Research
Op-ed
Romney vertoont Dagobert Duck-gedrag
Van een vermogende persoon verwachten Amerikanen weliswaar dat hij aan filantropie doet, maar het blijft een privézaak. Amerikanen oordelen daar doorgaans niet over. Wat je met je geld doet moet je zelf weten.
Geld stinkt niet. Je mag er mee koketteren, zelfs anderen de ogen uitsteken. Ooit reed ik met de advocaat van Bill Clinton langs de oevers van een prachtig meer in Arkansas. Mijn gastheer zei toen pas: 'En dat eilandje dat je in de verte ziet liggen hoort er natuurlijk bij. Is dus ook van mij.' Hij had het meer gekocht!
Maar als een politicus in slechte economische tijden zijn rijkdom regelmatig etaleert, heeft hij wel een probleem. Mitt Romney is de Republikeinse Dagobert Duck. Als hij president wordt, is hij rijker dan de acht presidenten voor hem bij elkaar.
Vervelend eendje Dagobert gunde een ander nooit iets. Romney hoeft geen 'cadeautjes' weg te geven, maar hij moet wel passie tonen voor al die Amerikanen die in een crisissituatie verkeren. Zich inleven in hun ellendige lot. Want heus, er is wel iets aan de hand. Goed verdienende middenklasse raken hun baan en dus ook huis kwijt. Steeds meer van hen bivakkeren in tentenkampen of in hun auto op de parkeerplaats bij Walmart.
En wat doet Romney? Hij zegt dat zijn vrouw een paar cadillacs heeft, dat hij geen moeite heeft mensen te ontslaan en dat hij de belastingen met 20% zal verlagen, hetgeen vooral ten goede komt aan de allerrijksten.
Bij de voorverkiezingen in Michigan deze week waren de gevolgen al zichtbaar. Hij scoorde vooral hoog bij mensen die meer dan $ 100.000 per jaar verdienen. Rick Santorum won in de categorie vanaf $ 30.000. Een Republikeinse voorverkiezing kun je er nog mee winnen, maar de eindstrijd met Democraat Obama wordt alleen maar moeilijker.
Obama zag ik gisteren in een wat overdreven pose acteren voor een gezelschap vakbondsmensen. Met een rare stem, hij wilde 'folksy' overkomen, sprak de president populistisch over de Republikeinse rijkeluispartij die steeds maar afgeeft op linkse vakbonden die de rechten van werknemers beschermen. 'Hebben wij dat goed gehoord?' zei hij met een ongelovige gelaatsuitdrukking. Hij herhaalde schreeuwerig: 'Hebben wij dat goed gehoord? Sinds wanneer mogen wij niet opkomen voor de rechten van mensen die dag in, dag uit keihard werken en geld willen verdienen? Dat is een kenmerk van ons kapitalisme. Amerikanen willen dolgraag werken en hun baan niet kwijtraken. Daar kom ik maar wat graag voor op.'
Het was een wat koddig gezicht. Obama die als president de afstandelijke professor was, is nu de huisvriend van de lagere middenklassers. Gezien de hoge werkloosheid en de aanhoudende stagnatie op de huizenmarkt zou een zittende president tegen een sterke kandidaat van de tegenpartij geen schijn van kans maken.
Nu ligt dat anders. Als Romney zich niet gauw transformeert tot een kampioen van het Amerikaanse volk, stolt die negatieve beeldvorming.
Echt bizar dat de grote Republikeinse partij, waarin de afgelopen jaren zoveel Obama-haat zichtbaar was, in al die tijd geen echte topkandidaat heeft kunnen vinden. Romney zou als hij zo doorgaat wel eens de zwakste Republikeinse genomineerde sinds Bob Dole in 1996 kunnen worden.