Research
Op-ed
Sarkozy haalt de bezem door de Franse strijdkrachten
Volgend jaar bestaat de NAVO 60 jaar. President Sarkozy zal dan vermoedelijk meedelen dat Frankrijk terugkeert in de geïntegreerde militaire structuur van de NAVO. Als reden hiervoor noemt hij dat "door onze positie buiten de geïntegreerde militaire structuur blijft het wantrouwen bestaan over het doel van onze Europese ambitie". Sarkozy kan ook moeilijk deze beleidswijziging aan zijn publiek voorleggen zonder daarbij de ontwikkeling van een eigen Europese identiteit op defensiegebied te betrekken. Sarkozy hoopt ook dat door de terugkeer hij meer bijval zal ontmoeten bij de Europese lidstaten van de NAVO voor de Franse, Europese ambities op defensiegebied. Dit geldt in het bijzonder voor het Verenigd Koninkrijk.
De terugkeer in de NAVO is in de richting van de Verenigde Staten vooral symbolisch bedoeld. Frankrijk doet operationeel al behoorlijk mee. Zo levert het vanaf 1 juli 7000 militairen aan de NATO Response Force en neemt het met 4000 militairen deel aan NAVO-operaties. Het gaat dus vooral om deelname aan het Defence Planning Committee, de Nuclear Planning Group en het Integrated Military Command. De terugkeer is wel aan voorwaarden gebonden. Frankrijk wil de volledige beslissingsbevoegdheid over de inzet van zijn troepen houden, in tijd van vrede geen militair contingent permanent onder NAVO-bevel plaatsen en de Franse nucleaire afschrikking strikt nationaal houden.
Rol strijdkrachten
De Franse strijdkrachten waren altijd belangrijk in het Franse streven naar grandeur en een status van grote mogendheid. Zo is de wereld is eraan gewend geraakt om Franse strijdkrachten sinds de Franse Revolutie overal ter wereld gestationeerd te zien. De mondiale ontplooiing van Franse strijdkrachten - met een vanzelfsprekende bereidheid om indien noodzakelijk te interveniëren - is dan ook een van de belangrijkste instrumenten die Franse politieke leiders gebruiken in hun buitenlands beleid. De status van grote mogendheid wordt bovendien nog steeds voor een belangrijk deel ontleend aan de force de frappe, nog steeds een hoeksteen van het Franse veiligheids- en defensiebeleid.
Kleiner maar beter
Het Franse Defensie Witboek dat op 17 juni jl. verscheen, kondigt niettemin ingrijpende veranderingen voor de strijdkrachten aan. Het voorlaatste witboek verscheen in 1994. Bij de presentatie zei president Sarkozy dat "de werkelijke dreiging is nu een terroristische aanslag met radiologische, chemische of biologische middelen". Daarnaast noemde hij ook als belangrijke dreiging die van cyberspace.
De Franse strijdkrachten worden ingevolge het witboek kleiner, mobieler en met beter materieel uitgerust. Deze modernisering gaat gepaard met forse bezuinigingen om nieuwe investeringen te kunnen financieren. De totale defensiebegroting zal tot 2012, gecorrigeerd voor inflatie, namelijk gelijk blijven op 30 miljard euro (2,3 procent van het bnp). Daarna zal de begroting jaarlijks één procent boven de inflatie blijven. De nieuwe benadering in het witboek is dan ook vooral een poging om de strijdkrachten zowel te moderniseren als te rationaliseren.
Zo zullen er in de 320.000 man sterke krijgsmacht (de grootste in de Europese Unie) 54.000 banen worden geschrapt. Zes van de tien personeelsleden van de krijgsmacht doen nu administratief werk of plegen onderhoud, terwijl slechts 40 procent operationeel is. De afslanking van het personeelsbestand zal opgevangen worden door die verhouding om te keren. De 'teeth to tail' ratio wordt zo drastisch gewijzigd. Dit is reeds het geval bij de Britse krijgsmacht, waarmee Frankrijk zich graag vergelijkt.
Naast preventie, afschrikking, bescherming en interventie, noemt het witboek als nieuwe, vijfde strategische functie 'kennis en anticipatie'. Preventieve inlichtingencapaciteiten moeten de kosten van potentiële interventies verminderen. De jaarlijkse uitgaven voor satelliettechnologie, waaronder spionage satellieten en elektromagnetische observatie, worden dan ook verdubbeld tot 700 miljoen euro. De militaire aanwezigheid in de ruimte is tot 2020 de enige groeisector.
Verschuiving invloedssfeer
De Franse traditionele invloedssferen in Afrika zullen gaan verschuiven naar een zogeheten strategische boog van instabiliteit. Deze boog strekt zich uit van de Atlantische Oceaan via de Middellandse Zee naar de Perzische Golf en de Hoorn van Afrika. Frankrijk zal daarom een van zijn twee permanente militaire bases in Afrika (Sub-Sahara) sluiten maar zijn basis in Djibouti behouden en ook investeren in een nieuwe basis in Abu Dhabi. Deze basis is bestemd om de groeiende Franse militaire samenwerking met de Verenigde Arabische Emiraten en Quatar, met wie veiligheidsgaranties zijn afgesproken, te faciliteren.
In het kader van expeditionair optreden is van belang, dat Frankrijk wil gaan beschikken over een 30.000 man tellende strijdmacht die wereldwijd kan worden ingezet. Om dit mogelijk te maken zullen pantsereenheden, artillerie en infanteriedivisies worden gereduceerd, evenals sommige elementen van de Franse marine en luchtmacht.
Ambitie voor EU
Een van de ambities voor de EU zal een snel inzetbare strijdmacht van 60.000 militairen worden. Dit doet overigens sterk denken aan de op de EU Helsinki-top in 1999 overeengekomen doelstelling om in 2003 een strijdmacht van dezelfde omvang operationeel te kunnen stellen. Zoals bekend werd deze doelstelling bij lange na niet gehaald.
Sarkozy beschouwt de EU en NAVO als complementair. De Franse ambitie om van de EU een grote speler op het gebied van internationale veiligheid te maken, is volgens hem niet te scheiden van volledige Franse rol in de NAVO.
Frankrijk wil echter wel dat er een afzonderlijk Europees hoofdkwartier in Brussel komt. Dit lijkt op de eerdere poging van België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg op de zogeheten pralinetop in 2003, om een exclusief Europese planningsstructuur op te zetten. Toen waren onder meer Nederland en het Verenigd Koninkrijk daar een fel tegenstander van. De vraag is of zij ook nu weer tegen deze gedeeltelijke duplicering (SHAPE) met de NAVO zijn.
Gezien de belangrijke Europese ambities, ziet Sarkozy de Europese Unie vooral als een force multiplier, d.w.z. als een middel om invloed op het wereldtoneel uit te oefenen en deze te vergroten. Dit is ook wat de Britse premier Macmillan bedoelde toen hij zei dat de Gaulle vaak 'Europa' zei, maar 'Frankrijk' bedoelde.