Research
Articles
Rust vredestroepen uit met rubberkogels
Bij vredesoperaties bepalen landen zelf de geweldsinstructie die voor hun militairen geldt. Op de Navotop in Istanbul hebben de Amerikanen de beperkingen die lidstaten hanteren voor het gebruik van geweld in Navo-operaties aan de orde gesteld. Zo waren als gevolg van deze beperkingen eenheden praktisch hulpeloos toen Albanese Kosovaren in maart een kerk plunderden en in brand staken. Er waren zeven doden en tientallen gewonden. Bij de langdurige stabiliseringsoperaties die voor het realiseren van een duurzame vrede noodzakelijk zijn, blijkt telkens weer dat de militair te maken krijgt met grootschalige ordeverstoringen, plunderingen, het inrijden op check-points, et cetera. Met dodelijk geweld in stabiliseringsoperaties escaleert een conflictueuze situatie echter al gauw en vervreemdt men de bevolking van zich, zoals de Amerikanen in Irak ervaren.
De militair ontbreekt het vaak aan opties tussen ?niets doen? en het aanwenden van ?dodelijk geweld?. Het is dan ook opmerkelijk dat er weinig gebruik wordt gemaakt van niet-dodelijke wapens. Nog steeds staat als belangrijkste wapenfeit te boek het succesvol gebruik dat Amerikaanse mariniers maakten van geweren die een dik soort schuim produceerden (de toffee guns), om de aftocht van de vredesmacht in Somalië in 1995 te dekken.
Bij vredesoperaties staat het politieke en militaire maatwerk voorop.
Niet-dodelijke wapens kunnen de vereiste flexibiliteit verschaffen. Naast het dreigen met een hoger geweldsniveaukan men ook een stap terugdoen. Bovendien kunnen niet-dodelijke wapens slachtoffers aan eigen zijde en onder omstanders voorkomen. Ook kunnen ze bijkomende schade beperken. Met deze wapens kan men gewapende tegenstanders beteugelen die non-combattanten als menselijk schild gebruiken en kan men diefstal van noodvoorraden voorkomen.
Maar wat zijn nu precies niet-dodelijke wapens? Hoewel een eenduidige definitie van niet-dodelijke wapens ontbreekt, staat voorop dat een nietdodelijk wapen personeel of materieel zo kan uitschakelen dat de kans op ernstige of fatale verwondingen zeer klein is.
Het waterkanon en traangas zijn de bekendste niet-dodelijke wapens. Het is gebruikelijk een onderscheid te maken in mechanische (rubberkogels), chemische (schuim), elektromagnetische (pulse) en akoestische (jammen) niet-dodelijke wapens.
Sommige niet-dodelijke wapens hebben chemische en biologische bestanddelen die omstreden zijn. Hoewel deze bestanddelen juist vanwege het humane oogmerk deel uitmaken van het wapen, bemoeilijkt dit het onderscheid tussen bestaande chemische en biologische wapens, die verboden zijn bij internationale verdragen. De vraag is of deze bestaande internationale regelgeving, die vooral gebaseerd is op de traditionele oorlogvoering, geen aanpassing behoeft vanwege de bijzondere kenmerken van de nieuwe ?complexe? vredesoperaties.
Zo is het bijvoorbeeld opmerkelijk dat het de politie wel is toegestaan in het kader van de binnenlandse openbare orde traangas te gebruiken, terwijl sommige landen deze optie aan de militair ontzeggen, aangezien dit volgens hen in strijd is met het Chemisch Wapenverdrag.
Nederland huldigt het standpunt dat inzet van traangas door militairen tegen burgers wel, maar tegen combattanten niet geoorloofd is. In stabiliseringsoperaties zijn combattanten echter vaak niet te onderscheiden van non-combattanten. De VS achten zelfs iedere inzet van traangas door militairen in strijd met het Chemisch Wapenverdrag. Enige aanpassingen in de internationale regelgeving en eenduidigheid in de opvattingen op dit gebied lijken dan ook dringend gewenst.
Het moge duidelijk zijn dat niet-dodelijke wapens geen panacee zijn en ook geen alternatief vormen voor het gebruikelijke dodelijke wapen. Eenheden die zijn uitgerust met niet-dodelijke wapens zullen voor zelfverdediging en om de tegenstander de baas te worden altijd over letale wapens moeten beschikken. De invoering van niet-letale wapens betekent in ieder geval dat de militaire commandant kan kiezen. Net als bij de vroegere flexible response-strategie van de Navo kan hij bovendien de tegenstander in het ongewisse laten over de aard en omvang van zijn tegenmaatregelen alsmede over plaats en tijdstip van aanwending. Als de tegenstander weet dat de vredesmacht ook daadwerkelijk in staat is tot het uitvoeren van deze tegenmaatregelen, heeft dit nog een extra afschrikkende waarde.