Research
Articles
Raketverdediging in Europa: Een nieuwe uitdaging voor de NAVO
Tot veler verrassing stond echter in de slotverklaring van deze NAVO top de volgende passage over raketverdediging: "Ballistische raket proliferatie vormt een toenemende dreiging voor de strijdkrachten, grondgebied en bevolkingen van de bondgenoten. We erkennen daarom de substantiële bijdrage aan de bescherming van bondgenoten tegen langeafstandsraketten, die verschaft zal worden door de geplande ontplooiing van in Europa geplaatste, Amerikaanse verdedigingsmiddelen tegen raketten. We zijn de mogelijkheden aan het onderzoeken om dit vermogen met huidige NAVO inspanningen op het gebied van raketverdediging, te verbinden, als een manier om te verzekeren dat het een integraal deel van een toekomstige NAVO brede raketverdedigingsarchitectuur zal zijn".
In de aanloop naar de NAVO top had de Nederlandse regering in een brief aan de Kamer over raketverdediging reeds zijn zorg uitgesproken over het toenemende aantal landen dat over ballistische raketten beschikt. In 1972 beschikten 6 niet NAVO landen over ballistische raketten, nu zijn dat er minstens 20. Ondanks alle initiatieven op het gebied van de non-proliferatie van ballistische raketten, werden er in 2006 wereldwijd meer dan zestig buitenlandse raketten gelanceerd.
Kortom, alle reden om aandacht te besteden aan deze toenemende problematiek.
Geschiedenis
De wens naar een raketverdediging is niet nieuw. Deze gaat terug tot de late jaren vijftig, na de komst van nucleaire wapens. Een vroeg voorbeeld van raketverdediging was het Amerikaanse 'Safeguard' systeem (1969-1976) dat gebouwd werd om de 'Minuteman' silo's tegen intercontinentale raketten (ICBM's) te beschermen. In dezelfde tijd ontplooide de Sovjet-Unie zijn eigen 'Galosh' systeem, om Moskou en omgeving te beschermen tegen een zelfde dreiging.
De geschiedenis van een raketschild gaat terug tot 23 maart 1983, toen President Ronald Reagan het 'Strategic Defense Initiative' (SDI) aankondigde. Het ook wel 'Star Wars' geheten project behelsde de bouw van een schild dat een raketaanval van duizenden Sovjetraketten moest tegenhouden. Het onderzoek naar onder meer röntgenlasers, onderscheppingsraketten de ruimte en deeltjeskanonnen, gingen onmiddellijk van start. Ze verslonden tientallen miljarden dollars maar al snel bleek de ambitie om een massale Sovjetaanval te keren, te hoog gegrepen. Een andere grote barrière was het battle management:, het aansturen van het schild. De rekenkracht van de computers was in de jaren tachtig volstrekt ontoereikend.
President Clinton besloot in 1999 tot de ontwikkeling en plaatsing van een 'National Missile Defense' (MD) systeem. Dat moest het Amerikaanse vasteland beschermen tegen strategische, ballistische raketten door 'een staat van zorg' (Noord-Korea) afgevuurd.. Om de ontwikkeling van het MD mogelijk te maken, trokken de VS zich eind 2001 terug uit het in 1972 met de toenmalige Sovjet-Unie gesloten 'Anti Ballistic Missile' (ABM) Verdrag. Nieuw van het MD systeem is, dat het niet alleen moet dienen ter bescherming van het Amerikaans grondgebied en in het buitenland gestationeerde VS troepen, maar ook van 'vrienden en bondgenoten' tegen een aanval met ballistische raketten van iedere dracht en in alle fasen van de vlucht.
