten van deze firma zich uit van het opzetten van tenten tot het bouwen van toiletten en het verdrijven van muskieten.

Het bedrijf is een voorbeeld van de opkomst van de zogenoemde Private Military Companies (PMC's), die een toenemende privatisering van de oorlogvoering tot gevolg heeft. Zo bedienden bij de aanval op Irak civiele contractanten van vier PMC's geavanceerde wapensystemen aan boord van Amerikaanse marineschepen. Dat was tevens het geval met het onderhoud van onbemande Predator en Global Hawk vliegtuigen en B-2 bommenwerpers. Maar ook de Britten laten zich niet onbetuigd op dit gebied. Zo heeft Global Risk International Gurkha's, para-militairen uit Fiji en naar verluidt ook ex-SAS veteranen ingehuurd om het hoofdkwartier van Paul Bremer te bewaken.

Peter W. Singer van het Brookings Instituut in Washington schat dat er in Irak op iedere tien militairen een burgercontractant is. Dat is tien maal zoveel als in de eerste Golfoorlog in 1991. Belangrijke verklaringen voor deze ontwikkeling zijn onder meer de talrijke werkeloze militairen die na de Koude Oorlog op de arbeidsmarkt verschenen, de steeds hoogwaardiger technologie in de oorlogvoering en de privatisering van delen van de publieke sector.

De inzet van PMC's biedt regeringen een aantal voordelen. Het wapenembargo van de VN tijdens de oorlog op de Balkan, werd door de Amerikanen in 1995 ontdoken toen ze contractanten van Military Professional Resources Inc (MPRI) inhuurden om de Kroatische strijdkrachten te adviseren en te trainen. De Kroatische strijdkrachten voerden enige maanden later de operatie Storm uit, waarbij meer dan 100.000 Serviers werden verdreven. Een ander voordeel van een civiele contractant is dat wanneer hij om het leven komt niet op de officiele slachtofferlijsten hoeft te worden vermeld. Het niet minst belangrijke voordeel is tenslotte dat regeringen niet worden aangesproken op hun handel en wandel. In de Verenigde Staten is minister van Defensie Donald Rumsfeld een uitgesproken voorstander van het uitbesteden van ondersteunende taken aan de civiele sector. De omvang van de Amerikaanse krijgsmacht is sinds 1990 gereduceerd van 2,1 miljoen tot 1,4 miljoen militairen. Het gevolg is dat door de oorlog in Irak, maar ook door de conflicten in Afghanistan, Bosnie en Kosovo, meer reservisten en personeel van de Nationale Garde voor langere periode worden opgeroepen. Gezien de toenemende bezwaren die dit oproept, biedt de inschakeling van PMC's een oplossing. Zo zijn inmiddels PMC's voor de opleiding en training van de Iraakse krijgsmacht en politie ingehuurd.

Meer omstreden is het contracteren van PMC's voor het uitvoeren van gevechtsoperaties. Tegenstanders hiervan brengen velerlei bezwaren naar voren. Zo dient het geweldsmonopolie tot het domein van de staat te behoren, zouden PMC 's mensenrechten schenden en geen verantwoording hoeven af te leggen.

Maar PMC's bieden ook voordelen. Ze kunnen immers ingezet worden in situaties waarin westerse regeringen niet willen optreden en ze zijn bovendien vaak goedkoper. Daarnaast is een PMC sneller inzetbaar dan een multinationale vredesmacht. De secretaris-generaal van de VN blijft bij verzoeken om troepen te leveren voor vredesoperaties in Afrika regelmatig met lege handen staan.

Een succesvol optreden van een PMC in Afrika was dat van Executive Outcomes in Sierra Leone enkele jaren geleden. Men wist daar zonder veel problemen de rebellen te beteugelen. Het prijskaartje dat aan deze 22 maanden durende operatie hing, bedroeg 35 miljoen dollar. Het jaarlijks budget van de VN-vredesmacht die later optrad bedroeg tegen de vijfhonderd miljoen dollar.

Sir Brian Urquart, die beschouwd wordt als de peetvader van de vredeshandhaving, heeft zich dan ook laten ontvallen dat we PMC's in een volmaakte wereld niet nodig hebben en ook niet zouden willen hebben, maar dat de wereld nu eenmaal niet volmaakt is.

Om de genoemde bezwaren tegen PMC's zoveel mogelijk te ondervangen, dienen hun activiteiten wel internationaal gereguleerd te worden. Zo zouden de Verenigde Naties de effectiviteit van troepen uit ontwikkelingslanden aanzienlijk kunnen verhogen door PMC's te gebruiken om deze eenheden beter voor te bereiden op vredesoperaties, of transport en verbindingsmiddelen te verschaffen die veelal ontbreken.

Daarbij moeten ook PMC's worden gehouden aan naleving van de mensenrechten en, waar het gaat om gevechtshandelingen, ook van het oorlogsrecht.

Al maakt de diversiteit van PMC's het niet eenvoudig snel tot internationale afspraken te komen, het is hard nodig daartoe de eerste stappen te gaan zetten.