Amerikaanse motieven
De Amerikanen voeren tegenwoordig drie redenen aan voor een afweersysteem tegen raketten. Allereerst moet deze bescherming bieden tegen een mogelijke raketaanval van een 'rogue state': met name Noord-Korea en Iran. Volgens ongeclassificeerde, Amerikaanse inlichtingenrapporten is Iran in staat om in 2015 een intercontinentale, ballistische raket te testen. Traditionele landen zullen afgeschrikt worden door het vooruitzicht van vergelding, van 'rogue states' verwacht men dat niet. Dit vereist dan ook een fysieke vorm van bescherming, zoals een raketverdediging. Toch twijfelen deskundigen eraan of Iran het risico zal nemen als eerste een massavernietigingswapen in te zetten tegen de VS.
Een tweede Amerikaanse zorg is de mogelijkheid dat een 'niet-statelijke actor' toegang krijgt tot een kernkop. Zo zou zonder een goede raketverdediging, een groep terroristen de Verenigde Staten en hun bondgenoten kunnen bedreigen.
Ten slotte vrezen de Amerikanen voor een raket lancering die per ongeluk geschiedt.
Principe raketverdediging
Raketverdediging kan worden toegepast tijdens de drie fasen van een inkomende, langeafstandsraket: de boost fase, de mid-course fase en de terminal fase.
Na lancering branden de raketmotoren witheet en wordt binnen 250 seconden een snelheid van ongeveer zeven kilometer per seconde bereikt. De tijd om de raket gedurende deze boost fase uit te schakelen, bedraagt daarom slechts vijf minuten en plaatst een premie op detectiesystemen zoals sensoren van een satelliet.
Als de rakettrappen zijn afgestoten en de raketkop buiten de dampkring vliegt, begint de mid-course fase. Die duurt 20 tot 25 minuten. Verschillende sensoren kunnen gebruikt worden om de op de grond gestationeerde interceptors op de raket te richten. De belangrijkste uitdaging voor de raketverdediging tijdens deze fase, is de mogelijke aanwezigheid van 'nepmiddelen' (decoys). Afstoten van deze decoys kan de interceptor desoriënteren.
De terminal fase begint wanneer de raket weer de atmosfeer binnenkomt. Gezien de hoge snelheid kan deze fase minder dan een minuut duren. Een succesvolle verdediging vereist dan dat het systeem is ontplooid in het gebied waar de raket zal neerkomen. De 'Patriot Advanced Capability-3' of de op zee gestationeerde 'Standard Missile-3' interceptors zullen waarschijnlijk tijdens deze fase gebruikt worden. Het grote voordeel in deze fase is de afwezigheid van nepmiddelen die desintegreren wanneer de raket de atmosfeer weer binnenkomt.
Amerikaanse plannen
De Verenigde Staten streven naar een nationaal, geïntegreerd raketverdedigingssysteem dat inkomende raketten van iedere dracht en in alle fasen van de vlucht kan uitschakelen. Daartoe worden interceptors en sensoren geplaatst op het land, ter zee en op termijn ook in de ruimte. De Amerikanen maken, anders dan andere NAVO partners, geen onderscheid meer tussen Theatre Missile Defense (TMD) en andere vormen van raketverdediging.
De Verenigde Staten zijn ver gevorderd met een nationaal afweerschild tegen intercontinentale raketten. De basis van het systeem wordt gevormd door drie interceptor locaties, die gelijktijdig bedreigingen vanuit verschillende regio's (zoals Noord-Korea en het Midden-Oosten) kunnen pareren. In Californië en in Alaska zijn twee locaties voor interceptors die intercontinentale ballistische raketten buiten de atmosfeer moeten onderscheppen. Er staan er al veertig in Alaska en vier in Californië.
De VS beschikken voorts over vaste radar sensoren, die geplaatst zijn in Alaska, in Groenland en in het Verenigd Koninkrijk. Ook hebben ze een mobiel, drijvend radarstation ter ondersteuning van de vaste radar sensoren.
Een interceptor is gekoppeld aan een waarschuwingsradar en aan drie Defense Support Program (DSP)-satellieten. De drie DSP kunstmanen houden vanuit een geostationaire baan op ongeveer 36.000 kilometer hoogte met een warmtegevoelig oog hele continenten in de gaten. De vuurwerkramp in Enschede is hen niet ontgaan.
In Europa
De Verenigde Staten lieten begin 2007 weten dat onderzoek was verricht naar MD opties die de verdediging van zowel de VS als de bondgenoten zou kunnen vergroten, met op de grond gestationeerde interceptors en radars in Europa. De Iranese raketten zouden namelijk op weg naar de VS over Polen en Tsjechië vliegen. Het voorgestelde systeem omvat 10, in silo's geplaatste interceptors in Polen, een vast opgestelde radarinstallatie in de Tsjechische Republiek en transportabele radar in een land dichter bij het Midden-Oosten.
In het achterliggende scenario ziet een DSP satelliet de hete raketmotor van een Iranese raket. De battle management apparatuur extrapoleert vervolgens waar de raketkop ongeveer heengaat. De gegevens worden doorgeseind naar de zogeheten 'X-band radar' in Tsjechië die op zijn beurt een interceptor globaal in de richting van de raketkop dirigeert. Buiten de dampkring maakt zich van de interceptor een 'wasmachinegroot' kill-vehicle los. Dat manoeuvreert zich met behulp van stuwraketjes en een hittegevoelige sensor die de hete raketkop tegen de achtergrond van het koude heelal waarneemt, in de baan van de naderende raketkop. De botsing verwoest kill-vehicle én vijandelijke raketlading.
Een van de problemen die zelden genoemd wordt, staat in vakkringen bekend als 'consequence management'. Het onderscheppen van ICBM's vereist een afweerraket met meer trappen. De op aarde terugvallen trappen kunnen gevaar opleveren in dichtbevolkte gebieden zoals West-Europa. Maar erger nog zijn de gevolgen van een succesvolle onderschepping van een vijandelijke raket met chemische, biologische of nucleaire lading. Hiermee staat men dus voor het dilemma dat schadelijke gevolgen voor mensen en infrastructuur in het ene land moet worden geaccepteerd om een ander land te kunnen verdedigen.
Een ballistische raket is overigens niet de enige manier om massavernietigingswapens over te brengen. Andere middelen zijn net zo effectief (of effectiever), gemakkelijker te fabriceren en vele malen goedkoper. Bijvoorbeeld kruisvluchtwapens zijn moeilijker of niet detecteerbaar voor een raketverdedigingssysteem.
NAVO en raketverdediging
Ook in NAVO verband worden de mogelijkheden van raketverdediging onderzocht. De Kamerbrief over raketverdediging voor de NAVO top in Boekarest, noemt drie verschillende initiatieven.
Active Layered Theatre Ballistic Missile Defense (ALTBMD) richt zich op de bescherming van uitgezonden troepen tegen aanvallen met tactische, ballistische raketten (afstand tot 3000 km) en is een voorbeeld van een 'terminal' verdedigingssysteem De NAVO heeft dit programma in 2005 geïnitieerd. Het gaat om de coördinatie van de verdediging van ontplooide eenheden in een operatiegebied en de bescherming ter plaatse van de burgerbevolking en de infrastructuur tegen geleide projectielen, onbemande vliegtuigen en tactische, ballistische raketten. In het kader van vredesondersteunende operaties moeten uitgezonden eenheden ook rekening houden met de inzet van nucleaire, biologische en chemische wapens.
TMD systemen kunnen zowel op land als op zee worden gestationeerd. Nederland is een van de weinige NAVO lidstaten die over Patriot capaciteit beschikt. Deze capaciteit wordt gemoderniseerd en uitgerust met de Patriot Advanced Capability raketten, PAC-3, voor de verdediging in lagere luchtlagen tegen ballistische raketten met een korte dracht. Eind 2006 verliepen radar testen uitgevoerd met de luchtverdediging- en commandofregatten (LCF), succesvol. Defensie bestudeert nu de mogelijkheid het LCF-fregat geschikt te maken voor de verdediging tegen ballistische raketten in bondgenootschappelijk verband.
Tijdens de NAVO top van Praag in 2002, werd besloten een haalbaarheidsstudie uit te laten voeren naar de mogelijkheden om Europese NAVO landen te beschermen tegen ballistische raketten van alle dracht: Missile Defense for the Alliance Territory, Forces and Population Centres. De studie concludeerde dat een NAVO MD systeem - met beperkingen - technisch haalbaar was.
De Top van Riga gaf opdracht tot vervolgstudie, over onder meer de dreigingsanalyse, Command Control and Consultations, architectuur, financiële consequenties en debris (brokstukken van onderscheppende en neergehaalde raketten).
Nadat de Verenigde Staten hun voornemen voor een Europese third site bekend hadden gemaakt, besloten de NAVO ministers van Defensie op 15 juni 2007 dat de mogelijke politieke en militaire implicaties op een eventueel NAVO raketverdedigingssysteem, onderzocht moesten worden.
Het samenwerkingsprogramma met de Russische Federatie is gericht op het vermogen om gezamenlijk NAVO-Rusland Teatre Missile Defense Crisis Response operaties uit te kunnen voeren. In studies is vastgesteld dat het uitwisselen van early warning informatie voordeel kan opleveren. Het aantal onderscheppingsmogelijkheden neemt dan aanzienlijk toe.
Russische bezwaren
De Russische Federatie koppelt echter voortgaande samenwerking aan het verdere verloop van de discussies binnen de NAVO over een NAVO raketverdedigingssysteem. Zij heeft zich in ieder geval op niet mis te verstane wijze een tegenstander verklaard van het Amerikaanse raketverdedigingssysteem in Europa. Ze beweert dat het defensieve systeem een wapenwedloop zal veroorzaken en Europa in een kruitvat zal doen veranderen. Het Kremlin heeft ook beweerd dat het raketverdedigingssysteem de Russische afschrikking zou ondermijnen, ondanks het feit dat een Russische, vanaf land gelanceerde nucleaire aanval op de Verenigde Staten niet over Polen maar over de Noordpool of IJsland en Griekenland zal gaan.
Toenmalig president Putin en andere, hoge Russische autoriteiten hebben ook gezegd dat Rusland de uitvoering van sommige van zijn raketprogramma's zou versnellen indien de raketverdedigingsplannen in Europa uitgevoerd zouden worden. Zo zullen ze Russische raketten richten op Europese steden.
Putin bood vorig jaar het gebruik aan van een Azerbeidjaanse radarinstallatie, als daarmee zou worden afgezien van de Europese raketverdedigingssystemen. De VS verwierpen dit voorstel echter met als argument dat deze uitruil om technische redenen niet haalbaar was.
Moskou heeft medio juni jl. bij overleg met de VS voor het eerst een positieve grondhouding ingenomen ten aanzien van de Amerikaanse voorstellen. Tot de voorstellen behoort de detachering, al dan niet permanent, van Russische waarnemers bij de raketinstallaties. De tijd werkt echter in hun voordeel. Als de Democraten de verkiezingen winnen, kunnen ze de plannen voor een raketschild opnieuw tegen het licht houden.
Tot slot
Vooralsnog gaat het bij een NAVO raketverdedigingssysteem in Europa voornamelijk om studies en besprekingen. Nieuw is dat nu ook de mogelijke implicaties van de Amerikaanse plannen in Europa, als onderwerp van studie zijn toegevoegd.
Een probleem is dat de Europese elementen van het Amerikaanse systeem het Zuidoosten van Europa onvoldoende beschermen. Bovendien is het de vraag of een alomvattend systeem van intercontinentale raketverdediging haalbaar en betaalbaar is.
Het terechte uitgangspunt voor de Nederlandse regering is in ieder geval: "De ondeelbaarheid van de veiligheid van het bondgenootschap moet voorop staan. De mate waarin het gehele NAVO gebied wordt afgedekt en kan worden verdedigd tegen ballistische raketten, is essentieel in de besluitvorming over raketverdediging"!